Woorden doen er toe. Daarom hebben we in dit artikel onze woorden zorgvuldig gekozen. De betekenis van woorden is niet voor iedereen duidelijk of gelijk. Daarom lichten we hier een aantal begrippen toe:
Lhbtiq+ staat voor lesbische, homoseksuele, biseksuele, transgender, intersekse en queer mensen. De + staat voor alle andere manieren waarop mensen zichzelf, hun gender of hun seksualiteit kunnen benoemen. Dit begrip gebruiken we wanneer er aandacht is voor de gehele gemeenschap.
Lhb staat voor lesbische, homoseksuele en biseksuele mensen. Dit begrip gebruiken we wanneer er specifiek aandacht is voor seksuele geaardheid.
Discriminatie van lhbtiq+ personen kent een lange geschiedenis in Nederland. Deze discriminatie heeft verschillende vormen, zoals pesten, fysiek geweld en straffen. Het doel is echter altijd hetzelfde: het onderdrukken van mensen die volgens de samenleving niet genoeg in het hokje ‘man’ of ‘vrouw’ passen.
Homoseksualiteit wordt eeuwenlang behandeld als ‘zonde’ of ‘ziekte’. Seksueel contact tussen mensen van hetzelfde geslacht is vanaf tenminste de vroege Middeleeuwen op veel plekken strafbaar. In het begin van de 18e eeuw worden lhb personen in Nederland actief vervolgd. Tussen 1730 en 1733 worden meer dan driehonderd mannen berecht. Ongeveer tachtig mannen worden ter dood veroordeeld. Ook vrouwen worden in de 18e eeuw vervolgd, al krijgen zij niet de doodstraf.
In 1811, wanneer Nederland een onderdeel is van Napoleons Frankrijk, wordt de Code Pénal ingevoerd. Seksueel contact tussen mensen van hetzelfde geslacht is dan niet meer strafbaar. Andere manieren om lhb personen te straffen blijven echter wel bestaan.
Artikel 248bis
Honderd jaar later keert lhb-discriminatie terug in de Nederlandse wet. De Code Pénal is in de tussentijd vervangen door het Wetboek van Strafrecht. Het Wetboek legt de leeftijdsgrens voor seksueel contact op 16 jaar. Seksueel contact is dus verboden als één van de personen 15 jaar of jonger is.
In 1911 wordt met de ‘Zedelijkheidswet’ artikel 248bis aan het Wetboek toegevoegd. Dit artikel creëert een nieuwe leeftijdsgrens van 21 jaar specifiek voor seksueel contact met iemand van hetzelfde geslacht. Dit zou jongeren zogenaamd moeten ‘beschermen’ tegen de ‘verleiding’ van homoseksualiteit. Daarbij koppelt het artikel homoseksualiteit aan pedofilie, waarmee er nog een excuus voor discriminatie wordt gecreëerd.
Duizenden mensen (voornamelijk mannen) worden vanaf 1911 op basis van 248bis veroordeeld. Mannen die niet voldoen aan het beeld van een ‘echte man’ moeten constant vrezen voor vervolging of zich gedwongen anders voordoen. Daarnaast maakt de politie van de wetgeving gebruik om bijeenkomsten van homoseksuele, lesbische en biseksuele personen te bespioneren, onderbreken en verbieden.
De strijd tegen artikel 248bis komt langzaam op gang. Weinig mensen durven openlijk op te komen voor lhb-rechten, mede door het gebrek aan acceptatie in de samenleving. Maar er zijn uitzonderingen. In 1912 richt Jacob Schorer het Nederlandsch Wetenschappelijk Humanitair Komitee (NWHK) op naar Duits voorbeeld. Het NWHK zet zich in voor gelijke rechten voor homoseksuele mensen en het verspreiden van wetenschappelijke kennis om vooroordelen te bestrijden. Schorer heft de groep na de Duitse inval in 1940 op om vervolging door de Nazi’s te voorkomen.
COC
Vanaf 1946 zet de nieuw opgerichte ‘Shakespeare Club’, die na een naamswijziging doorgaat als het Cultuur- en Ontspanningscentrum (COC), de strijd tegen 248bis door. Het COC zet zich vooral in om een veilige omgeving voor homoseksuele mensen te creëren zonder zich openlijk tegen de overheid te verzetten.
Deze voorzichtige aanpak van het COC en de verhullende namen maken duidelijk dat de activisten hun strijd ook na de oorlog nog niet openlijk durven te voeren. Deze angst heeft een goede reden. Vervolging op basis van artikel 248bis bereikt in de jaren ’50 een hoogtepunt en werkgevers, waaronder de overheid, weigeren lhbtiq+ personen aan te nemen.
