Bevrijding met een rouwrandje

15-04-1945, Kiesterzijl

In het gehucht Kiesterzijl (zo’n vijftig inwoners) hadden mijn ouders sinds 1929 een rietgedekte boerderij, een stelpmodel met woon- en werkvertrekken, veestal en hooischuur onder één dak.

Story Archive

Het liep op die zondag tegen melktijd, niet eens een etmaal voor de bevrijding. Een groep NBS-ers (= Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten) had zijn fiets aan het eind van de morgen bij ons neergezet. De mannen waren in de richting van de Harlingerstraatweg vertrokken om de zich naar Harlingen terugtrekkende Duitsers te onderscheppen. Na een gevecht sneuvelde één NBS-er, de groep trok zich met hun dode kameraad via een omweg naar Franeker terug. De fietsen bleven bij de boerderij staan.

Mem (moeder Houtsma op z’n Fries) vertrouwde de situatie niet. Toen uit de richting van het naburige dorp Herbayum een groep Duitsers, met bewoners van Herbayum als schild voorop, binnendoor richting Kiesterzijl kwam, wilde ze weg. We gingen onder dekking van de hoge dijk naar de brug. Daar zagen de Duitsers ons en schoten, maar niemand werd geraakt.

Aan de overkant van de brug konden we onderlangs de hoge dijk weer verder. Eerst konden de Duitsers ons nog niet zien maar halverwege vlogen de kogels ons weer om de oren. Gebukt liepen wij verder in de berm naar de spoorbaan. Ook toen schoten de soldaten nog wel maar de kogels sloegen alleen af en toe in op de rails.

Gek genoeg ben ik onderweg helemaal niet bang geweest, eigenlijk was het spannend en avontuurlijk. Maar het zien van de dreigende rookwolk en even later de vlammen uit het rieten dak greep me meer aan, ook al drong op dat moment de omvang van de ramp nog niet helemaal tot ons door.

We gingen met het hele gezin verder richting Hitzum en vonden daar op een boerderij onderdak. De volgende dag werden we naar familie in Achlum gebracht, van wie de zoon één van de leden van de groep NBS-ers was.

Natuurlijk wilden we terug. Mijn vader en ik gingen kijken hoe het er voor stond. Het vertrouwde silhouet was verdwenen, alles was platgebrand en zwartgeblakerd.

Later gingen we met inwoners van Kiesterzijl naar de Harlingerstraatweg. De Duitsers, in Harlingen gevangen genomen, werden lopend onder bewaking van Canadese soldaten naar Leeuwarden gedirigeerd. Ook de Duitsers die de vorige dag de mensen van Kiesterzijl op een rij langs de weg hadden gezet, zodat die bang waren te worden geëxecuteerd, waren er bij. De omstanders stonden woest te schelden en te spugen.

Al gauw werden op Kiesterzijl geconfisqueerde Duitse barakken neergezet, waarin plaats was voor onszelf en voor het vee. Daar kregen Heit en Mem en mijn jongste broer difterie. Toen kwam het probleem van de herbouw. De Stichting ’40 – ’45 hielp hierbij, al was het niet royaal. We zaten nog een hele tijd op stoelen en aan een tafel met een Wehrmachtteken. Gelukkig kon na een paar jaar een nieuwe boerderij op een andere plek worden gebouwd.