Ach, Befreiung nennen Sie das

12-04-1945 tot 13-04-1945, Assen

Bijna twee jaar van mijn leven werkte ik als ‘Zwarte-Kruis-zuster-in-opleiding’ in de stichting ‘Licht en Kracht’ te Assen.

Story Archive

De Geneesheer-Directeur Dr. Van de Graaf had – hoe moedig - geweigerd om vrijwillig zijn joodse patienten uit te leveren. Ook verleende hij zonder veel vragen medisch studenten onderdak die geweigerd hadden de z.g. loyaliteitsverklaring te tekenen. Zo behoedde hij hen voor de Arbeitseinsatz.

Ik was één van hen. Ik sopte bedden, verschoonde incontinente vrouwen, hielp bij electroshocktherapie, ‘kamde luizen’, hielp bij uit- en aankleden van patiënten en deed dienst in spoelkeuken en strijkkamer.

We maakten lange dagen (gemiddeld 57 uur in de week) en de verdienste was laag (bruto fl. 20,- per maand plus kost en inwoning). Maar nu kwam het eind in zicht. Geruchten. De bevrijders. Ze waren onderweg. Zou de langgekoesterde, kinderlijke droom werkelijkheid worden? Op een zonnige morgen zouden we wakker worden en dan zouden 'ze' weg zijn.

In de namiddag klonken er schoten, was er geloop van gewapende Duitsers over het stichtingsterrein naar de loopgraven achter onze gebouwen. Geklos van laarzen, bevelen. Wat zou de nacht brengen?

Al die tachtig deels verwarde, onrustige vrouwen, die normaliter op grote slaapzalen op de eerste verdieping de nacht doorbrachten, konden daar nu niet heen. Matrassen naar beneden sjouwen, provisorische bedden op de grond gereedmaken. We waren allen wakker en probeerden kalm te blijven.

Tegen de ochtend was er stilte. Toen de dag aanbrak en we ons voorzichtig naar buiten waagden, bleek de droom werkelijkheid geworden: daar stonden ze, gezonde, lachende , kauwgum kauwende of rokende, gebruinde kerels, de Canadezen. En wat waren ze gróót, een soort reuzen in onze ogen.

In een oogwenk waren ze omringd door een schare jonge verpleegsters. Van alle paviljoens kwamen ze aangelopen. Lachen, huilen, jubelen, huppelen, dansen.... We zijn bevrijd. Waar kwaen de oranje rozetten toch vandaan, die we opeens allemaal op onze witte schorten dragen? 'Are you nurse, my heart is ill' is het eerste Engels dat ik hoorde.

Helaas kon ik onze Joodse onderduikster van de afdeling niet verleiden mee naar buiten te gaan. Ze durfde niet. Nòg niet. Het oorlogsgeweld buiten bracht één gewonde Duitse soldaat bij ons binnen. Hij werd in afwachting van zijn opname elders op een veldbed in de z.g. dokterskamer gelegd. Ik had daar dienst.

Gek, geen enkel vijandig gevoel komt meer boven. ’t Is gewoon een gewonde, verslagen man. Als ik binnenkom vraagt hij, wijzend op de oranjestrik op mijn uniform: 'Warum tragen Sie denn das?' 'Weil, wir die Befreiung feieren' zeg ik, voor het eerst een woord met een Duitse soldaat wisselend. 'Ach, Befreiung nennen Sie das', was het verraste antwoord. Ja inderdaad. BEVRIJDING noemden we dat. En dat wàs het ook!