In de zeventiende eeuw is netwerken zo mogelijk nog belangrijker om carrière te maken dan nu. Door een goed zakelijk instinct, het sluiten van gunstige huwelijken en het maken van de juiste vrienden lukt het velen om de vruchten te plukken van de welvaart die de Verenigde Oost-Indische Compagnie vanaf de oprichting in 1602 genereert.
Verschillende leden uit de familie Boreel maken in de zeventiende eeuw deel uit van de VOC. Zo is Jacob Boreel (1552-1636) één van de oprichters van de compagnie, behoort Pieter Boreel tot 1642 tot de Raad van Indië en is Willem Boreel vanaf 1618 tot en met 1628 advocaat bij de compagnie.
Hugo Boreel beschrijft zijn zeventiende-eeuwse voorouders als Amsterdamse incrowd, behorend tot het zakelijk netwerk dat de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden zo welvarend wist te maken. Als voorzitter van de Stichting Cultuurhistorisch Fonds Boreel voelt Hugo Boreel het als zijn taak de familiegeschiedenis levend te houden. Het archief van de familie is inmiddels opgenomen in het Nationaal Archief.