Hieronder een fragment uit mijn moeders dagboek. De spelfouten en oude spelling zijn in tact gehouden. Bijgevoegd is een tekening in het dagboek, gemaakt op bevrijdingsdag door mijn moeder.
Den Haag, 28 april 1945. De menschen zijn net gek, daar kwam vanmiddag het bericht dat Duitschland gecappituleerd heeft. Vanmiddag om 12 uur en Berlijn is gevallen, ik geloof er geen klap van, maar we zullen wel zien. Het is zoo koud dat we zijn van de kou in de keuken gaan zitten met de kinderstoel van Lidy erbij.
Zondag 29 april. Het is zoo koud dat wij zijn pas om half 10 opgestaan en zijn toen met lidytje in de keuken gaan zitten, net toen ik het eten op wou doen (ook in de keuken) hoorden we buiten een hoop herrie van menschen, wij gingen gauw kijken en ja hoor daar waren de Tommies met grote bommenwerpers maar ze hadden lekkere bommen aan boord, groote pakken levensmiddelen voor ons die ze op het vliegveld Ypenburg neergooiden en dus vlogen ze heel laag over de stad en de menschen stonden als gekken te zwaaien en te schreeuwen.
’s Avonds stonden er aanplakbiljetten in de stad dat Hitler dood was en dat de vesting Holland wel zou capituleren, maar daar was niets van waar. Maandag heb ik moeder nog 6 kilo aardappelen gebracht, de oorlog is nu toch gauw afgeloopen en wij hebben genoeg. Het is weer zoo koud dat wij hebben de hele dag het fornuis aan in de keuken op wat turf. Vanmiddag zijn de Tommies weer geweest met levensmiddelen per vliegtuig, ze zeggen dat ze de heele week komen, er zat vet en spek en boter en suiker en thee en koffie en chocolade en griesmeel, jongens, jongens wat zullen we smullen. Ik ben als de wind aan een nieuw jurkje begonnen, dat lapje had ik nog van voor de oorlog, want als Adriaan thuis komt moet ik mooi zijn.
1 mei. Om 9 uur waren de Tommies er alweer met eten voor ons, ditmaal Canadezen met vliegende forten, steeds 10 tegelijk, 280 in het geheel. Het was een herrie op straat, de menschen dachten dat het vrede was en dansten als gekken en allemaal vlaggetjes en oranje sjerpen, het leek net echt maar zover is het toch nog niet
Donderdag 3 mei. Vandaag is Berlijn gevallen. En het Italiaansche leger heeft zich overgegeven en alle vijandelijkheden zijn gestaakt, er wordt alleen nog door de Russen en de Duitschers in Rusland gevochten, hier is alles rustig, er komt ontzettend veel eten, er zijn 500 auto’s hier naar toe met eten en de binnenschippers komen met kolen voor het gas en licht.
Vrijdagavond 5 mei. Er wordt gebeld, wie zal dat nou zijn, het is al over negenen, ik trek open en een juichende stem roept: ZE HEBBEN GECAPPITULEERD !!!!!!!!!!!!!!, nou ik stond sprakeloos, toen gilde ik: is het heusch waar? Ja, Radio Belgie had het omgeroepen. Moeder en ik vlogen mekaar zowat aan en ik vloog naar de slaapkamer voor de vlag en een moment later hing hij triomphantelijk buiten.
Stien en ik lieten de oudjes achter en wij op een holletje naar de Gouverneurlaan, waar we midden in een hossende troep terecht kwamen, allemaal vlaggetjes en oranje en toeters en mutsen. De menschen vlogen elkaar om de hals en schreeuwden en juichten en sprongen en dansten. Ze hadden overal vreugdevuren aangestoken en wij met de vlag voor de vuren, dat was een prachtig gezicht, de vlag zelf leek wel een vlam. Om half twaalf waren we thuis en ik heb nog gauw mijn boterhammetjes gegeten.