In 1948 worden de Olympische Spelen gehouden in het door de Tweede Wereldoorlog gehavende Londen. Duitsland en Japan mogen vanwege hun rol in de oorlog niet meedoen. Dat jaar, precies twintig jaar nadat de eerste vrouwen mee mochten doen aan de Spelen, maakt de Nederlandse atlete Fanny Blankers-Koen (eigenlijk: Francina Elsje) een onvergetelijke indruk. Als zij in 1948 in de startblokken plaatsneemt, heeft zij al zes wereldrecords op haar naam. De schrijvende pers heeft weinig verwachtingen van haar, als 30-jarige moeder van twee kinderen zou zij niet meer kunnen presteren. Blankers-Koen bewijst het tegendeel en sleept maar liefst vier gouden medailles in de wacht, drie op individuele nummers (100 en 200 m en 80 m horden) en één als lid van de nationale estafetteploeg (4 × 100 m). Haar uitzonderlijke prestaties leveren haar de bijnaam ‘de vliegende huisvrouw’ op.