Bevrijding

1945, Groningen

Wanneer de top van de SD en veel Duitse en Nederlandse SS'ers zich hebben teruggetrokken op het Scholtenhuis in Groningen, nemen in aanloop naar de bevrijding de razzia's en martelingen toe.

Story Archive

Angst en gebrek aan eerste levensbehoeften overheersen het leven. Zonder goede radio- en persinformatie zijn we aangewezen op geruchten of op nieuws dat we stiekem afluisteren van Radio Oranje. Wanneer de geallieerden zijn geland in Normandië nemen de spanning en de hoop op bevrijding toe.

Begin april 1945 komt mijn Vader thuis met het nieuws: geallieerde troepen rukken op in de richting van het Noorden. Op verschillende plaatsen vinden hevige gevechten plaats. Sommige steden zijn gebombardeerd. Mijn ouders besluiten dan om een geïmproviseerde schuilkelder in te richten in het souterrain van ons huis. De halfhoge ramen worden gebarricadeerd. Met matrassen, dekens, voedsel, de carbidlantaarn en 'Autobridge' trekken mijn ouders en wij (kinderen van twintig en vijftien jaar) ons daar terug.

Waarschijnlijk doordat het huis naast ons is bezet door Duitsers blijft onze telefoon werken. Zo horen we op twaalf april van kennissen in Gieten dat ze bevrijd zijn door de Canadezen en dat die oprukken naar Groningen. Als we op de naburige Gereformeerde kerk uitkijken naar het Zuiden zien we inderdaad lichtflitsen die erop wijzen dat de troepen in aantocht zijn.

We verschuilen ons dan angstig in onze kelder en we proberen afleiding te zoeken door bij het licht van een voortdurend uitploffende carbidlamp te bridgen. Spoedig daarna horen we de eerste gevechten en granaatinslagen. Dan wordt er naast en boven ons geschoten en gaan met veel geraas onze ruiten aan diggelen. Plat op de matrassen weggedoken wachten we in spanning af wat er verder gaat gebeuren.

Na drie dagen horen we opeens dat het schieten afgewisseld wordt door het geluid van doedelzakken. Kort daarna wordt er aan onze benedendeur gerammeld. Het blijken plunderaars te zijn die ervan uitgaan dat zich hier, evenals in het huis naast ons, Duitsers bevinden. Als we dat gevaar hebben afgewend, komen we aarzelend uit onze schuilplaats. Overal zien we dan beschadigde huizen, lijken, een door een Panzerfaust vernielde Canadese tank en juichende mensen. Dan beseffen we pas:WE ZIJN BEVRIJD.