Aan het front

Libanon

#De burgeroorlog in Libanon (1975-1990) kost aan ongeveer 250.000 mensen het leven. In dit ingewikkelde conflict staat een aantal christelijke groeperingen die op het Westen georiënteerd zijn tegenover verschillende islamitische partijen die willen optrekken met Arabische landen en volken. In aanloop naar de oorlog hebben christenen de meeste bestuursfuncties in Libanon in handen. Dit zorgt voor onvrede bij de islamitische bevolking. 

Rond 1970 verdrijft Jordanië de Palestijnse militaire organisatie PLO. Die vestigt zich vervolgens in Libanon. De spanningen lopen snel op. Op 13 april 1975 breken de eerste grote gevechten uit in de hoofdstad Beirut. De PLO valt vanuit Libanon ook doelen in Israël aan. Dat land steunt daarom vanaf het begin van de jaren 80 de christelijke Libanese strijdkrachten. Daardoor escaleert het conflict nog verder. 

In 1989 komen de gevechten ten einde en wordt het Vredesakkoord van Taif getekend. Bijna alle betrokken partijen worden in 1991 ontwapend.

Bloedbad Karantina

Het bloedbad van Karantina is een bomaanslag op 18 januari 1976 in het oosten van Beiroet, een grotendeels Palestijns-islamitisch gebied. Bij deze actie van rechtse, christelijke Libanese militaire groepen komen naar schatting 1.500 mensen om. 

Nicaragua

#Al sinds de onafhankelijkheid van Nicaragua in 1838 vechten conservatieven en liberalen om de macht. Van 1903 tot 1933 wordt het land zelfs bezet door de Verenigde Staten. Daarna komt de macht in handen van de conservatieve familie Somoza die het land decennialang regeert. 

Er is veel weerstand tegen hun dictatoriale en corrupte bewind. In 1961 voegen linkse tegenstanders van de Somoza-familie zich samen in het Sandinistische Bevrijdingsfront, vernoemd naar de historische rebellenleider Augusto César Sandino. Op 22 augustus 1978 nemen de Sandinisten de leden van het Nicaraguaanse parlement in gijzeling. Daarna volgen overal in het land guerrilla-aanvallen. De regering van president Anastasio Somoza weigert echter verkiezingen toe te staan. 

Pas op 17 juli 1979 verlaat hij het land, op aandringen van de Amerikaanse ambassadeur om zo meer bloedvergieten te voorkomen. Er zijn dan al 50.000 mensen omgekomen. Twee dagen later trekken de Sandinisten de hoofdstad Managua binnen en vestigen daar een nieuwe regering.

Noord-Ierland

#Als de republiek Ierland in 1921 onafhankelijk wordt, blijft Noord-Ierland bij het Verenigd Koninkrijk horen. De Noord-Ierse bevolking bestaat voor een deel uit mensen die graag bij Ierland willen horen; zij worden de nationalisten genoemd en zij zijn katholiek. Een andere groep is juist voorstander van de unie met Engeland; dat zijn de unionisten en zij zijn protestant. 

De tegenstellingen en vijandigheid tussen deze twee bevolkingsgroepen zorgen voor voortdurende spanningen. Daar komt bij dat de Noord-Ierse regering protestant is en zich helemaal richt op Engeland. Katholieke Noord-Ieren voelen zich daardoor nooit als volwaardige burgers behandeld. 

De strijd tussen katholieken en protestanten wordt gewelddadiger als vanaf 1966 de acties van de paramilitaire organisaties IRA (katholiek) en UVF (protestant) in aantal en hevigheid toenemen. Dat is het begin van ‘The Troubles’. 

Deze komen in 1971-72 tot een gewelddadige uitbarsting. Die escaleert nog verder als Engeland ook militairen naar het gebied stuurt, dat onderdeel is van het Verenigd Koninkrijk.

In 1998 komt met het Goedevrijdagakkoord een einde aan de gewapende strijd.

Spaanse Burgeroorlog

#In 1931 komt een voorlopig einde aan de monarchie in Spanje. De republikeinse regering dwingt de zittende koning Alfons XIII min of meer om af te treden. De beginjaren van deze Tweede Spaanse Republiek zijn onrustig. Regeringen van links en rechts volgen elkaar in hoog tempo op, wat zorgt voor een grote politieke instabiliteit.

Na de verkiezingen van februari 1936 lopen de spanningen snel hoog op. De verzameling linkse partijen die zich Frente Popular (Volksfront) noemt, komt als winnaar uit de bus. Zij formeren een links-republikeinse regering. Dat valt verkeerd bij de conservatieve en monarchistische krachten in het Spaanse leger. 

Een groep officieren pleegt op 16 juli een militaire staatsgreep. Overal in het land breken gevechten uit tussen aanhangers van de monarchistische coupplegers aan de ene kant en republikeinse regeringsaanhangers aan de andere kant. De burgeroorlog is een feit.

