|
Op zaterdag 28 mei 1932 rond het middaguur lagen zo'n driehonderd vaartuigen van allerlei soort op de Zuiderzee. Ze hadden zich die ochtend verzameld rondom het sluitgat van de grote afsluitdijk. Aan boord van de schepen waren politici, aannemers, ambtenaren, ingenieurs van de Dienst Zuiderzeewerken en van rijks- en provinciale waterstaat en andere genodigden. Na jaren van plannen, onderzoeken, besluitvorming en bouwen waren de werken zover gevorderd dat het laatste gat in de dam gesloten kon worden. Het monument op de Afsluitdijk herinnert aan het dichten van dit gat.
 De sluiting van de dijk in mei 1932 Nog zo'n zeven meter breed was het sluitgat waar twee kranen met grijpers bij lagen. Om de beurt namen die een bak vol keileem en stortten dat in het gat waardoor het zeewater nog de Zuiderzee in stroomde. Toen het gat bijna gevuld was, stopten de machines. Aan boord van het vaartuig met officiële gasten werd achtereenvolgens het woord gevoerd door de voorzitter van de Zuiderzeeraad, de hoofdingenieur-directeur van de Zuiderzeewerken en de minister van Waterstaat. Daarna kwamen de kranen opnieuw in actie en enkele minuten later stroomde er geen water meer in de Zuiderzee. Van de verzamelde schepen loeiden de stoomfluiten. Aan de koningin kon worden meegedeeld dat om even na één uur 'de Zuiderzee in het IJsselmeer was overgegaan'. Het zoontje van een polderwerker baggerde over het nieuwe stukje dijk, spoedig gevolgd door anderen.
Oude plannen
De start van het project dat werd aangeduid als de 'afsluiting en gedeeltelijke droogmaking van de Zuiderzee' was in de troonrede van 1913 aangekondigd. Maar de plannen waren veel ouder. Het eerste plan dateerde uit 1677 en was van de hand van Hendric Stevin geweest. Hij had voorgesteld de Noordzee van de Zuiderzee te scheiden om zo een eind te maken aan de herhaaldelijke wateroverlast in de aangrenzende gebieden. Met Stevins ideeën was echter niets gedaan en pas in het midden van de negentiende eeuw zouden er weer voorstellen opduiken. Aanleiding vormden ongetwijfeld de overstromingen rondom de Zuiderzee in 1825, waarbij grote gebieden in de provincies Noord-Holland, Friesland en Overijssel onder water waren kwamen te staan.
Cornelis Lely
Van het ene plan kwam het andere en om enige orde in de plannenchaos te scheppen, besloot in 1886 een aantal particulieren een vereniging op te richten die tot doel had een technisch en financieel onderzoek te verrichten naar de afsluiting van de Zuiderzee, de Wadden- en de Lauwerszee. Deze Zuiderzeevereeniging trok in het najaar een jonge ingenieur aan om het onderzoek te doen: Cornelis Lely. Hij schreef in de vijf jaar dat hij als hoofd van het Technisch Bureau van de vereniging werkte, acht technische nota's. Uitgangspunt voor zijn onderzoek was de vraag waar eventuele afsluitdijken moesten worden gebouwd en hoeveel land zou kunnen worden ingepolderd.
Watersnood 1916
De kennis die Lely had opgedaan bij de Zuiderzeevereeniging, kwam hem goed van pas toen hij in verscheidene kabinetten minister van Waterstaat werd. Hij was degene die als minister in 1892 een staatscommissie instelde om te onderzoeken of en op welke wijze zijn eigen plan uitgevoerd zou kunnen worden. De stormvloed van januari 1916, die overal rondom de Zuiderzee overstromingen veroorzaakte, leverde ten slotte het bewijs dat de Zuiderzeeplannen geen luxe, maar harde noodzaak waren.
Het wetsvoorstel dat in september 1916 aan de Tweede Kamer werd aangeboden, ging opnieuw uit van afsluiting van de Zuiderzee en aanleg van een viertal polders. De beide Kamers stemden in en medio juni 1918 verscheen de Wet tot afsluiting en droogmaking van de Zuiderzee in het Staatsblad.
Kornwerderzand
In januari 1927 werd gestart met de werkzaamheden voor de grote afsluitdijk. De bouwput voor de sluizen bij Den Oever was al begin jaren twintig gemaakt, samen met een werkhaven en een opslagplaats in verband met de activiteiten in het Amsteldiep. Terwijl daar met de bouw van de sluizen werd begonnen, werd op het Kornwerderzand, enkele kilometers uit de Friese kust, de bouwput gemaakt voor de uitwaterings- en scheepvaartsluizen.
 Het monument op de Afsluitdijk, 1951 Bron
Deze informatie is gebaseerd op het boek Plaatsen van herinnering. Nederland in de twintigste eeuw onder redactie van prof. dr. H.W. van den Doel (Amsterdam 2005). In dit boek is meer informatie over deze gebeurtenis te vinden.
Het oorspronkelijke artikel is geschreven door Marie-Louise ten Horn-van Nispen.
terug naar resultaat opnieuw zoeken
|