Dagboekfragmenten - Verslag van een zoektocht naar het verleden van mijn vader

21-01-2001 tot 15-09-2001

De afgelopen periode hield ik een verslag bij van mijn verwerking van het oorlogsverleden van mijn vader. Enkele passages uit dit verslag zijn hieronder opgenomen.

Limburg, 1950. Gezin Navis herenigd

Donderdag 25 januari 2001 Ik heb de brochure en het Bulletin van de Werkgroep Herkenning inmiddels ontvangen en ja hoor ik val midden in de prijzen. Als we praten over ‘herkenning’: ik heb in de brochure alles geel gemarkeerd wat ik herkende en dat was heel wat. Ik heb inmiddels inzage in het dossier aangevraagd, het zal wel enkele maanden duren, maar dat overleef ik wel. Ik ben benieuwd naar de inhoud en hoop de ontbrekende antwoorden te vinden, waarom hij levenslang kreeg. Waarom hij niet wilde toegeven fout te zijn geweest en daardoor kans op strafvermindering misliep en ik hem pas in 1950 leerde kennen. Ik was bijna vijf jaar toen mijn moeder aankondigde: “Papa komt weer thuis”. Ik versierde een stoel voor hem en hij mocht bij mam slapen was mijn opmerking vooraf. Onze eerste ontmoeting in het huis waar mijn moeder en ik leefden was direct een confrontatie. Ik zie hem nog staan, een hand in zijn broekzak en een hand ernaast, minachtend keek hij op mij neer en deed geen enkele poging om mij te benaderen. Nam me niet op schoot, zocht geen enkel lichamelijk contact, niets. Ik had meteen de pest aan de man en dat is nooit meer overgegaan. [….]

Woensdag 31 januari 2001 Het gaat nu veel beter met me. Gisteren heb ik e.e.a. aan mijn natuurarts uitgelegd en dat hielp ook, ik werd wel erg emotioneel, maar het bevestigde samen met de kuur die ik volg dat we op de goede weg zijn. Uiteindelijk kan me mijn vader niets schelen, het gaat om mij. En nu wil ik aan bod komen, vanaf nu ben ik de baas. Pa is dood, laat hem dood zijn en met rust. Ik zal hem ook niet meer lastig vallen, hij heeft al genoeg aan zichzelf. Alleen het dossier wil ik nog wel inzien. Daarna sluit ik het hoofdstuk af. Vanaf nu gaat het allen nog maar over en om mij. Ik was nog maar een kind toen de oorlog was afgelopen en dus heb ik met voorgaande periode niets te maken. Ik leid mijn eigen leven dat begon in 1945 en dat eindigt wanneer God het wil. Daartussen ben ik, leef ik en als wat groeit en bloeit. Ik ben nu gelukkig en tevreden en wil dat graag zo houden.

Donderdag 28 juni 2001 Op 14 mei jl. is mijn moeder overleden, na een ziekbed van 7 weken en een kwaalvol sterven is zij verlost. Op 25 juni was de as verstrooiing en de dag erna 26 juni viel de uitnodiging van het Rijksarchief in de bus. Daar was het dan; de toestemming tot inzage in de dossiers van de Politieke Recherche Afdelingen, het Tribunaal Arnhem, alsmede van het Nederlandse Beheerinstituut en de Stichting Toezicht Politieke Delinquenten. Toen ik het las kreeg ik meteen weer een brok in mijn keel. Ik heb mijn zoon gebeld en samen gaan we 3 juli op onderzoek.

Maandag 2 juli 2001 Gisteren heb ik mijn twee stiefdochters (14 en 16) verteld wie opa Navis was. Ze keken er van op, waren verbaasd, meelevend en enigszins geschokt. Bij mij maakte het vertellen weer emoties los, ik trilde af en toe en ben niet helemaal mezelf meer sindsdien. De dag van morgen breekt weldra aan en dan hoop ik het te weten te komen. Wat eigenlijk? Wie was mijn vader. Het antwoord houdt tevens in wie ik ben. Misschien kan ik hierna helemaal mezelf worden, nu ben ik nog steeds een stukje “hem”.

