Eer Waarde beminde Lieve Vrouw
Vindplaats: HCA 30/376
Kapitein Buesse schrijft in maart 1795 uit Paramaribo een brief aan zijn vrouw in Amsterdam. Als we er van uit gaan dat een reis tussen Nederland en Suriname – bij goed zeilweer -ongeveer twee maanden duurde, dan moet hij ergens rond de roerige jaarwisseling Amsterdam hebben verlaten. Niet zeker is of hij nog iets heeft gemerkt van de grote veranderingen die op til waren in zijn vaderland. In zijn brief vraagt hij daar niet naar. Iets voor het vertrek van kapitein Buesse, in december, waren Franse revolutionaire legereenheden de bevroren rivieren in het zuiden en midden van Nederland over getrokken. Het land was in rep en roer en uit alles bleek dat de Patriotten, die zo lang politieke strijd hadden geleverd met de Oranjegezinden, de macht naar zich zouden toetrekken. Stadhouder Willem de Vijfde vluchtte in januari naar Groot-Brittannië en op 1 maart kwam de eerste Nationale Vergadering bijeen. De Bataafse Republiek werd uitgeroepen en sloot zich aan bij het revolutionaire Frankrijk.
Deze nieuwe politieke situatie leidde onmiddellijk tot een conflict met de belangrijkste tegenstander van Frankrijk: Groot-Brittannië. Dat land was ook de grootste concurrent van de Nederlandse koopvaardij en het duurde niet lang of Britse marineschepen en kaapvaarders vielen waar mogelijk Nederlandse koopvaardijschepen aan.
De scheepvaartverbindingen met de Nederlandse koloniën overzee in de Oost en de West kwamen onder druk te staan. Schepen voeren daarom begeleid door één of meer marineschepen in konvooi om zoveel mogelijk de krachten te bundelen en aanvallers te weerstaan. In zijn brief meldt kapitein Buesse dat het konvooi dat hem naar Suriname bracht geen succes was. Het begeleidende oorlogsschip was al na twee dagen het konvooi kwijt geraakt, ze hadden het niet meer teruggezien. Slechts door geluk en hulp van God hadden ze hun bestemming aan de andere kant van de oceaan kunnen bereiken.
De zaken gaan niet al te voorspoedig in Suriname dat op dat moment nog niet rechtstreeks bij het conflict in Europa is betrokken. Het zou nog vier jaar duren voordat de Britten het bestuur in het land zouden gaan overnemen. Buesse heeft weliswaar een deel van zijn lading kunnen verkopen, maar het lossen van zijn schip is vertraagd omdat andere schepen nog bezig zijn met laden. Dat betekent dat hij misschien te laat klaar is om met de vloot en het konvooi van 4 april te vertrekken. Hij overweegt in dat geval dan maar alleen de retourreis te aanvaarden. Hij stuurt zijn vrouw via andere schepen vast wat koffie en chocola. Veel verder dan wat algemeenheden, groeten en wensen van goede gezondheid aan vrouw en dochter en aan vrienden en bekenden komt hij niet in deze brief.
Aan de Oude Waal in Amsterdam, waar “De Eersaame HuysVrouw Van Captijn Hendrik Buese” woont, zullen ze de inhoud van zijn brief nooit lezen. De brief die hij heeft meegegeven met kapitein Butter wordt samen met andere poststukken door een Engelse kaper in beslag genomen.
Toelichting en transcriptie: Dirk Tang