Nationaal Archief (Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap)

Digitaal publieksbeleid

De vroegere ‘fysieke’ bezoeker van het archief wordt meer en meer digitaal bediend. Bovendien wil de archiefsector de digitale mogelijkheden gebruiken om haar publiek te vergroten en te verbreden; een wens die al veel langer leefde, zoals beschreven in 'Naar een publieksgericht archiefbestel'.

De virtuele klant

Er is daarom onderzoek gedaan naar de potentiële gebruikersgroepen en naar de informatiebehoeften van de diverse groepen binnen het potentiële publiek. De resultaten van dit onderzoek, uitgevoerd door het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP), zijn te lezen in 'Snuffelen en graven'. Als hulpmiddel voor gebruik in de praktijk is daarnaast een stappenplan ontwikkeld. Bovendien is er een wegwijzer om zoveel mogelijk over de virtuele klant te weten te komen.

Web 2.0

De mogelijkheden die de nieuwe versie van het World wide web, aangeduid als ‘web 2.0’, biedt aan het publiek zijn bijna oneindig: een eigen profiel aanmaken, foto’s uploaden en ook weer downloaden, reageren op elkaars bijdragen, taggen, chatten, een abonnement op de rss-feed, discussiëren op het forum, het kan allemaal in het web 2.0 tijdperk.

Daarom is onderzocht, hoe uitwisseling van (historische) informatie tussen onderzoekers onderling en tussen onderzoekers en erfgoedinstellingen gestimuleerd kan worden. Gedacht is aan een virtuele onderzoeksruimte waarin de uitwisseling van informatie en grootschalige gegevensbestanden mogelijk is. Mede hierdoor wordt het brede maatschappelijke gebruik van beschikbare historische kennis gestimuleerd, versterkt en wordt de ontwikkeling van nieuwe kennis gestimuleerd. De bevindingen zijn vastgelegd in de publicatie 'Geven en nemen; archiefinstellingen en het sociale web'. Ook zijn er prototypes ontwikkeld voor een aantal activiteiten en is de documentatie van deze zogenaamde instantmodules vastgelegd.