Back

Collectie 558 Ph.C. Visser

2.21.284


M. Baertl
Nationaal Archief, Den Haag
1990
cc0
This finding aid is written in Dutch.
Download PDF pdf (309,61 kb)
Download XML ead / xml
Search this archive by
Enter your desired search term
Enter your desired inventory number

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok:

Collectie 558 Ph.C. Visser
Visser, Ph.C.

Periode:

1902-1962
merendeel 1902-1955

Omvang:

2.20 meter; 72 inventarisnummers.

Taal van het archiefmateriaal:

Het merendeel der stukken is in het Nederlands

Soort archiefmateriaal:

Normale geschreven, getypte en gedrukte documenten, geen bijzondere handschriften.

Archiefbewaarplaats:

Nationaal Archief, Den Haag

Samenvatting van de inhoud van het archief:

Ph. C. Visser (1882-1955) was diplomaat en alpinist. In 1931 werd hij tot consul-generaal te Calcutta benoemd en daarna was hij achtereenvolgens gezant te Ankara, Istanbul en Pretoria. Op 1 april 1948 volgde zijn benoeming tot ambassadeur te Moskou, waar hij tot november 1949 bleef. Ook was hij na de Tweede Wereldoorlog lid van een internationale grenscommissie voor Griekenland, waarvoor hij enige tijd te Athene verbleef. Vermaardheid verwierf Visser echter vooral op alpinistisch en aardrijkskundig gebied door zijn vier expedities, die hij met zijn vrouw (Jenny Visser-Hooft) ondernam naar Karakorum, het zeer hoge gebergte tussen Kashmir (Himalaya) en Chinees Turkestan. Over deze expedities zijn verschillende boeken en wetenschappelijke opstellen verschenen.
Het archief bevat o.a. stukken betreffende de internationale politieke toestand; foto's en lantarenplaatjes; en een bundel verzamelde kranten- en tijdschriftartikelen betreffende activiteiten en publicaties van hem en zijn echtgenote.

Archiefvormers:

  • Visser, Ph.C.

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

Levensbeschrijving Philips Christiaan Visser

(Schiedam, 8 mei 1882 - Wassenaar, 3 mei 1955)( Afkomstig uit: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden 1955-1956, pag. 128-129. )

Op 3 mei 1955 overleed te Wassenaar op 72-jarige leeftijd Dr. Philips Christiaan Visser. Met zijn dood verloor ons land een groot en goed vaderlander, een bekwaam aardrijkskundige, een geophysicus, een glacioloog, een zeer ervaren en moedige alpinist, een vlotte stylist en een boeiende verteller.

Dr. Visser volgde na zijn H.B.S.-tijd een handelsopleiding, doch daar de handel hem niet lag ging hij in 1919 in diplomatieke dienst bij ons gezantschap te Stockholm. In 1931 werd hij tot consul-generaal te Calcutta benoemd en daarna was hij achtereenvolgens gezant te Ankara, Istanboul en Pretoria. Op 1 april 1948 volgde zijn benoeming tot ambassadeur te Moskou, waar hij tot november 1949 bleef. Ook was hij na de laatste wereldoorlog lid van een internationale grenscommissie voor Griekenland, waarvoor hij enige tijd te Athene verbleef.

Na deze prachtige staat van dienst vestigde hij zich te Wassenaar. Maar zijn grote vermaardheid verwierf Visser op alpinistisch en aardrijkskundig gebied door zijn vier expedities, die hij met zijn vrouw, mevrouw Jenny Visser-Hooft, ondernam naar den Karakorum, het zeer hoge gebergte tussen Kashmir (Himalaya) en Chinees Turkestan. Over deze expedities zijn verschillende boeken en wetenschappelijke opstellen verschenen. Uit die verhandelingen en uit de resultaten van hun tochten blijkt duidelijk dat, alhoewel noch Visser, noch zijn vrouw academisch gevormde aardrijkskundigen, geophysici of geologen waren, steeds een grondig voorbereidende studie van de daarbij betrokken wetenschappen voorafging. Voeg hierbij zijn sportieve opvattingen en zijn groot gevoel voor "fair play", dan is Visser als leider van moeilijke en gevaarlijke ondernemingen enigzins getekend.

Op deze gebieden heeft uit de aard der zaak een beperkte kring van mensen hem leren kennen; maar hoeveel vrienden heeft hij niet gemaakt door middel van zijn lezingen en zijn boeken? Want Visser beschikte naast zijn bovengenoemde eigenschappen in grote mate over de gave van het woord en van de pen. Hij heeft in zijn leven ontelbare lezingen gehouden, niet alleen in Nederland, maar in vele landen ter wereld. Zijn lezingen over alpinisme, over zijn expedities en over zijn verblijf in de Sovjetrepublieken trokken steeds volle zalen en aan de hand van mooie door hem zelf opgenomen lantarenplaatjes hield hij zijn boeiend betoog, doorspekt met rake opmerkingen, vol van humor. Zijn toehoorders hingen dan ook aan zijn lippen. Zelfs tot betrekkelijk kort voor zijn dood trok hij nog door het land van noord naar zuid en hij hield zijn voordrachten avond aan avond, want dan was hij, evenals in de bergen, in zijn element.

Als vriend heb ik Visser jarenlang geregeld mogen ontmoeten en steeds was zo'n ontmoeting een genot voor mij. Zijn sprankelende geest, zijn makkelijke manier van vertellen over personen en toestanden die hij in zijn verschillende ambten had meegemaakt waren dikwijls zeer amusant.

De vele boeken waarin hij met goede stijl het alpinisme beschreef zijn standaardwerken in de alpinistische litteratuur geworden. Uit deze letterkundige bijdragen merkt men nog eens te meer op dat de diplomaat Dr. P. C. Visser in hart en nieren alpinist en ontdekkingsreiziger van het hooggebergte was, maar zijn diplomatieke talenten kwamen voor het welslagen van zijn expedities goed te pas. In Nederlandse bergbeklimmerskringen zal men deze grote figuur, die waarlijk gegrepen en bezield was van de ongeëvenaarde schoonheid der bergen terdege missen.

Zijn lichtend en ondernemend voorbeeld heeft reeds opvolgers gekweekt die de fakkel van hem hebben overgenomen. Ja, om een gemeenplaats totaal verkeerd weer te geven, zou men kunnen zeggen: "Het alpinistische zaad, door hem uitgestrooid, is gelukkig op stevige rotsgrond gevallen."

De herinnering aan Dr. P. C. Visser zal blijven voortleven in boek en geschrift.

J. S. SCHIPPERS

  • 1910 "Boven en beneden de sneeuwgrens", Utrecht.
  • 1913 "Winter in de Alpen".
  • 1925 "Naar Himalaya en Kara-korum", Rotterdam.
  • 1926 "Naar onbekend Midden-Azië: Tusschen Kara-korum en Hindu-Kush" Rotterdam.
  • 1931 "Door de bergwoestijnen van Azië. Derde Karakorum-expeditie", Rotterdam.
  • 1936 "Langs de noordelijke flanken van den Karakorum", Rotterdam.

Verder talloze artikelen van zijn hand in: het Tijdschrift van het Koninklijk Nederlandsch Aardrijkskundig Genootschap, het Geographical Journal, het Zeitschrift für Gletscherkunde. "La Géographie" en "Die Alpen".

Geschiedenis van het archiefbeheer

Aanwijzingen voor de gebruiker

Verwant materiaal

Beschrijving van de series en archiefbestanddelen