Inhoud
Van de in de biografie genoemde functies is het archief maar een gedeeltelijke afspiegeling. Veel stukken zijn concepten van de hand van Furstner. Het lijkt erop dat hijzelf of zijn erfgenamen een selectie hebben toegepast, of dat stukken tevoren verloren zijn gegaan. Furstners jaren bij de Hoogere Marinekrijgsschool en in Frankrijk zijn slechts vertegenwoordigd door een aantal scripties van zijn leerlingen. Zijn functie van chef van de Marinestaf (1936 - 1939) en zijn politieke activiteiten blijven wat dit betreft geheel in het duister. De oorlogsperiode is redelijk goed aanwezig; de jaren als lid van de Raad van State weer minder. Privécorrespondentie is nauwelijks te vinden. Zo informatief sommige persoonlijke aantekeningen uit de oorlog zijn, zo teleurstellend is de collectie over Furstners denken en doen in andere perioden. Dat past bij het gegeven dat Furstner na de oorlog een geringe rol speelde in de openbaarheid, met name na 1962. Hoe anders was dat met Helfrich, die zich bovendien door publicaties over het beleid in Indië verplicht voelde om zijn memoires te schrijven! Ook bij het tot stand komen van die memoires heeft Furstner blijkens Helfrichs voorwoord geen rol van betekenis gespeeld.
Verantwoording van de bewerking
Bij de inventarisatie (ca. 0,50m') bleek het archief volkomen ongeordend te zijn. Slechts een vijftiental dossiers bevatten een min of meer afgerond thema, al zitten ook hier afgedwaalde stukken in: zie inv.nrs. 1-7, 34, 36, 55, 58-59 en 61. Verder bevat vrijwel elk document weer een ander onderwerp. Daarom is een nieuwe indeling gemaakt, mede gebaseerd op de frequentie van stukken over een bepaald thema. Ondanks deze indeling zijn de onderstaande verwijzingen nog van belang bij de raadpleging:
- bij hfdst. III zal men een aantal zaken terugvinden, bv. bij de Enquetecommissie, die reeds onder hfdst. II zijn begrepen;
- bij hfdst. IId is een verwijzing op zijn plaats naar de inv.nrs. 34 en 36;
- t.a.v. de operationele eenheden hfdst. IIh wordt nog verwezen naar de inv.nrs. 46 en 47.
Het concept van deze inventaris is samengesteld door drs G.J.A. Raven, hoofd afdeling Maritieme Historie, terwijl de archieftechnische afwerking van de inventarisatie voor rekening kwam van het Centraal Archievendepot. Deze inventaris werd eerder uitgegeven in de CAD-inventarisreeks onder nr. 29. In 1995 kwam een aanvulling op het archief van een paar centimeter van het instituut voor Maritieme Historie. Deze archiefbescheiden werden afgescheiden uit de voormalige collectie Tweede Wereldoorlog en werden toegevoegd aan de reeds bestaande inventarisnummers 10, 15, 23, 24, 26, 30, 45, 49 en 52-55. Hierbij werd waar nodig de datering aangepast aan de nieuwe situatie.
In 1999 werd in het depot van het Centraal Archievendepot een doos bescheiden aangetroffen met het opschrift Commissie tot herziening van de samenstelling der maritieme middelen in Nederlands-Indië. Nadere beschouwing van de stukken toonde aan dat het hier stukken betrof die Furstner ontving en opmaakte als lid van deze commissie. Hierop werd besloten deze stukken op te nemen in deze inventaris onder inventarisnummer 64.