Vanaf dat moment vechten de rechtse militairen onder aanvoering van generaal Francisco Franco tegen de aanhangers van de gekozen regering. Daarbij worden tienduizenden inwoners van het land gedood, vaak vanwege hun politieke standpunten. Ook andere landen raken er bij betrokken. Portugal en Nazi-Duitsland steunen generaal Franco, terwijl de regering kan rekenen op steun van Mexico en de Sovjet-Unie.

De grote Spaanse steden Barcelona en Madrid blijven lang in handen van de regering. Maar in januari 1939 valt Barcelona in handen van de troepen van generaal Franco. Dat is een grote klap voor het republikeinse verzet tegen de opstand. Ook besluiten enkele Europese landen, zoals Engeland en Frankrijk, om het regime van Franco te erkennen. Niet lang daarna (april 1939) trekt Franco de hoofdstad Madrid binnen, en komt een einde aan de Spaanse Burgeroorlog. Generaal Franco neemt de leiding over het land op zich. Een decennialange dictatuur begint. Pas na het overlijden van Franco in 1975 krijgt Spanje weer een koning.

Vietnam

#In 1954 vindt in Genève een internationale conferentie plaats om een einde te maken aan de dekolonisatieoorlogen in Korea en in de voormalige Franse kolonie Indochina. Een van de uitkomsten van deze conferentie is dat Vietnam langs de 17e breedtegraad verdeeld zal worden in een noordelijk deel met een communistische regering en een zuidelijk gedeelte. Dat nieuwe Zuid-Vietnam is meer op het westen gericht en geniet de bescherming geniet van de Verenigde Staten. 

De afspraken van Genève brengen geen oplossing in Vietnam. In 1957 wordt de Vietcong opgericht, die actief strijd gaat leveren om de Zuid-Vietnamese regering omver te werpen en heel Vietnam te verenigen onder Noord-Vietnamese, communistische leiding. 

De Verenigde Staten zijn bang voor een uitbreiding van de communistische invloed in Azië. Zij proberen daarom de regering van Zuid-Vietnam vanaf het begin vooral financieel en militair zoveel mogelijk te steunen. In de loop van het conflict raken de Verenigde Staten echter steeds openlijker betrokken bij de oorlogshandelingen. Het zogeheten Tonkin-incident van begin augustus 1964 vormt wat dat betreft een keerpunt. De Verenigde Staten grijpen vermeende aanvallen van Noord-Vietnamese patrouilleboten op een Amerikaanse torpedojager in de Golf van Tonkin aan om zich direct en actief te gaan mengen in de oorlogshandelingen. Daarmee escaleert de Vietnamoorlog snel.

In de Verenigde Staten neemt de kritiek op de oorlog in de jaren 60 snel toe; zeker als er steeds meer dodelijke slachtoffers vallen, zowel aan Amerikaanse als aan Vietnamese kant. Ook wordt in de loop van de tijd duidelijk dat de Amerikaanse troepen deze oorlog niet zullen kunnen winnen zonder enorme verliezen. Vanaf het aantreden van president Nixon in 1969 schuift de politiek van Amerika meer op naar hoe er een einde aan de oorlog zou kunnen komen. Uiteindelijk komt op 30 april 1975 een officieel einde aan de Vietnamoorlog.

Tet-offensief

Het Tet-offensief is een grootschalige aanval van de Vietcong op meer dan 100 Zuid-Vietnamese steden en dorpen aan het begin van 1968. Onderdeel van dit offensief is ook een aanval op de Amerikaanse ambassade in Saigon. 

Cambodja

#Het conflict dat in de jaren 70 op Cambodjaans grondgebied wordt uitgevochten, is eigenlijk een voortzetting van de Vietnamoorlog. 

De Cambodjaanse regering steunt de Amerikaanse strijd tegen het communisme. Vietnamese communisten proberen daarom de regering af te zetten. De communistische strijdkrachten staan onder aanvoering van Pol Pot. Deze weet ook de steun te verwerven van de in 1970 afgezette Cambodjaanse koning Norodom Sihanouk. Mede daardoor krijgt de Rode Khmer in toenemende mate aanhang onder de Cambodjaanse bevolking.

De Rode Khmer verovert vanaf het begin van de jaren 70 steeds grotere delen van het Cambodjaanse grondgebied. In april 1975 slaagt zij er zelfs in om de hoofdstad Phnom Penh in te nemen. 

Pol Pot wordt dictator van het land en begint zijn gruwelijke bewind dat tot 1979 zal voortduren. Naar schatting kost die dictatuur van de Rode Khmer in de loop van de jaren tussen 1975 en 1979 in totaal 1,7 tot 2 miljoen mensen het leven.