Als er één schaap over de muur springt...

1956, Delft

Angelo en Antonietta hebben elkaar in Delft leren kennen. Beiden gingen naar Nederland met het idee weer terug te keren naar Italië. Toch zijn ze gebleven. Voor de liefde, het werk en de kinderen.

Story Archive

Sardinië, kerst 1956. Dorpsgenoten die in Nederland werken bezoeken hun Sardijnse families. Angelo, net negentien, hoort de verhalen. Zelf werkt hij bij zijn vader op het land en eigenlijk zou hij wel iets anders willen. Hij wordt enthousiast van de verhalen over het werk in Nederland. En zoals Angelo het zelf naar Sardijns gebruik zegt: ‘Als er een schaap over de muur springt, springen de andere ook’. Nog geen jaar later, in september 1957, komt hij met de trein naar Limburg. Hij gaat daar aan de slag in de steenkolenmijn bij Hoensbroek.

Werk: steenkolen en kabels In de mijn werken jongens met allerlei nationaliteiten: Hongaren, Oostenrijkers en Italianen. Zij slapen in een voormalig militair kamp bij Hoensbroek. Per paviljoen zijn er ongeveer twintig kamers – in totaal wonen er ongeveer zes- à zevenhonderd jongens. Er is gelegenheid om te wassen en ook is er een kantine om te ontbijten, warm te eten (’s middags en ’s avonds) en om gezellig met elkaar koffie of een biertje te drinken en te biljarten.

Het werk in de mijnen bevalt Angelo goed, maar als hij van Italiaanse vrienden hoort dat er bij de N.V. Kabelfabriek in Delft ook werk is, vertrekt hij daar in januari 1960 heen. Hij vindt onderdak in een pension. Ook dit werk bevalt hem goed. In het begin van de jaren zestig zijn de werkdagen van maandag t/m zaterdagavond 22.00 uur. Dat wordt halverwege de jaren zestig al minder en aan het eind van het decennium is de zaterdag geen werkdag meer.

In de omgeving van Rome is in die tijd ook een kabelfabriek. Angelo besluit terug te gaan naar Italië om daar in de kabelfabriek te gaan werken. Eerst gaat hij er met kerst in 1973 heen om de voorwaarden te bespreken. Die zijn er heel goed uit. Als hij zijn proeftijd van veertien dagen goed volbrengt, dan zou hij twee keer zoveel als in Delft gaan verdienen. Helaas blijkt hier niet veel van te kloppen en na veel gedoe over uitbetalingen keert Angelo in juni 1974 weer terug naar Delft, terug naar zijn oude baan.

Ook ziet hij daar zijn oude vrienden weer terug, onder andere bij het Italiaans ontmoetingscentrum. Daar ontmoeten de Italianen elkaar: ze kaarten er, ze drinken een biertje of organiseren muziekavonden. Dit ontmoetingscentrum bestaat nog steeds.

De liefde: Antonietta In 1977 volgt Angelo een taalcursus Nederlands en Italiaans in Delft. Daar ontmoet hij de Italiaanse Antonietta. Zij is in 1950 geboren in Bari, een zuidelijke kustplaats aan de Adriatische Zee. Sinds 1975 is zij au pair bij een gezin in Leiden. Ze worden verliefd en in 1979 trouwen ze in Bari. Samen krijgen ze twee zoons.

Ze gaan wonen in het pension waar Angelo op dat moment woont. De pensionhoudster gaat in 1979 naar een verzorgingstehuis. Dankzij haar wonen Angelo en Antonietta nog steeds in datzelfde huis. Het heeft wel wat moeite gekost: tot drie keer toe is geprobeerd het echtpaar eruit te zetten. Uiteindelijk mogen zij blijven.

Inmiddels is Angelo met pensioen. Hij heeft tot 1993 in de Kabelfabriek gewerkt. De Kabelfabriek bestaat nog steeds, maar is door een Amerikaanse firma en de Italiaanse fabriek Pirelli overgenomen. Ieder jaar gaan Angelo en Antonietta naar Italië. In de omgeving van Rome en op Sardinië heeft Angelo nog twee broers en een zus wonen. Antonietta werkt een aantal uur per week in een verzorgingstehuis in Delft. Ze zouden niet meer terug willen naar Italië. Ze hebben nu hun leven hier.