2.06.092 Inventaris van het archief van het Bureau voor de Industriële Eigendom (Merkdossiers), 1881-1973 (1981)

Download inventaris als:PDF|XML Download inventaris Download inventaris Sluiten
Taalgebruik in onze archieven Taalgebruik in onze archieven Ik heb het begrepen

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

De archiefvormer is het Bureau voor de Industriële Eigendom (BIE). De taken van dit bureau zijn in het kader van het Project Invoering Verkorting Invoeringstermijn (PIVOT) beschreven in het rapport "Mededingingsbeleid, een institutioneel onderzoek naar het overheidshandelen inzake de economische mededinging over de periode 1946-1998, waaronder inbegrepen het handelen van het Bureau Industriële Eigendom en de Nederlandse Mededingingsautoriteit" (PIVOT-rapport nummer 93).
Het merk is een exclusief onderscheidingsteken van een bedrijf voor de door hem vervaardigde producten. Gebruik van dit merk door anderen is een oneerlijke handelspraktijk en daardoor strafbaar. Hetzelfde geldt voor het namaken van producten waarop dit merk is aangebracht.
Handelsmerken konden, wilden zij worden gewaarborgd tegen dit misbruik, worden gedeponeerd; als uitvoerend bureau diende ingevolge de Merkenwet van 1883 het BIE. Inschrijving was een noodzakelijke voorwaarde om merkrecht te verkrijgen. Het BIE had vanaf de inwerkingtreding van de Merkenwet van 1893 tot 1973 de bevoegdheid de aldaar aangemelde merken te registreren en daarvoor een vergoeding te vragen. Deze registratie sloot echter niet uit dat houders van oudere niet geregistreerde merken hun rechten konden doen gelden (het "declaratieve stelsel"). Merken zijn niet altijd onaantastbaar. Wanneer de benaming van een merk deel gaat uitmaken van het algemeen taalgebruik (het woord aspirientje wordt ook gebruikt voor pillen die niet uit Leverkusen komen!) of het teken te weinig onderscheidend vermogen heeft, vervalt het merk. Het recht op een merk kan worden aangevochten via de civiele rechter. Jurisprudentie ontstaat ook wanneer een beslissing van het BMB (Benelux merkenbureau) bij de rechter wordt aangevochten. Hierover wordt uitvoerig in het tijdschrift De Industriële Eigendom en het Bijblad bij de Industriële Eigendom bericht. Op grond van de geldende jurisprudentie kon het BIE de aanvrage van bepaalde merken toetsen op hun toepasbaarheid (niet: op hun beschikbaarheid). Het BIE kon bovendien naast de rechter als arbitrage-instituut optreden. Merken kunnen ook op verzoek van de merkhouder vervallen worden verklaard wanneer er na een bepaalde periode geen gebruik meer van wordt gemaakt.
Na invoering van de BMW (Benelux Merkenwet) 1971 in 1973 was inschrijving in het depot een noodzakelijke voorwaarde om rechten op een merk te doen gelden: niet ingeschreven merken zijn niet rechtsgeldig (er was dus een "attributief stelsel" ingevoerd.) De Benelux merken dienen rechtstreeks bij het Benelux merkenbureau te worden aangevraagd zonder dat een Nederlandse instantie hierbij een bemiddelende rol vervult.

Geschiedenis van het archiefbeheer

Als uitvloeisel van het meerjarenconvenant, afgesloten op 15 februari 2000 tussen het Ministerie van Economische Zaken, het Ministerie van Binnenlandse Zaken en de Centrale Archief Selectiedienst (CAS) is door de CAS in de periode 2001 - 2002 het archiefbestand bewerkt van de Nederlandse Merkdossiers van het Bureau voor de Industriële Eigendom 1881-1973 (1981), omvang 229 meter.
Overbrenging van een overheidsarchief