Nationaal Archief (Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap)

Schade aan archieven

De meest voorkomende schades aan archiefstukken worden door drie factoren veroorzaakt:

  • het materiaal zelf
  • de omgeving waarin het is opgeslagen
  • de wijze waarop het wordt gehanteerd

Materiaalschade

Archiefmateriaal bestaat voornamelijk uit natuurlijke grondstoffen (polymeren), die in de natuur gerecycled worden. Het is onmogelijk alle recycling, en dus verval,  te stoppen. De schades die hierdoor ontstaan hebben hun oorsprong in de productiewijze en de gebruikte grondstoffen. De gebruiker kan hier over het algemeen weinig aan doen. Het enige is te proberen het vervalproces te vertragen.Door bijvoorbeeld een buffer toe te voegen, kan de termijn van verdere schadevorming door verzuring vooruit geschoven worden.

Omgevingsschade

De omgeving heeft invloed door het inwerken van luchtverontreiniging, vocht, temperatuur en biologische organismen (insecten en schimmels). Hierdoor vermindert de kwaliteit en levensduur van het object. Op alle plaatsen in de wereld treedt dit in meer of mindere mate op: erg veel aantasting in een warme luchtvervuilde tropische stad en zeer weinig in een bevroren grot op de Zuidpool. Om die reden wordt een archiefstuk zo koel mogelijk in een geconditioneerde en luchtgezuiverde ruimte bewaard en geraadpleegd.

Bewustwording

Ook het handelen van de beheerder of gebruiker van het archiefstuk geeft iedere keer een beetje slijtage (stoten, schuren) of chemische verontreiniging (vingerafdrukken). Een goede atmosfeer en juist handelen is nog niet overal ingevoerd, maar er ontstaat bewustwording. Dit uit zich in de ontwikkeling van gedragcodes en normeringen door o.a. het Nationaal Archief.