2.21.402 Inventaris van het archief van P. Spies [levensjaren 1904-1963], 1946-1962

Download inventaris als:PDF|XML Download inventaris Download inventaris Sluiten
Taalgebruik in onze archieven Taalgebruik in onze archieven Ik heb het begrepen

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

Levensloop
Het merendeel van de biografische gegevens van P. Spies werd vriendelijk verstrekt door mevr. drs. A. Mansfeld van het Koninklijk Instituut voor de Tropen te Amsterdam.
Paulus Spies werd geboren te Rotterdam op 16 december 1904 te Rotterdam. Na zijn middelbare schoolopleiding trad hij in dienst van de Javasche Bank, die als circulatiebank van Nederlands-Indië fungeerde. Vanaf 1928 was zijn standplaats Soerabaja; daarna werkte hij bij andere agentschappen, laatstelijk te Pontianak op Borneo. In 1947 werd hij benoemd tot direkteur van de Bank te Batavia.
De veranderende politieke situatie in Indonesië betekende een toenemende onzekerheid voor zijn positie bij de Javasche Bank. Spies was een tegenstander van de politiek van Soekarno om te komen tot een centraal geleide eenheidsstaat en was een voorstander van een meer federale staatsopbouw. In dit verband kan zijn vriendschap met Sultan Hamid van Pontianak worden genoemd, die President van de deelstaat West-Borneo was
Zie inventarisnummer 22.
.
In 1952 werd hem door de Indonesische regering verzocht zich, na afloop van zijn termijn, niet meer beschikbaar te stellen als direkteur. Hij werd aangesteld als adviseur van de direktie van de inmiddels genationaliseerde en tot Bank Indonesia omgedoopte Javasche Bank. Toen in 1954 de anti-Nederlandse stemming in Indonesië toenam verloor hij ook deze funktie en verliet hij het land.
In de jaren na zijn vertrek bij de Bank reisde hij veel, vooral in Azië; enkele malen per jaar bezocht hij Washington en New York. Eind januari 1963 arriveerde hij in Laos waar op dat moment een burgeroorlog woedde. Aan de Nederlandse consul aldaar vertelde hij dat hij als amateur-natuur-historicus, geïnterresseerd was in het bezoeken van diverse plaatsen in het centrale deel van dat land.
Op 5 februari 1963 werd hij samen met zijn tolk vermoord door communistische guerrilla's. Hij werd in Loeang Prabang met Amerikaanse militaire eer begraven.

Geschiedenis van het archiefbeheer

De archivalia in de nalatenschap van Paul Spies werden door zijn executeuren-testamentair overgedragen aan het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (thans Nationaal Instituut voor Oorlogsdocumentatie) te Amsterdam, die de stukken later heeft doorgegeven aan de Rijkscommissie voor de Vaderlandse Geschiedenis (thans Instituut voor Nederlandse Geschiedenis) te Den Haag. Deze laatste instantie droeg het bestand, omvang 1 meter, in 1970 over aan het Algemeen Rijksarchief aldaar
Zie archief van de Tweede Afdeling van het Algemeen Rijksarchief 1970, D 6.53.
.
Aanvankelijk was het archief slechts toegankelijk via de opschriften in potlood op de eerste vier dozen en door middel van een uiterst summier lijstje van de inhoud van de dozen V en VI; de laatste twee dozen waren in het geheel niet beschreven. Naar aanleiding van een onderzoek door een historicus is onlangs overgegaan tot een definitieve beschrijving.
Daarbij kwam als meest opvallende feit naar voren dat het archief niet alleen door Spies is gevormd, maar dat ook archivalia van zijn mede-direkteur H. Teunissen, van de President van de Javasche Bank R.E. Smits en van R.M. Margono Djojohadikoesoemo, President van de Bank Negara, de Republiekeinse tegenhanger van de Javasche Bank, deel uitmaken van het bestand. Tenslotte werd nog een serie code-telegrammen aangetroffen, die tot het kabinetsarchief van de direkteur van de Bijbank van de Javasche Bank te Amsterdam moeten hebben behoord
Het archief van de Bijbank van de Javasche Bank te Amsterdam werd ca. 1985 overgebracht naar de Bank Indonesia te Djakarta (Vriendelijke mededeling van de N.V. Indover Bank te Amsterdam, de rechtsopvolger van de Bijbank.)
Gezien de beperkte omvang van het bestand is, per archiefvormer, een chronologische indeling toegepast, zonder nadere onderverdeling.
Tijdens de inventarisatie werd ontdekt dat de Hoge Vertegenwoordiger van de Kroon in Indonesië, L.J.M. Beel, en de fractievoorzitter van de Katholieke Volkspartij in de Tweede Kamer, C.P.M. Romme, de telegraafdienst van de Javasche Bank gebruikten om elkaar berichten over de politieke situatie in Indonesië resp. Nederland en inzake de onderhandelingen tussen de beide landen toe te zenden
Zie inventarisnummers 11 en 34-36.
.
P. Spies was ook een verdienstelijk amateur-fotograaf. Het grootste deel van zijn fotocollectie berust bij het Koninklijk Instituut voor de Tropen te Amsterdam. Een album, gemerkt IX, met door hem in de jaren 1959-1960 op Ceylon, in Kuala Lumpur, Amsterdam en New York gemaakte foto's, dat tijdens de inventarisatie werd aangetroffen, is aan deze instelling overgedragen omdat het een aanvulling vormt op een aldaar reeds berustende serie.
Een filmrol met het opschrift "Skiër" (zonder datum) was kort na de verwerving van het archief al overgedragen aan de Rijksvoorlichtingsdienst, afdeling Filmproduktie, thans het Nationaal Audiovisueel Archief te Hilversum.
Een aantal stukken van persoonlijke aard is overgedragen aan de nicht van P. Spies, mevrouw prof.dr. M. Spies te Amsterdam. Het betreft hier een portretreliëf in was van P. Spies door M.A. de Wijs-Mouton (ca. 1920), negatieven van foto's van twee dames (1956), twee foto's van de moeder van P. Spies, M.D. Spies-van der Linden (z.d.), een ketting van gekleurde glazen kralen, waarschijnlijk afkomstig uit een Aziatisch land en een portemonnee met enkele Thaise muntjes en een sleuteltje.

De verwerving van het archief

Schenking (van een niet overheidsarchief)