Inleiding In
1830 werden alle Nederlandse legeronderdelen in Nederlands-Indië omgevormd
tot een nieuw, zelfstandig leger. Pas in 1933 kreeg dit leger de naam waaronder
wij het nu kennen: het Koninklijk Nederlands-Indische Leger (KNIL). Voor die tijd
sprak men over het Indisch Leger. Het leger in Nederlands-Indië voerde talloze
militaire acties uit om het Nederlandse gezag in de Indische Archipel uit te breiden
of in stand te houden. Zo vochten zij in de periode 1825-1830 in de Java-oorlog,
in 1870-1878 in de Atjeh-oorlog en in 1890-1900 op het eiland Lombok. Al
deze oorlogen waren gericht tegen mensen die in opstand kwamen tegen de Nederlandse
overheersing.
De soldaten kwamen uit
Europa, van de Indische eilanden en soms zelfs uit Afrika. In het begin was het
niet populair om als soldaat bij het KNIL te werken. Daarom waren de toelatingseisen
in het begin heel laag. Bijna iedereen zou dus in dat leger kunnen dienen. Dat
werd vanaf 1890 anders. Toen werd de selectie om in het leger te komen veel strenger.
Het KNIL werd hierdoor een professioneel en goed georganiseerd leger.
|