Wat vernietigen?
Tot circa 1970 ging archiefselectie vooral over de vraag welke archiefbescheiden van de overheid zonder bezwaar op termijn konden worden vernietigd. Om daaraan zo goed mogelijk tegemoet te komen, werd gewerkt met vaste vernietigingslijsten die tot stand kwamen in overleg tussen de betrokken archivaris en vertegenwoordigers van de betrokken organisatie. Zo werd vanuit de praktijk duidelijk met welke belangen bij selectie rekening moest worden gehouden en hoe de belangen moesten worden afgewogen.
Wat bewaren?
Na die tijd, vanaf circa 1970 ontwikkelde de archiefselectie zich tot een kernactiviteit van archivarissen en informatiebeheerders. Dat was hard nodig want de overheid kreeg sinds de Tweede Wereldoorlog steeds meer taken en de archieven waren explosief gegroeid. Bij het Nationaal Archief verschoof hierdoor de aandacht steeds meer van vernietiging naar bewaring. Daarmee werd de vraag welke bescheiden voor blijvende bewaring in aanmerking komen steeds belangrijker. Tot ongeveer 1990 werd die vraag door archivarissen nog beperkt opgevat. Van elk gevormd archief moest in elk geval de 'kern', die voornamelijk bestond uit beleidsstukken, regelgeving en verslagen, bewaard blijven. Beleidsuitvoering kwam in de regel niet voor bewaring in aanmerking. Maar om de 'kern' van een archief te bepalen, moeten archiefbescheiden allemaal worden geanalyseerd op grond van hun functie binnen dat archief. Dat brengt een intensieve bewerking van elk archief met zich mee.