Er was nog iets anders: de dijken waren begin oktober door Engelse bommenwerpers vernield zodat ons eiland onder water liep en de Duitsers hun bunkers uit moesten. Mensen die in de lagere delen woonden, waren hun huizen uitgevlucht en hadden bijvoorbeeld hun weckflessen met vruchten en groenten achtergelaten. Die wilden ze graag weer hebben en zo werden hulpkrachten zoals ik met een bootje het water op gestuurd om die flessen te halen. Dat kon ik ook.
Ik had die morgen niets te doen en stond op het Oranjeplein vlakbij de kerk voor cafe Verbeem. Er kwamen twee mannen aanlopen, helm van ons leger uit 1940 op het hoofd, een blauwe band om de arm en een geweer in de hand. Ze riepen:’Mensen, jullie zijn bevrijd!’
Ik had me niet ingedacht hoe de bevrijding zou zijn, maar dit had ik toch niet verwacht. Ze bleken de komst van de Engelsen aan te kondigen. Ik ging naar de spoorwegovergang. Het was eb dus daar kon ik zonder problemen naartoe lopen. De spoordijk tussen Vlissingen en Middelburg bleef altijd droog, dus over die dijk zouden ze wel komen.
Vlakbij de spoorwegovergang zag ik de eerste Engelsen. Het was zaterdag 4 november 11.30 uur. Nu hadden mijn vriend Toon de Jonge (later bekend geworden als de historicus Dr. A.A. de Jonge) en ik vaak Engels met elkaar gepraat om die taal goed te beheersen als de bevrijding zou komen. De eerste Engelsman die ik aansprak was een Noorse commando. Dat was wel even een teleurstelling.
Verder met de Engelsen het dorp in. Er waren in ons dorp nog vier Duitse soldaten, onder wie een korporaal. Ik had gehoord dat de ondergrondse en deze korporaal een afspraak met elkaar hadden gemaakt. De korporaal had de opdracht de kerktoren op te blazen omdat die door de Engelse artillerie als uitkijkpost gebruikt zou kunnen worden. De afspraak was dat de korporaal al zijn springstof bij de ondergrondse zou inleveren en dat die er dan voor zou zorgen dat hij zich met zijn mannen ongehinderd zou kunnen overgeven.
We kwamen bij het huis in de Paspoortstraat waar de Duitsers zaten. Engelse soldaten knielden en richtten hun geweren op de deur van het huis. De deur ging open en de korporaal kwam met zijn mannen naar buiten, alle vier de handen in de lucht en met grote rugzakken. Toen ze weggevoerd werden, ging er een honend gejuich op van mensen die het zagen gebeuren. Daar geneerde ik me voor: die korporaal had toch werkelijk risico’s genomen. Er had maar eens een Duitse officier uit Middelburg moeten komen om te kijken of alles nog in orde was om de toren op te blazen. Bovendien kende ik die korporaal wel. Zijn kapitein had hem begin oktober naar ons huis gestuurd om te kijken of mijn broer en ik wel aan het ‘spitten’ waren. Mijn moeder deed open en hij zei:’mevrouw uw zoons zijn toch zeker wel aan het werk?’ Mijn moeder, die heel goed Duits sprak, bevestigde dat. De korporaal nam vriendelijk afscheid en verdween.
De eerste nacht nadat we waren bevrijd, dacht ik alleen maar: vannacht geen granaten. De Engelsen waren op 1 november in Vlissingen geland en beschoten ons dorp drie nachten daarna, eerst zwaar, daarna werd het minder.
In de morgen van zondag 5 november zag ik Engelsen bij de molen. Ik ging de molen in en klom naar boven. Daar zat een Engelse kapitein met uitzicht op Middelburg. Waneer hij in zijn zendertje ‘Fire’ zei, hoorde je enkele ogenblikken later geschut vuren, de granaten vlogen suizend over Souburg heen en ontploften in Middelburg. De kapitein vroeg me wat er zou gebeuren als Middelburg door vliegtuigen gebombardeerd zou worden. Ik antwoordde dat dat verschrikkelijk zou zijn omdat de stad boordevol mensen zat die uit hun overstroomde huizen waren gevlucht. Ik zei hem ook dat vlakbij Middelburg geschutsopstellingen waren. Ik kon ze aanwijzen op de mooie kaart die de kapitein bij zich had.
Ik vroeg me geen ogenblik af of deze inlichtingen wel strookten met het rode kruisje dat ik op mijn witte helm had.
In een van de eerste maanden van 1945 zag ik in Middelburg een aanplakbiljet waarop te lezen stond dat de ene sectie van het Militair Gezag een andere sectie voor de rechter had gesleept. Ik dacht: zo, de rechter spreekt dus het laatste woord en ik vond het prachtig. De bevrijding betekende dus dat de rechtsstaat in ere was hersteld. Deze en de bijbehorende democratie – ik zou ze voor geen goud willen missen.