2.21.099 Inventaris van het archief van H.A. von Kinckel [levensjaren 1747-1821], (1751) 1773-1817

Download inventaris als:PDF|XML Download inventaris Download inventaris Sluiten
Taalgebruik in onze archieven Taalgebruik in onze archieven Ik heb het begrepen

Inhoud en structuur van het archief

Inhoud

De groote waarde van Von Kinckel-papieren is reeds door dr. R.C. Bakhuizen van den Brink in het licht gesteld in zijn schrijven van 28 Juli 1854 aan den Minister van Binnenlandsche Zaken: “De memoriën en briefwisselingen van Von Kinckel zijn voor de geschiedenis hoogst belangrijk … Zijne met talent en geestigheid geschrevene memoriën bevatten een schat van bijzonderheden, die men vergeefs elders zoekt.”
Zie: R. Fruin, De Gestie, blz. 9.
) Vooral het feit, dat Von Kinckel met vele bekende figuren uit zijn tijd, zooals Von Hardenberg, Burke, Grenville, Van de Spiegel e.a. in relatie heeft gestaan, geeft aan zijn papieren groote beteekenis.

Verantwoording van de bewerking

Er bleven na deze inventarisaties nog verschillende stukken over, die gedeeltelijk een particulier karakter droegen of althans moeilijk in een der bestaande verzamelingen konden worden ondergebracht. Deze zijn thans in den hier volgenden inventaris beschreven.

Ordening van het archief

De verzameling is verdeeld in vijf afdeelingen en een aanhangsel. De eerste afdeeling omvat de stukken van vóór 1789, het jaar van Von Kinckel’s benoeming tot gezant. Deze afdeeling is weder in drie onderafdeeling verdeeld, waarvan de eerste “Zeezaken” verwijst naar den inventaris van dr. J. de Hullu; de tweede bevat de stukken, die betrekking hebben op Von Kinckel’s optreden als officiëus agent van de stadhouderlijke partij in den Patriottentijd, en een derde onderafdeeling omvat “Varia”. De tweede afdeeling loopt over het tijdvak 1789-1795 en verwijst naar den inventaris van het Legatie-archief terwijl de derde afdeeling stukken bevat uit den tijd, gedurende welke Von Kinckel niet in Nederlandschen dienst was (1795-1814). De vierde afdeeling behelst particuliere stukken uit het tijdvak van 1814 tot 1821 en verwijst naar den inventaris van J.C. Beth. Stukken, waarvan de tijd van herkomst onbekend is, zijn in de vijfde afdeeling ondergebracht. In een Aanhangsel ten slotte zijn brieven van derden aan derden vermeld, waarvan niet kon worden aangetoond, dat zij als bijlagen gediend hebben van door Von Kinckel ontvangen bescheiden benevens enkele stukken, die bij geen van den andere afdeelingen konden worden ondergebracht.