De dag daarop werd Eindhoven bevrijd. Mijn drie jaar oudere broer Alfred was inmiddels door eigen studie en waarneming een kei geworden in vliegtuigherkenning. In de vroege avond van 19 september, terwijl we onze bevrijding al aan het vieren waren in de straat waar wij woonden, de Guido Gezellestraat, riep Alfred opeens verschrikt: ‘Junkers 88’, en tegelijkertijd zagen wij rijtjes bommen vallen uit diezelfde vliegtuigen. In totaal lieten 76 bommenwerpers hun bommen op Eindhoven vallen, dat was een zware domper op onze feestvreugde. Vooral het centrum van de stad Eindhoven werd zwaar getroffen, er waren 190 doden en elf vermisten te betreuren.
Direct nadat we op 18 september 1944 bevrijd waren kregen we op verzoek van het Militair Gezag inkwartiering van een Engelse soldaat, Harry Jagger uit Sheffield. Zijn compagnie was gelegerd op het nabijgelegen Frederik van Eedenplein, zodat voor hem een adres in de buurt natuurlijk welkom was. Hij mocht in mijn kamertje en in mijn bed slapen. Zodoende werd ik ingekwartierd in mijn vaders bed. ’s Nachts moest ik terdege uitkijken dat ik niet door mijn vader verpletterd werd wanneer hij zich in zijn slaap omdraaide.
Vreemd genoeg, maar wel begrijpelijk hadden wij in Eindhoven direct na de bevrijding meer gebrek aan voedsel dan tijdens de oorlog. Gedurende de bezetting kon men op het platteland tafelzilver en linnengoed ruilen tegen voedingswaren en zo de ergste tekorten aanvullen. Na de bevrijding gingen wij als kinderen in de buurt van de militaire gaarkeukens schooien om voedsel. Uit die tijd herinner ik mij de vraag die wij steeds aan de soldaten stelden: 'Cigarettes for papa and chocolate for mama?' Zelf had ik een mess-tin weten te bemachtigen, waarin ik bij de gaarkeukens van de Engelse militairen op het Frederik van Eedenplein vaak iets opgeschept heb gekregen, wat ik dan weer kon delen met mijn ouders en mijn broer. Al mijn vriendjes deden hetzelfde.
Mijn gevoelens ten aanzien van de Engelse soldaten waren ambivalent. Enerzijds keek ik met ontzag en verering op naar onze stoere bevrijders, waarvan er zelfs een bij ons in huis woonde, anderzijds werden wij geconfronteerd met verontrustende zaken. Geheimzinnige en spannende taferelen, die niet voor kinderogen bestemd waren, speelden zich af in het stadspark dat grenst aan het van Eedenplein. Waren het nu echt allemaal helden?
Op een nacht had onze Harry een overtreding begaan tijdens het lopen van de wacht. Bij een inspectie bleek dat hij geen munitie in zijn geweer had, en dat kwam hem te staan op een uitgaansverbod voor een hele week. Een harde straf voor een gezonde Engelse jongen. Zeer verontwaardigd deed hij bij ons thuis aan tafel verslag van het gebeurde. Hij was woedend op degene die hem daarop betrapt had, en zei: ‘The next time I will shoot him!’ Waarop mijn vader hem in het Engels antwoordde: ‘Maar dan moet je wel kogels in je geweer hebben!’
In het voorjaar van 1945 bereidden de troepen zich voor op de eindstrijd tegen Duitsland, en moesten ook de Engelse soldaten uit Eindhoven vertrekken. Inmiddels was ik erg gehecht geraakt aan Harry Jagger. We hebben hem uitgeleide gedaan bij onze lagere school in de Akkerstraat, vanwaar zij die ochtend in konvooi vertrokken. Ik was overstuur en heb hard gehuild bij het afscheid. Harry is gesneuveld bij de laatste gevechten in de Peel. Dat is ook het laatste wat we van hem hebben gehoord.
Wij zijn van Joodse afkomst, en hoe ons gezin de oorlog is doorgekomen is een ander verhaal. Het is echter mede te danken aan de vroege bevrijding van Eindhoven in september 1944, waar Harry zijn leven voor gegeven heeft. Navraag of er in Margraten misschien een militair graf van hem was, heeft helaas niets opgeleverd.