Door kieren van de gordijnen keken we naar buiten. Bij de andere huizen zagen we ook mensen naar buiten kijken. Zij hadden blijkbaar ook naar de BBC geluisterd. Even later gingen wij en enkele anderen uit de buurt naar buiten en feliciteerden elkaar in juichstemming. Ons gastgezin opende een fles champagne; de laatste fles, zuinig bewaard voor de Bevrijdingsdag, vertelden ze.
De voor ons huis wachtlopende moffen waren verbouwereerd, want het was na acht uur ‘s avonds verboden op straat te komen. De wacht voor ons huis bestond 's nachts uit Duitse militairen, overdag uit ‘foute’ Nederlanders die voor hand- en spandiensten waren ingelijfd bij het Duitse leger. Deze verraders hadden al gezegd, dat zij zouden vluchten zodra de oorlog was afgelopen omdat ze bang waren voor vergelding.
Uit ons (bezette) huis kwam een hoge officier. Hij vroeg beleefd(!) of wij niet wisten dat het verboden was na acht uur ‘s avonds buiten te komen, waarop wij vertelden dat de oorlog was afgelopen. Hij bleek nog van niets te weten en verzocht iedereen weer naar binnen te gaan. Hij zou inlichtingen inwinnen en wij zouden de eersten zijn die van hem zouden vernemen of dit bericht waar was. Even later kwam hij weer naar buiten, salueerde keurig voor ons(!) en bevestigde de capitulatie.
In die laatste dagen van de oorlog was duidelijk aan hun houding te merken dat de Duitsers niet meer geloofden in de overwinning. Velen waren niet meer zo arrogant als voorheen.
De eerste dagen na 5 mei waren chaotisch: feestende Nederlanders in de stad en zenuwachtige Duitse militairen die met hun houding geen raad wisten. Enkele keren schoten de moffen nog. Toen de eerste geallieerde militairen Hilversum binnen marcheerden - begeleid door jeeps, tanks en gevechtswagens - was het pas echt bevrijding. Ik zie ze nog voor me, Canadezen bepakt en bezakt, voorafgegaan door brede rijen doedelzakspelers. Ik kreeg een brok in mijn keel. Veel mensen huilden van emotie.
Al gauw werden de Duitse militairen ontwapend en kon iedereen weer opgelucht adem halen. Wij en alle andere ondergedoken mannen liepen weer vrij rond op straat.
Nadat ons huis grondig was schoongemaakt, konden we het weer betrekken, hoewel vordering dreigde door het geallieerde leger. We kregen echter toestemming het zelf te bewonen, mits we inkwartiering accepteerden van twee Canadese officieren. Het bleken zeer beschaafde Franssprekende militairen te zijn. Later, toen ze waren vertrokken, moest moeder van de autoriteiten twee kamers verhuren omdat de woningnood zeer hoog was. Al die tijd was er in Nederland geen nieuwbouw uitgevoerd.