Hoe hoopvol waren we na de val van Antwerpen, Maastricht en Eindhoven. Hoe zagen we het Duitse leger in onze buurt al inpakken en wegwezen. De maanden voorafgaand aan de bevrijding waren zwaar. De Scheldemond werd verdedigd en de Sloedam en Kreekrakdam werden voortdurend vanuit de lucht bestookt. In Zeeuws Vlaanderen lag een keurkorps van de S.S.
In september wierpen geallieerde vliegtuigen pamfletten uit over Walcheren, afkomstig van het opperbevel van het geallieerde expeditieleger. Er zouden zware gevechten komen. Wij moesten de eilanden Walcheren, Noord- en Zuid-Beveland verlaten. De boodschap was vreselijk: Ga weg zonder uitstel. Neem niet meer mee dan u dragen kunt. Vermijd lage gebieden, die onder water kunnen lopen. De Sloedam was versperd. We zaten als ratten in de val.
Op 3 oktober bombardeerden geallieerde vliegtuigen de dijken bij Veere, Westkapelle, Vlissingen en Ritthem. Vrijwel heel Walcheren overstroomde. Veel bewoners vluchtten naar Middelburg, waarvan de oude binnenstad hoger lag en droog bleef. Ook ons huis liep vol met vluchtelingen.
Op 1 november landden geallieerden bij Westkapelle en Vlissingen en zij begonnen met amfibievoertuigen het verdronken eiland in bezit te nemen. Van toen af aan werd Middelburg bij voortduring vanuit de Noordzee, Breskens en Zuid-Beveland met granaten bestookt. De eerste nacht gingen we nog gewoon naar bed. Dan hoorde ik telkens het afgaan van de kanonnen, het fluiten van de granaten en de ontploffing na de inslag. Toen op een ochtend een granaat bij de overburen insloeg en in onze slaapkamer alle ruiten kapot waren, besloten we allemaal beneden te blijven. Sommige van onze gasten bleven in de kelder. Af en toe hield het granaatvuur even op. Dan verlieten de mensen hun huizen voor de meest noodzakelijke boodschappen, zoals eten.
In de ochtend van 6 november hield de beschieting op. Mijn broer ging kijken in de stad. Na enige tijd kwam hij terug met de mededeling: ‘Ze zijn er’. Hij had met eigen ogen de amfibietanks door de straat zien rijden. Ons van geen gevaar bewust liep ik met mijn broers naar de Markt, om getuige te zijn van de meest bizarre inname van een stad, ooit vertoond.
Wij waren niet alleen: met honderden zagen we, hoe twaalf buffalo-tanks de Markt opreden. De invasiemacht bestond uit ongeveer zestig Schotse soldaten. Het hele schootsveld voor de tanks liep vol met juichende mensen. Maar er was een complicatie. In Middelburg waren nog 1500 Duitse militairen actief. Maar: ongewapend en met de handen omhoog en meldden zij zich bij de Schotten. Die hadden buiten de tanks nauwelijks wapens, maar omsingelden de Duitsers, hun macht tonend met een losse bajonet.
Intussen ontvouwde zich volkomen spontaan een bevrijdingsgebeuren. Er verschenen mensen uit het verzet met armbanden, waarop O.D. stond. Burgers kwamen in de weer om ‘landverraders’ en ‘moffenmeiden’ op de brengen. En plotseling zongen we allemaal tegelijk het Wilhelmus. Zonder dirigent of orkest en zonder geluidsinstallatie. Een duizendvoudig a capella koor.
Van lieverlede ging het publiek weer naar huis. Voor mij was de eerste opluchting niet, dat de dictatuur van de bezetter gebroken was, maar dat het granaatvuur voorgoed zweeg. Ik heb die nacht weer heerlijk gewoon in mijn eigen bed geslapen.
En hadden we toen meteen weer een democratie? Mijn moeder vertelde een paar dagen later: ‘De moffenmeiden worden in Haarlem niet kaal geknipt. Ik vroeg, hoe dat kwam. Zij antwoordde: ‘De Engelse commandant was ertegen’. Tja, zo ging dat. Gelukkig maar.