|
De plaats van de boortoren waarmee het grote aardgasveld van Slochteren is ontdekt, wordt niet gemarkeerd door een monument of een ander herinneringsteken. De plek ligt anoniem in de nabijheid van snelweg A7 tussen de stad Groningen en de Duitse grens. Ergens onder een stukje bouwland bij het Winschoterdiep bevindt zich de in 1968 afgesloten en volgestorte ontdekkingsput met de naam Slochteren 1. Op deze locatie werd op 22 juli 1959 het bekende Groningse gasveld aangeboord.
 Aardgaslocatie bij Slochteren, 1963 De vondst zou in de jaren zestig een ommekeer teweegbrengen in de Nederlandse energiehuishouding. Later, in de jaren zeventig en tachtig, zouden de baten uit het aardgas een belangrijke invloed uitoefenen op het overheidsbudget. De effecten van het aardgas bleven niet beperkt tot de landsgrenzen. Miljoenen Europeanen verwarmen sinds het laatste kwart van de twintigste eeuw hun woningen en kantoren met Gronings aardgas.
Vondst
Niet alleen de plaats van de ontdekking is moeilijk vast te stellen, maar ook het precieze moment van de ontdekking van het Groningse aardgas is dat. Want kan 1959 als het juiste jaar aangeduid worden? Weliswaar is de technische ontdekking met grote nauwkeurigheid te reconstrueren uit de boorverslagen; het bewuste jaar kreeg echter pas met terugwerkende kracht betekenis toen eenmaal duidelijk werd dat het aangeboorde aardgas in de Groningse bodem onderdeel bleek te zijn van een tot dan toe ongekend groot reservoir. Twee zinnetjes verschenen er slechts in Het Vrije Volk van 5 augustus 1959: 'De Nederlandse Aardolie Maatschappij heeft in haar exploratieboring bij Slochteren aardgas aangetroffen. Er zullen productieproeven worden genomen.' De vondst werd pas een jaar later officieel gemeld door het ministerie van Economische Zaken. Er werd slechts mondjesmaat informatie vrijgegeven en op beperkte schaal geboord. De oliemaatschappij had geen winningsvergunning voor het Groningse aardgas en wilde in afwachting daarvan geen grote activiteiten ontwikkelen; dat zou alleen maar concurrenten aantrekken.
Gerichte speurtocht
De ontdekking was niet zomaar een gelukstreffer. Nederland was al vertrouwd met delfstoffen, zoals de Limburgse steenkool en de olie uit Schoonebeek. Op zoek naar olie had de Nederlandse Aardolie Maatschappij (nam), een gezamenlijke onderneming van Shell en Esso, in de jaren vijftig herhaaldelijk aardgas in de bodem van Nederland aangetroffen. Het aardgas werd toen gezien als een bijproduct van oliewinning en had geen bijzondere prioriteit. Het werd tegen een vaste prijs verkocht aan het Staatsgasbedrijf, dat een gasnet beheerde en zorgde voor transport van aardgas naar de Nederlandse huishoudens. Koken op aardgas was in de jaren vijftig al heel gewoon in ons land.
Boorput
Hoewel aardgas werd gezien als een bijproduct, besloot de toenmalige directeur van de nam, H.A. Stheeman, toch al zijn kaarten te zetten op het vinden van meer van deze delfstof. Seismologisch onderzoek had aangetoond dat er in het noorden van Nederland op zo'n 2800 meter diepte veel potentiële olie- en gasvoorraden aanwezig waren. Zo had de nam al in 1955 bij het Groningse Ten Boer, in de buurt van Slochteren, op een dergelijke diepte aardgas aangetoond. Hoewel dit nog niet de gesteentelaag van het Slochterenveld betrof, kwam er veel gas naar boven. Met de nodige moeite werd de boorput ingesloten en voorlopig met rust gelaten. De geologen van de oliemaatschappij waren er echter van overtuigd dat zich onder de aangeboorde geologische formatie een andere, veelbelovende gashoudende laag bevond. Vanwege de olieschaarste ten gevolge van de Suezcrisis in 1956 verlegde het bedrijf alle aandacht weer naar olie, tot het voorjaar van 1959.
 De ingebruikstelling van het aardgasveld, 1963 Bron
Deze informatie is gebaseerd op het boek Plaatsen van herinnering. Nederland in de twintigste eeuw onder redactie van prof. dr. H.W. van den Doel (Amsterdam 2005). In dit boek is meer informatie over deze gebeurtenis te vinden.
Het oorspronkelijke artikel is geschreven door Herman de Jong.
terug naar resultaat opnieuw zoeken
|