2.21.057 Inventaris van de verzameling Dumont Pigalle, 1780 - 1800

Download inventaris als:PDF|XML Download inventaris Download inventaris Sluiten
Taalgebruik in onze archieven Taalgebruik in onze archieven Ik heb het begrepen

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

Van Pierre Alexandre Dumont-Pigalle is niet bekend waar hij is geboren. Evenmin wanneer: uit zijn correspondentie is af te leiden dat hij in 1723 of 1724 geboren moet zijn. Omstreeks 1756 vestigde hij zich te Leiden. Hij maakte jarenlang deel uit van het redactiebureau der "Nouvelles Extraordinaires de Divers Endroits", de zgn. Gazette de Leyde.
IJverig patriot, raakte hij tijdens den Engelse oorlog in de actieve politiek betrokken, en is o.a. veel gebruikt door Vérac als tussenpersoon tussen hem en de democraten te Amsterdam. In 1787 week hij naar Frankrijk uit. Met veel politieke personen in aanraking geweest zijnde en sinds lang door zijn positie aan de Gazette de Leyde van veel zaken hebbende vernomen, vatte hij het plan op, over de patriotse woelingen een groot geschiedwerk te schrijven, en bracht hiertoe een grote hoeveelheid documenten van zeer ongelijke waarde bijeen. Hij liet over allerlei plaatselijke gebeurtenissen en toestanden memories opstellen door de lieden die hij achtte het best daarvan op de hoogte te zijn, zond aan onderscheidene personen vragenlijstjes ter beantwoording, verzamelde couranten, manifesten en pamfletten, en schreef op honderden blaadjes zijn eigen herinneringen en opmerkingen neer. Zijn ijver is waarlijk groot geweest; zijn oordeel echter is vrijwel waardeloos als dat van een blind partijman die hij was. Het geschiedwerk heeft hij nooit geschreven.
Na 1795 bleef Dumont-Pigalle te Parijs, waar hij door de ambassadeurs der Bataafse Republiek werd gebruikt voor het stellen van memories, het verzamelen van gegevens, en dergelijk werk. Hij was in zeer behoeftige omstandigheden geraakt. In 1797 was sprake van een gratificatie. In 1800 nam dit plan een gewijzigde vorm aan: hij zou zijn verzameling stukken aan de Bataafse Republiek afstaan voor een geldsom. Op 11 oktober 1800 heeft het Uitvoerend Bewind besloten de verzameling aan te kopen en Dumont Pigalle een pensioen toe te kennen. In juli 1801 is hij in Versailles overleden.

Geschiedenis van het archiefbeheer

In het begin van het jaar 1800 deelde de Agent van Buitenlandse Betrekkingen aan het Uitvoerend Bewind mede, dat hij, op advies van Schimmelpenninck die de verzameling van Dumont Pigalle kende, gunstig over den aankoop dacht, doch niet zou weten of de stukken op de Nationale Bibliotheek zouden kunnen worden geplaatst. Reden voor dezen twijfel gaf hij niet op. Vermoedelijk achtte men het, bij de reeds zeer bekoelde stemming van 1800, onraadzaam zoveel documenten over het revolutionair verleden van een aantal hooggeplaatsten aan het publiek over te leveren.
Intussen deed 25 juli 1800 Dumont-Pigalle het voorstel, zijn papieren aan het Bataafse gouvernement na te laten, mits hij ontving f 14.000 in eens, en verder een jaargeld van f 1200, te rekenen van af 1 januari 1798. Op 9 augustus 1800 besloot het Uitvoerend Bewind, dat Schimmelpenninck moeite zou doen voor "min onereuze" voorwaarden. Bij secreet besluit van 11 oktober 1800 wordt Schimmelpenninck gemachtigd de verzameling aan te kopen voor f 10.000, de helft nu, de andere helft na overlijden aan de weduwe uit te keren.
Bij secreet besluit van 21 Juli 1801 wordt, op bericht van Schimmelpenninck dat Dumont-Pigalle overleden is, besloten de verzameling voorlopig in het archief van het gezantschap te Parijs te doen bewaren. Bij missive van 17 augustus 1801 meldt Schimmelpenninck, dat hij de verzameling volgens inventaris overgenomen heeft. Deze inventaris is opgemaakt door de zoon van Dumont-Pigalle en afgesloten 8 augustus 1801. Hij werd door Schimmelpenninck als bijlage van de brief van 17 augustus 1801 overgezonden. Op de omslag staat: "no. 4 ontv. 20 Aug. 1801", hetgeen overeenkomt met de "notulen" van het Agentschap van Buitenlandse Betrekkingen. Bij zijn missive van 17 augustus geeft Schimmelpenninck te kennen, "dat hij thans de dispositie van het Uitvoerend Bewind nopens voorsz., collectie zou afwachten, terwijl hij, bij aldien hetzelve mogt goedvinden voorsz. papieren te Parijs te laten blijven, het alsdan dienstig zijn zoude, dat hem eene copie der Catalogus wierd toegezonden, om bij die stukken bewaard te worden." Een nader besluit van het Uitvoerend Bewind, of van het opvolgend Staatsbewind, te dezer zake is niet aangetroffen.
In 1854 werd het Parijse legatie-archief door Bakhuizen van den Brink voor het Rijksarchief overgenomen van het Departement van Buitenlandse Zaken.

De verwerving van het archief

Het archief is door aankoop verworven.