Nationaal Archief (Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap)

Pas met weten begint het verwerken; zoeken op slachtoffers in het CABR

Vorige week is de laatste onbekende soldaat op de erebegraafplaats in Rhenen geïdentificeerd. 71 jaar na zijn dood. De 21-jarige soldaat W.F. Brummelhuis sneuvelde samen met ruim 400 andere Nederlandse soldaten bij de Grebbeberg in de eerste meidagen van de oorlog. De familie had DNA-materiaal beschikbaar gesteld ten behoeve van het onderzoek. Om het zeker te weten. Tot je het zeker weet, blijf je zoeken.

Bij het Nationaal Archief maken we dat zoeken dagelijks mee. Iedere dag komen verwanten en nabestaanden -soms nog van de eerste, vaak van de tweede, derde en nu al de vierde generatie- zoeken naar antwoorden op de vele openstaande vragen over de verschrikkingen van de oorlog. Ze zoeken vooral in het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (het CABR), een onvoorstelbare hoeveelheid dossiers die direct na de oorlog is aangelegd ten behoeve van de zuiveringen. Over iedereen die werd verdacht van misdaden, verraad en samenwerking met de bezetter, werd zo’n dossier aangelegd. In totaal, volgens de berekeningen van Sjoerd Faber en Gretha Donker, ongeveer 540.000 dossiers. Daarvan zijn er 64.000 voorgelegd aan de rechter.

Als je iets wilt weten over iemands oorlogsverleden hoef je zijn of haar naam maar bij het Nationaal Archief te noemen, een bewijs van overlijden of een schriftelijke toestemming van de betrokkene te overleggen en het zoeken kan beginnen. Dat leverde al een heleboel antwoorden op. Voor heel veel familieleden van echte of vermeende daders leidde het tot opluchting of tenminste berusting en verwerking. 

Als je echter als nabestaande iets wilt weten over verdwenen verwanten of vrienden, ligt dat heel anders. Op dergelijke vragen hebben we nog nauwelijks antwoord. Sterker nog: nauwelijks een aanpak om bij die antwoorden te komen. Het CABR gaat immers vooral over daders en niet over slachtoffers. De enige bewegwijzering in het archief is ontleend aan de dossiernamen en dat zijn de namen van daders. Jaar in jaar uit wordt onze medewerkers gevraagd naar sporen van hen die werden weggevoerd. Jaar in jaar uit blijven we antwoorden schuldig. De zoektocht naar de laatst bekende feiten over de vele slachtoffers is er één op de tast.

En dat is bijna 66 jaar na het einde van de oorlog, onverteerbaar. En daarom zijn we, met alle kennis en ervaring die we in het afgelopen decennium met het CABR hebben opgedaan, opnieuw aan het werk gegaan. Met de digitalisering van de cartotheek van het CABR, zodat we gemakkelijker kunnen zoeken. En met een gerichte zoekactie naar namen van slachtoffers van de jacht op Joden in Nederland.

Vandaag tijdens een symposium bij het Nationaal Archief over dat gigantische project zijn de eerste resultaten van die zoekactie bekend gemaakt. Daarmee hebben we voor een groep van duizenden nabestaanden het eerste pad naar een mogelijk antwoord, of een gedeelte daarvan, ontgonnen. Ik druk me voorzichtig uit en dat doe ik bewust. Veel aanwijzingen over het wie, waar en wanneer zullen weer nieuwe vragen oproepen over het vervolg en over het waarom. En toch geloof ik dat we heel veel waardevolle puzzelstukjes in handen hebben gekregen. Tot je het zeker weet, blijf je zoeken. Pas met het weten, begint het verwerken. En verwerking is wat we alle nabestaanden gunnen. Daarom zijn we aan dit project begonnen.