Door Resy Vermeltfoort
Samen met haar drie broers en twee zussen werd Ramona al zwervend opgepakt door de Duitsers, die hen afvoerden naar een concentratiekamp. ,,Daar heb ik dingen gezien waar ik nog steeds last van heb. Hoe de Duitsers joodse baby’tjes bij de beentjes pakten en zo tegen de muur dood sloegen. Ik was doodsbang, want ook mijn zusje was nog maar een baby.” Tijdens een overplaatsing naar een ander kamp werd de trein waarin het zestal zat gebombardeerd. ,,We zijn toen met zijn allen de trein uitgevlucht. Ik weet nog dat ik heel angstig was. Het zijn de kleine dingen die ik mij hier nog van kan herinneren. Zo weet ik nog dat we bij een sloot de baby naar de overkant moesten gooien. We hebben wekenlang rondgezworven en leefden van de zuring langs de weg. We hebben zelfs kranten gegeten om onze magen te vullen. En we sliepen op een bootje, bij elkaar op een laagje stro. Die dingen hebben zo’n impact op een kind.”
Na wekenlang zwerven werden de kinderen gevonden door het Rode Kruis. Zij brachten het zestal naar Nederland, naar een weeshuis in Amsterdam. ,,Toen ik in het weeshuis terecht kwam sprak ik alleen maar Duits. Ik kon geen woord Nederlands. Wij werden als kinderen meteen na aankomst uit elkaar gehaald. Daar sta je dan: als driejarig meisje in een vreemde omgeving en je kan ook nog eens niemand verstaan. Ja, daar heb ik heel wat om gehuild. Maar hoe snel een kind een taal leert, dat is ongelooflijk. En wat nou het gekke is: ik heb een hekel aan de Duitse taal. En ook aan Duitsers, daar geef ik helemaal niks om. Ik krijg geen prettig gevoel bij het land en ik vind het een rottaal. Ik noem het ook nooit Duitsland, maar Mofrica”, zegt Ramona met een lach op haar gezicht. Ramona vertelt haar levensverhaal zonder emotie, alsof ze over iemand anders praat. Haar leven is de voetbalwedstrijd, Ramona de commentator.
Het weeshuis
Waren alle kinderen in het weeshuis kinderen van foute ouders?
,,Nee, alleen de Dorré’s en de Bosbooms. De rest van de kinderen waren moeilijk opvoedbaar of kwamen daar omdat een van de ouders overleden was. En op een gegeven moment ga je zien dat jij anders behandeld wordt dan de rest van de kinderen. En dan vraag je je toch af: ‘waarom krijg alleen ik zulke straffen.’ Want de straffen die de directeur gaf waren schandalig. Zo sloot hij mij een keer op in het lijkenkamertje. Er stond één brancard, dat weet ik nog, daar moest je de hele nacht blijven zitten. Zolang het licht was, was het niet zo erg. Er hingen van die gordijnen, die ze dichttrokken als er een lijk opgebaard lag. Die gordijnen knoopte ik dan aan elkaar zodat ik kon schommelen. Maar zodra het donkerder werd, was het er echt griezelig. Er was maar één raampje. En als je door dat raampje keek zag je de kerkzaal. Ik was doodsbang en heb de hele nacht gehuild. Nee, dat zijn geen leuke dingen."
Wat voor meisje was u als kind?
,,Ik was heel spontaan. Altijd veel kinderen om mij heen, zowel in het weeshuis als op school. Alleen was het wel een soort dubbelleven. Op school vertelde ik aan niemand dat ik in een weeshuis zat. Ik mocht ook nooit vriendinnetjes meenemen. Ik schaamde mij, omdat ik een weeskind was. Maar in die tijd was het wel anders. Als weeskind was je niks, dan was je vuilnis.”
In hoeverre heeft dit uw karakter gevormd?