Dinsdag 3 juli 2001 Heden naar het Rijksarchief geweest met mijn zoon. Ik weet nu wie mijn vader was. Ik heb de mens achter hem gevonden en ik ben blij, opgelucht en tevreden. Want nu is er duidelijkheid. Hij was niet slecht, hij was niet goed, hij was niet fout. Hij maakte fouten. Mede door zijn lage opleiding en economisch slechte achtergrond. Geloofde in een ideaal, nieuw Europa, dat er door zijn toedoen echter nooit is gekomen. Hij was uiteindelijk teleurgesteld, in het systeem en in de mensen die het systeem leidden. Hij was zelf van onbesproken gedrag, maar werd toch veroordeeld wegens bewust gedragen in strijd met de belangen van het Nederlandse volk. Zijn straf was 8 jaar internering, ontzetting uit het kiesrecht en ontzetting voor het dienen bij de gewapende macht. Hij was een fanatieke W.A. man vanuit de gedachtegang: “Ik strijd voor een goed doel” niet bewust van werkelijke achtergronden. Heeft nooit iemand verraden aan de Duitsers, was in wezen tegen de Duitse overheersing en nam via de Landstorm dienst in de SS afdeling Wehrmacht op grond van zijn gevoel voor orde en tucht. Had als Nederlands dienstplichtig soldaat, (lichting 1930) vrijwillig willen bijtekenen, doch dat was voor de oorlog niet mogelijk. Zijn hang naar het militarisme deed hem in “vreemde krijgsdienst” gaan. Conform citaten uit het dossier van het tribunaal werd hij omschreven als “een man uit het volk met een onjuist psychologisch gevoel, die functies moest vervullen en opdrachten kreeg die hij op geen stukken na kon vervullen, hetgeen dan ook zijn ongeluk werd. Dat hij de draagwijdte van het probleem Nationaal Socialisme versus Nederlandse belangen in bezettingstijd in het geheel niet begrepen heeft en waarschijnlijk geen tegenstellingen zag. Dacht te vechten voor een goede zaak”.

Het dossier bestond voor 99% uit brieven die hij schreef als Banleider WA aan de leiding over de belabberde toestand en functioneren van de Weer Afdeling, hij was in wezen tegen het systeem en de mensen die het leidden, doch kon geen weerstand bieden aan hetgeen hem werd toebedeeld. Als de man aan andere zijde had gestaan (het verzet) was hij met zijn inzet een held geweest, doch waarschijnlijk waren mijn zoon en ik dan nooit geboren. Voor mij en mijn zoon is het boek nu dicht. We weten nu wie onze vader en grootvader was. Zowel als mens als, als Nationaal Socialist. Uit het aanwezige fotomateriaal bleek dat de man van voor en in de oorlog een totaal andere man was als de man van na de oorlog die wij hebben gekend. Hij was gebroken en geknecht en zijn emoties waren weg. In de akten van de dossiers vonden wij de emoties terug. Hij was niet goed, hij was niet slecht, hij was een mens, gebruikt en misbruikt door een systeem, dat nooit had mogen bestaan. Door het bezoek aan het Rijksarchief en inzage in het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging heb ik mijn vader anders leren kennen, als de man die hij was voor dat het fout ging waardoor ik duidelijkheid heb voor mijn somber verleden en hiermee kan afrekenen. Want het was niet mijn verleden, het was zijn verleden. Ik voel me nu geen kind meer van foute ouders. Maar zie me als een kind van ouders die fouten maakten en daar kan ik mee leven.

Zaterdag 15 september 2001 N.a.v. het verzoek van Paul Mantel om e.e.a. te mailen, moet ik plotseling denken aan mijn huidige gevoel t.o.v. mijn status als tweede generatie kind van foute ouders. Mijn gevoel is neutraal geworden, sinds ik alles heb “opgebiecht” en vooral sinds mijn bezoek aan het Rijksarchief. Afgelopen zomer nog maar 4 weken geleden waren we op vakantie in Zuid Duitsland en we hebben het voormalige concentratiekamp Dachau bezocht. Mijn gevoel was volkomen neutraal. Ik kon zonder persoonlijke emotie rondlopen en mijn afschuw was net zo groot als van allen rondom ons, maar mijn persoonlijk gevoel was neutraal. Het raakte me niet meer als persoon, ik voel me geen slachtoffer meer. Heerlijk gewoon.