Nationaal Archief (Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap)

Azijnzuursyndroom

Het Nationaal Archief bezit circa 1 miljoen fotografische objecten. Foto’s, negatieven en film zitten verborgen tussen papieren archieven of komen voor als afzonderlijke collecties.

Vooral de collectie negatieven van het Algemeen Nederlands Fotobureau bezorgt de beheerders van het Nationaal Archief hoofdbrekens. Zestigduizend negatieven van deze collectie lijden aan het azijnzuursyndroom. De acetaatdrager van het negatief verschrompelt waardoor het beeld onleesbaar wordt. Het bijtende azijnzuur dat bij de degradatie van de drager vrijkomt, zorgt voor verdere aantasting van de collectie. In hoge concentraties kunnen deze gassen zelfs gezondheidsklachten veroorzaken.

Aantonen van verval

Het Image Permanence Institute in de Verenigde Staten heeft speciale zuurdetectie-strips ontwikkeld die aantasting van fotomateriaal kan aantonen. De zogeheten AD strips plaatst men bij het acetaatmateriaal gedurende een vastgestelde periode. Aan de hand van een referentiestrip krijgt de onderzoeker vervolgens een kwantitatieve indicatie van het probleem. Het Nationaal Archief heeft een NIR (Near Infrared spectrometer) apparaat om op nondestructieve wijze de aard van filmmateriaal en de mate van verval te kunnen meten.

Vertragen van verval

In samenwerking met een fotorestaurator heeft het Nationaal Archief een gemechaniseerd systeem ontwikkeld om de emulsie te scheiden van de degraderende drager. De emulsie zet de restaurator vervolgens op een stabiele drager. Dat proces is echter zo bewerkelijk dat een grootschalige toepassing van deze methode helaas nog niet mogelijk is.

Om te voorkomen dat de collectie van het Algemeen Nederlands Fotobureau straks helemaal onbruikbaar is, heeft het Nationaal Archief de bedreigde collectie ingevroren. Op die manier wordt het degradatieproces vertraagd.

Dupliceren is een geschikte methode om het beeld te behouden van een negatief dat nog niet vervormd is door het azijnzuursyndroom.