Direct naar Navigatie Direct naar Zoeken Direct naar Inhoud

Nationaal Archief (Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap)

Project Teruggave Archieven Suriname, 2010-2015

Op 15 oktober 2009 ondertekenden de Nederlandse Algemene Rijksarchivaris en de minister van Cultuur van Suriname in Den Haag een overeenkomst die de teruggave van archieven door Nederland aan Suriname regelt. Deze overeenkomst was het begin van het project Teruggave Archieven Suriname dat op 1 januari 2010 daadwerkelijk van start ging. Dit project moet uiteindelijk leiden tot de overbrenging van in totaal 40 archieven van het Nederlandse bestuur in Suriname (ca. 800 strekkende meter) van Den Haag naar Paramaribo. Het gaat daarbij om materiaal dat vanaf het begin van de twintigste eeuw door het bestuur van de kolonie Suriname op verschillende momenten aan de zorg van het Algemeen Rijksarchief in Den Haag (het huidige Nationaal Archief) is toevertrouwd.

Beheer in Nederland, eigendom in Suriname

De eerste overdracht van archiefmateriaal vanuit Suriname naar Nederland vond plaats in 1916. In het proces-verbaal van overdracht en ontvangst dat daarvan werd opgemaakt, is uitdrukkelijk bepaald dat de betreffende archieven werden afgegeven “… om te worden geplaatst in het Algemeen Rijksarchief te ’s-Gravenhage ter bewaring en in bruikleen onder het uitdrukkelijke voorbehoud, dat zij het eigendom der Kolonie blijven”. Het Algemeen Rijksarchief zou de documenten dus alleen beheren zolang de omstandigheden in Suriname daarvoor niet optimaal waren. Het eigendom van het materiaal bleef bij de kolonie Suriname berusten. Als rechtsopvolger van die kolonie is de Republiek Suriname sinds 1975 derhalve de juridische eigenaar van de archieven.

Het overgrote deel van de archieven van het Nederlands bestuur in Suriname is in de jaren ’20 en ’30 naar Nederland overgebracht. Het was duidelijk dat een goede bewaring in Suriname toen niet mogelijk was. Een ander deel is pas in de jaren ’70 naar Nederland overgebracht. De tropische omstandigheden hadden het archiefmateriaal niet onaangetast gelaten. Daarom zijn alle documenten in Nederland in de eerste plaats behandeld tegen schimmel en insecten. Daarna zijn de archieven herverpakt in zuurvrije omslagen en is het materiaal toegankelijk gemaakt voor onderzoekers en andere geïnteresseerden.

Werken aan terugkeer

Suriname heeft na de onafhankelijkheid bij diverse gelegenheden te kennen gegeven de Surinaamse archieven, die berusten bij het Algemeen Rijksarchief/Nationaal Archief in Den Haag, terug te willen. Het moment daarvoor zou de oplevering van een nieuw archiefgebouw in Paramaribo zijn. Uiteindelijk zag ook Nederland de redelijkheid van dit verzoek in. Er werd daarom afgesproken de archieven aan Suriname terug te geven, maar daaraan wel een aantal beheersmatige voorwaarden te verbinden: Suriname zou dan eerst moeten beschikken over een deugdelijk archiefgebouw, goed opgeleid personeel en een archiefwet. Men is toen druk aan de slag gegaan om dit te realiseren. De opening van een modern archiefgebouw van het Nationaal Archief van Suriname in 2010 vormde het sluitstuk van deze ontwikkeling. Tijdens de feestelijke opening zijn toen ook de eerste archiefdozen door de Nederlandse Algemene Rijksarchivaris aan zijn Surinaamse ambtgenoot overhandigd.

Meerjarig project

Dat betekent overigens niet dat de 40 archieven ook direct naar Suriname getransporteerd zullen worden. De feitelijke teruggave van de archieven heeft een lange weg te gaan. In totaal is maximaal 7 jaar uitgetrokken voor het project Teruggave Archieven Suriname; afronding staat gepland in 2015. Het Nationaal Archief gebruikt deze periode om alle archieven eerst te conserveren en digitaliseren, voordat ze naar Suriname worden overgebracht. Op die manier kan de informatie uit de archieven voor de grote groep gebruikers in Nederland beschikbaar blijven. Het is namelijk het voornemen van het Nationaal Archief om het gedigitaliseerde materiaal via zijn website beschikbaar te stellen. Gesprekken daarover zijn nog gaande met Suriname.

Medewerkers van het Nationaal Archief van Suriname werken actief mee aan de conservering van de archieven in Den Haag. Op deze manier worden de kennis en de vaardigheden die nodig zijn om de digitalisering mogelijk te maken aan Suriname overgedragen.

De Algemene Rijksarchivaris/directeur van het Nationaal Archief heeft een onafhankelijke Klankbordgroep ingesteld om hem te adviseren over alle aspecten van de teruggave. In de Klankbordgroep zitten personen die kennis hebben die van nut kan zijn bij de uitvoering van het project. Deze klankbordgroep bestaat uit:

  • dhr. H. Hoek (voorzitter)
  • mw. T. Minnee (Koninklijk Instituut voor de Tropen, Amsterdam)
  • mw. M. Schillings (Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis, Den Haag)
  • dhr. P. Bol (Stichting voor Surinaamse Genealogie)
  • dhr. P. Meel (faculteit Geesteswetenschappen, Universiteit Leiden)
  • dhr. O. Telgt (voormalig archivaris bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)
  • dhr. J. Vernooij (Stichting Instituut ter Bevordering van de Surinamistiek)

Consequenties voor beschikbaarheid Surinaamse archieven

De digitalisering van de archieven, die uiteindelijk aan Suriname worden overgedragen, heeft uiteraard tijdelijk consequenties voor de toegankelijkheid van het materiaal voor bezoekers. De verschillende archiefbestanden zijn voor korte of langere tijd niet beschikbaar voor raadpleging op de studiezaal van het Nationaal Archief. Een overzicht van de meest recente stand van zaken van de digitalisering door het project Teruggave Archieven Suriname is te vinden op de website www.gahetna.nl