Mijn verdere jeugd
Als “teenager” was ik geintresseerd in athletiek en was lid van een vereniging. Een dag zou ik na de training mijn lidmaatschap betalen en had daarom geld meegenomen. Dit werd in de kleedkamer gestolen en ik naar het politiebureau om aangifte te doen. Een politieman vroeg mij of mijn vader bij de politie was geweest. Mijn antwoord was ja. Hij vroeg hoe het met hem was en wij hadden een lang gesprek. Hij vertelde mij dat ik trots op hem moest en vulde dit aan met een beduidend aantal positieve eigenschappen die mijn vader had...... Een opluchting voor een jong iemand!
OK, ik ging dus naar de ambachtschool. Daar kreeg ik bij een uitstekende vakleraar een gedegen vakopleiding. Toen vader weer thuis was en de situatie tot enige rust was gekomen nam ik ook deel aan een avondschool en kon later een middelbaar vakdiploma halen. In militaire dienst kreeg ik een interessante specialisten opleiding waarvan ik later veel nut heb gehad.
Toch kwam er nog een laatste dreun die toe te schrijven is aan de oorlog! Als gezonde bijna volwassene kreeg ook ik natuurlijk contact met de andere sekse. Het was echter de moeilijkheid om deze mee naar huis te nemen en haar aan mijn ouders voor te stellen. Ik was bang dat een en ander uit zou komen met als gevolg het risico van de verdrietige scheiding van een ingegane relatie. Een gevoel van onzekerheid, onlust, schaamte weerhield mij om een vaste relatie aan te gaan. In deze tijd emigreerden vele jonge mensen. Ook ik zag dat als een oplossing en vertrok weliswaar niet overzee maar ik wilde weg van het psychologische juk. Goed begrepen vluchtte ik en wilde met een schone lei beginnen.
In mijn nieuwe vaderland is het mij goed gegaan. Ik genas snel van het onderdrukte gevoel en mijn werkgevers hebben mij opdrachten gegeven die mij de onzekerheid snel weg namen en waarvan ik in Nederland alleen maar van had kunnen dromen. Later ben ik ook een eigen zaak begonnen die nu door onze zoon is overgenomen.
Nu woon ik meer dan 50 jaar in het buitenland en droom in het “buitenlands”, heb een fijne vrouw, kinderen en kleinkinderen en ben zeer tevreden. Ondanks alles heb ik veel geluk gehad en ben daar dankbaar voor. Mijn bedroefdheid kent geen grenzen als ik denk aan alle diegene die aan het oorlogs geweld hebben geleden.
EindwoordIk heb het misschien gemakkelijk voor het zeggen en neem daarvoor de kans waar met de raad van een van mijn verstandige grootouders:
• Geloof nooit aan wereldverbeteraars ! • Begeef je niet in het gevaar dan kom je er ook niet in om. • Zoek naar feiten, geloof niet in geroddel.
Moge dit epistel als voorbeeld dienen voor anderen een uitweg te vinden.
Cor