Daarnaast worden de leden van het COC en andere activisten bespioneerd en tegengewerkt door de politie. In het Nationaal Archief liggen stapels politieregisters met uitgebreide beschrijvingen van mensen met relaties met hetzelfde geslacht en kleurenschema’s van wie seksueel contact had met wie. Vanwege de aanwezigheid van persoonsgegevens zijn deze registers niet openbaar.
Vanaf de jaren ’60 neemt het publieke verzet tegen 248bis toe. Steeds meer lhb personen komen openlijk uit voor hun geaardheid. Sommige activisten schrijven brieven naar het Ministerie van Justitie om te klagen over de politieregisters. Zij eisen daarbij ook de afschaffing van artikel 248bis. Het ministerie ziet echter geen noodzaak om veel met deze brieven te doen.
Studentenbeweging
Onder studenten groeit in de jaren ’60 een sterk verlangen naar publieke actie. Omdat jongeren door artikel 248bis geen lid mogen worden van het COC, richten zij in verschillende steden studentenbewegingen op. Deze groepen werken vanaf 1968 samen onder de naam Federatie Studenten Werkgroepen Homoseksualiteit (FSWH). De FSWH organiseert confronterende acties om het taboe rondom homoseksualiteit te doorbreken, zoals zoenacties op openbare plekken.
Eerste demonstratie
In 1969 organiseert de FSWH een demonstratie tegen artikel 248bis. Dit is (voor zover bekend) de eerste openbare demonstratie voor lhb-rechten in Europa. Zo’n honderd studenten eisen op het Binnenhof in Den Haag de afschaffing van artikel 248bis. Mede dankzij deze jongeren groeit de steun in de samenleving voor lhb-rechten.
In 1969 brengt de Gezondheidsraad op verzoek van de Minister van Justitie een rapport uit over de mogelijke afschaffing van artikel 248bis. Volgens dit rapport bestaat er geen ‘gevaar’ op ‘verleiding’ tot homoseksualiteit. Het artikel kan daarom afgeschaft worden. Het schadelijke idee dat homoseksualiteit een ‘ziekte’ zou zijn, wordt door het rapport niet tegengesproken. Desondanks draagt het advies bij aan de uiteindelijke afschaffing van het artikel in 1971.
Vervolg
De afschaffing van 248bis maakt lhb-discriminatie voor het eerst echt onderwerp van gesprek in de maatschappij. Vervolgens wordt discriminatie met de grondwetswijziging van 1983 verboden. Zo verandert de overheid in 12 jaar van onderdrukker tot beschermer, tenminste op papier. Daarmee is echter geen einde gekomen aan lhbtiq+-discriminatie. Tot op de dag van vandaag vindt er geweld tegen en onderdrukking van lhbtiq+ personen plaats. Veel van de oude vooroordelen rondom homoseksualiteit worden nu ingezet tegen trans personen. Organisaties als het COC zetten hun strijd voor gelijkwaardigheid en rechtvaardigheid daarom voort.
Onderstaande gegevens zijn nodig om de archiefstukken op te vragen in het Nationaal Archief. Gedigitaliseerde stukken kunnen in hoge kwaliteit gedownload worden.
Zedelijkheidswet (1911)
Inventaris van het archief van het Kabinet der Koningin, (1814) 1898-1945 (1988)
2.02.14, inventarisnummer 5689
Nog niet digitaal beschikbaar
Protestbrief (29 december 1967)
Inventaris van het archief van het Ministerie van Justitie: Wettendossiers, (1831) 1850-2005 (2013)
2.09.47, inventarisnummer 722
Nog niet digitaal beschikbaar
Foto Demonstratie (1969)
Fotocollectie ANEFO, 1945-1989. Fotograaf: Jac de Nijs.
2.24.01.05. 922-0285
Foto Demonstratie (1969)
Fotocollectie ANEFO, 1945-1989. Fotograaf: Jac de Nijs.
2.24.01.05. 922-0288
Foto Demonstratie (1969)
Fotocollectie ANEFO, 1945-1989. Fotograaf: Jac de Nijs.
2.24.01.05. 922-0290
Afschaffing artikel 248bis (8 april 1971)
Inventaris van het archief van het Kabinet der Koningin, 1946-1975 (1985)
2.02.20, inventarisnummer 12460
Nog niet openbaar beschikbaar