Aen den eersamen Jannes petijt ...
Vindplaats: HCA 30/642
In de 17e eeuw voorzag een groot aantal particuliere handelaren uit met name Amsterdam en Zeeland de bewoners van de West-Indische eilanden van alle denkbare koopwaar. Veel kooplieden waren langere tijd weg om hun goederen te verkopen, waarna zij tabak, indigo, katoen en vooral suiker als retourvracht naar de Republiek verscheepten. Tijdens hun afwezigheid waren zij door het regelmatige schriftelijke contact met hun familie goed op de hoogte van alle ontwikkelingen thuis.
De Zeeuw Pieter Petijt was een koopman die in 1664 enige tijd op het eiland St. Christoffel, het huidige St. Kitts, verbleef. Hij werd door een familielid per brief op de hoogte gesteld van het huwelijk van zijn jongere broer Jannes. Pieter was niet blij met de echtgenote die Jannes had gekozen en vreesde dat zijn broer door diens schoonfamilie “gevat is gewest gelick de ratte inde valle”. Zijn andere broer Antonij was al flink aan lager wal geraakt en alleen nog maar in de herberg te vinden. Pieter maakte zich nu ook serieus zorgen over broer Jannes. Hij besloot een brief aan Jannes te schrijven, waarin hij hem nadrukkelijk verzocht een deugdzaam leven te lijden en niet het voorbeeld van hun andere broer te volgen.
Foto, transcriptie en toelichting: Monique Klarenbeek