,,In het weeshuis doe je heel hard je best om er maar bij te horen. Ik wilde het iedereen naar zijn zin maken. Daar betrap ik mezelf nu nog steeds op, dat ik mezelf wegcijfer. Dat kan iemand die in een gewoon gezin is opgegroeid niet voorstellen, met warmte en familie. Ik was een nummer, nummer 24. Ik was altijd alleen maar bezig met anderen helpen en aardig doen om er maar bij te horen. Ik had niemand, ik was helemaal alleen. Dat vormt je karakter. Ik zeg altijd de eerste vier jaar zijn het voetstuk voor de rest van je leven. En dat is echt waar, dat krijg je er heel slecht uit.”
Een foute vader
Ramona was negentien toen ze voor het eerst hoorde over haar vaders verleden in de oorlog. Ze werd verliefd op een jongen die ze kende van school. Hij gaf haar liefde, iets dat ze niet gewend was. Toen Ramona zwanger van hem werd was het tijd om kennis te maken met zijn ouders. Achter haar rug om besloten zijn ouders om naar het weeshuis te gaan, om meer te weten te komen over Ramona’s verleden. Op een dag ging ze bij zijn ouders eten. “Ik zat aan de eettafel bij de ouders van mijn ex. Het eten was veel te vet; dat was ik niet gewend. Omdat ik het niet op kon eten, gaf ik het aan mijn vriend en op dat moment brak de hel los. Zijn ouders stonden beiden op van tafel en schreeuwden naar hun zoon: dat laat je! je eet het niet op, want zij heeft TBC gehad! Ook grepen ze dat moment meteen aan om ons te vertellen over mijn vaders verleden. Dat was het eerste moment dat ik hoorde dat mijn vader fout was geweest.” Op de bruiloft moest Ramona zweren dat zij haar ouders en grootouders nooit had gekend. ,,Ik moest naar voren komen en dacht echt: ‘wat is dit nou?’ Er werd me gevraagd om twee vingers op te steken en te zweren dat ik mijn familie nooit gekend had. En ik heb het gedaan, omdat ik als zwanger meisje nergens anders heen kon. Maar het liefst had ik nee willen zeggen, eigenlijk tegen de hele bruiloft. Ik wilde helemaal niet met hem trouwen, want ik vertrouwde hem niet. Toen al niet. Maar ik had de keuze tussen trouwen of overgeplaatst worden naar een tehuis voor ongehuwde moeders. Opnieuw in een weeshuis belanden kon ik echt niet meer opbrengen, dus ik zei maar ja.”
Lange tijd heeft Ramona niet geweten waar zij vandaan kwam. Ze had wat losse puzzelstukjes, maar de puzzel was niet compleet. Toen ze 45 jaar was begon de zoektocht naar haar verleden. ,,Iedereen wil weten waar hij vandaan komt en hoe het zit.”
Wat hoopte u te vinden?
,,De waarheid. Waar mijn vader gezeten heeft en wat hij gedaan heeft. Als mijn kinderen ernaar vragen wil ik ook een eerlijk antwoord kunnen geven. Ik wist niet eens hoe mijn vader heette. Ik heb gezocht naar alle mogelijke broers en zussen van mijn vader, maar toen vond ik twee keer de naam Hendrikus Cornelis. Twee keer precies dezelfde naam met een andere geboortedatum. Welke ouder geeft nou twee zoons dezelfde naam? Schiet mij maar lek. Dat is voor mij nog steeds niet duidelijk. En omdat de gehele familie hun lippen stijf op elkaar hield, moest ik het zelf maar uit gaan zoeken. Ik ben ook langsgegaan bij het archief van het Ministerie van Justitie. Ik weet het nog goed. Toen ik daar binnen kwam zei de man achter de balie: ‘goh, er is net nog een broer van je vader geweest.’ Nou, dan word je helemaal wantrouwig. Ik denk dat de hele familie al die tijd gewoon geweten heeft waar hij was, maar uit angst om hem te verlinken hebben ze het nooit durven zeggen. Justitie heeft tot 1956 naar hem gezocht en toen hebben ze het opgegeven. Maar ik vermoed, want dat deden de meesten, dat hij al die tijd in het hol van de leeuw heeft gezeten: in Den Haag.” Als u geweten had waar hij zat, had u hem dan verraden? ,,God, dat is een moeilijke vraag zeg. Als ik alleen was geweest waarschijnlijk wel. Maar ik heb kinderen en kleinkinderen. En het is dan toch hun moeder en oma die iemand verraadt. Ik weet het niet. Ik weet niet of ik mijn eigen vader zou verraden.”
