Bevrijding in Den Haag

05-1945, Den Haag

De oorlog eindigde voor mij op 4 of 5 mei. Ik was toen negen jaar oud. In mijn herinnering was het een mooie zomerse dag. Onze straat was drukker dan gewoonlijk, vooral bij bloemist Van Rhoon aan de overkant. Die avond begreep ik waarom.

Optocht in Den Haag, mei 1945.

Wij woonden op Molenstraat 6 in Den Haag. Enige tijd ervoor hadden wij vanaf het dak van ons huis bommenwerpers zien komen met voedsel dat gedropt werd op Ypenburg. Een van de leuke herinneringen hieraan is dat veel bemanningen repen chocola en pakjes sigaretten, met zakdoeken als parachute, naar buiten gooiden. Helaas nooit op ons dak. Ook wuifden zij met de vleugels naar alle mensen die op de daken met lakens en Nederlandse vlaggen zwaaiden.

Op die mooie avond was er een viering op het voorplein van het paleis Noordeinde. In de schemer werd gezongen en gevierd dat de oorlog was afgelopen. Er werden bloemen en kransen op de trappen van de paleisingang neergelegd. Een van de grootste kransen was van de familie Geerling die een bontzaak hadden op Noordeide 144; ik kwam daar vaak.

Enkele weken later is diezelfde familie Geerling opgepakt door de Politieke Opsporings Dienst. Zij hadden enkele mensen verraden, respectievelijk willen laten oppakken door de Duitse Sicherheitsdienst. Ook in bewaring gegeven goederen door bijvoorbeeld joden die ondergedoken waren, hebben zij tijdens de oorlog verduisterd.

Nadat het gedropte voedsel over de stad was verdeeld, konden wij op onze bonkaarten Zweeds wittebrood, boter en kaas uit blik halen bij onze kruidenier Waterreus op het Noordeinde. Mijn moeder is dat alleen gaan halen omdat ik ziek was, ik had namelijk de bof. Dokter Otten kwam om mij te onderzoeken. Mijn moeder vroeg hem of hij soms een Zweedse boterham met boter en kaas wilde. Het antwoord was natuurlijk ja. Hij heeft ervan gesmuld.

Kort na die viering, althans in mijn geheugen, was er een bevrijdingsoptocht voor kinderen. Er werden kartonnen schepen, vliegtuigen, auto’s en dergelijke meegedragen door de kinderen die dan ook conform gekleed moesten zijn. Mijn moeder heeft in grote haast een matrozenpak voor mij gemaakt, omdat ik in de boot mee liep. Ik had natuurlijk liever in de vliegtuigen willen meelopen, maar daar was voor mij geen plaats meer.   Op een andere mooie dag eind mei 1945 wandelde ik met mijn moeder door de stad. Op de Herengracht was toen, misschien tijdelijk, een politiebureau of een bureau van de P.O.D. gevestigd. Daar stonden veel mensen te kijken naar personen die daar binnen werden gebracht door rechercheurs of iets dergelijks. Wij stonden daar ook even en al gauw bemerkte ik een Canadese soldaat in een Jeep langs de stoep. Hij had een blikje met snoepjes bij zich. Omdat snoepjes zeer schaars waren, keek ik regelmatig naar hem in de hoop dat ik er een zou krijgen. Na verloop van tijd bemerkte hij mijn nieuwsgierigheid en gaf mij een snoepje. Het was een zuurtje dat nogal snel in je mond smolt. Hij gaf mij nog een paar snoepjes en even later liepen wij door naar huis.

‘s Avonds voelde ik mij niet lekker, kreeg koorts en had erg veel dorst. De koorts nam toe en de volgende ochtend kwam dokter Otten, onze huisarts. Het bleek dat ik geen snoepjes had gekregen maar vitamine pilletjes. Ik had een vitaminevergiftiging. Die goed doorvoede soldaat had daar waarschijnlijk geen last van, maar ik wel.

In de zomermaanden van 1945 werden overal in Den Haag bevrijdingsfeesten georganiseerd door buurtverenigingen. Op deze feesten werd gedanst gezongen en gehost. Een groot feest bij ons op het voorplein van paleis Noordeinde en de Paleisstraat en feesten in andere buurten hebben wij bezocht.