Water in overvloedDe Sint Elisabethsvloed van 1421 is een van de bekende feiten uit de vaderlandse geschiedenis. De ramp is het symbool van de voortdurende bedreiging van onze westkust door het water. Bovendien zijn de gevolgen ervan nog steeds zichtbaar in de inmiddels beschermde Biesbosch. Toch is deze zo bekende watersnood er maar één uit een lijst met grote regelmaat weerkerende overstromingen.
De vloed, die op 18 november plaats heeft, wordt gevolgd door vele dijkdoorbraken tijdens de jaarwisseling van 1421 op 1422. Hoog water op de Merwede en de Maas en door de wind opgejaagd zeewater breekt op vele plaatsen door de dijken en vele eilanden lopen onder. Maar ook in 1423 en 1424 (weer op de naamdag van Sint Elisabeth) treden de rivieren buiten hun oevers. De bevolking zoekt een veilig heenkomen elders. Uit de schaarse bronnen die uit die vroege tijd over zijn, blijkt dat overstromingen vaak voorkomen.
Een stad als Dordrecht, gelegen midden in het gevarengebied, moet veel geld besteden aan haar eigen veiligheid, en dus ervoor zorgen dat de dijken tijdig hersteld worden. Het is opmerkelijk, en tegelijk bewonderenswaardig, hoe de Hollanders de bedreigde gebieden blijven bewonen en de aanslagen door het water steeds weer te boven komen. Kennelijk weegt de vruchtbaarheid van de grond en de gunstige ligging voor de handel zwaarder dan het spook van het water. |