Denkt u dat uw vader nog leeft?
,,Nee. Mijn zus zat een keer ’s avonds in een café in Den Haag toen zij een telefoontje kreeg dat onze vader was overleden. We weten nog steeds niet wie degene was die belde. Het enige wat we weten is dat het een vrouw was met een Engels accent.”
Wat dacht u toen u hoorde dat uw vader overleden was?
,,Klaar. Dat is het enige woord dat ik kan zeggen: klaar.” Heeft u nooit de behoefte gehad om uw vader te ontmoeten? ,,Nee. Als je zo’n leven gehad hebt verlang je niet naar je vader. Er is één foto waar ik met mijn vader op sta. Die foto vond ik bij mijn opa en oma toen ik daar was om dingen uit te zoeken. Maar ik voel totaal geen binding, die is weg. Als ik kijk naar dat programma, Spoorloos, dan zijn die mensen helemaal blij als ze elkaar zien, maar het is weg. Het maakt niet uit of jij daar staat of mijn vader, het is weg. Die binding krijg je nooit meer.”
Familie
Van het zestal kinderen uit de familie Dorré zijn alleen de vrouwen nog in leven, Ramona en haar twee zussen. ,,Mijn broers zijn alledrie overleden. Zij hebben ook nooit over hun herinneringen willen praten. Mijn broers zijn wat ouder, dus die hebben de oorlog nog veel bewuster meegemaakt dan ik. Mijn jongste broer had echte achtervolgingswaanzin. Die paaltjes die langs de wegen in de grond staan, waren in zijn ogen allemaal afluisterapparatuur. Ook legde hij elke avond voor het slapen gaan zijn broek en zijn shirt zo neer dat hij er zo in kon schieten. Het liefst zou hij zelfs met zijn kleren aan slapen, zodat hij zo weg kon. Mijn jongste zusje werd direct toen wij gescheiden werden in een domineesgezin geplaatst. Later belandde zij in een psychiatrische kliniek in Bloemendaal, waar ik haar nog wel een paar keer heb bezocht. Met mijn oudste zusje heb ik de beste band gehad. Maar ook zij heeft het contact met mij verbroken toen ik besloot om mijn levensverhaal te publiceren op het Open Archief. Zo zie je maar dat er toch nog mensen zijn die er absoluut niet over willen praten. Ze durft niet eens aan haar buren te vertellen dat zij in een weeshuis gezeten heeft.”
De angstvallige houding van mensen zoals haar zussen is voor Ramona de reden geweest om met haar verhaal naar buiten te komen. ,,Er zijn zoveel mensen die er nog steeds niet over durven te praten. Terwijl het helemaal geen slechte mensen zijn, kinderen van foute ouders. Natuurlijk kun je karaktereigenschappen of uitdrukkingen overnemen van je ouders. Maar verder ben je een apart karaktertje. En je vriend en je vriendin kun je zelf uitzoeken, maar je ouders niet, die krijg je. Maar vroeger kreeg je als kind van foute ouders automatisch ook dat stempel. Als ze je konden vermoorden deden ze het. En dan wist je niet eens waarvoor. Mijn leven voelt als een gevangenis. Als je iemand vermoordt krijg je tien jaar gevangenisstraf, maar wij hebben vijftig jaar gekregen zonder iets gedaan te hebben.”