De bevrijding van Vreewijk (Rotterdam Zuid)

30-04-1945 tot 05-05-1945, Dreef 104, Vreewijk, Rotterdam (Zuid)

Rinus Zweedijk (1919 - 1999) is tijdens de bevrijding 26 jaar. Hij woont gedurende de oorlog bij zijn ouders, met broer Jaap, in Vreewijk (Rotterdam-Zuid). Rinus was mijn opa en onlangs heb ik zijn dagboek gelezen.

De 26-jarige Rinus Zweedijk (1919 - 1999) tijdens de Tweede Wereldoorlog in Rotterdam

Hij begint zijn verhaal met zijn belijdenis in de Vredeskerk op 25 maart 1945. Tot augustus 1945 beschrijft hij hoe hij de bezetting en bevrijding ervaart. Rinus is vrijgezel in een hongerig Rotterdam. Hij omschrijft de mooie lentedagen, de onzekerheid en hoe hij direct na de oorlog de taak krijgt om gevangen genomen NSB’ers te bewaken. Het dagboek eindigt met de ontmoeting van Rinus met Riet, mijn latere oma.

Rinus is ingenieur bij de gemeentelijke telefoondienst, alwaar constant Duitsers aanwezig zijn om een oogje in het zeil te houden. Hij klust verder wat bij met het repareren van 'generatortjes'. Vanaf begin april is in Rotterdam de artillerie uit het zuiden te horen en wordt er druk gespeculeerd over de komende bevrijding. Op 11 april 1945 bezorgen de Duitsers de telefoondienst een 'bijzondere dag' door vanaf dat moment het telefoonverkeer volkomen stop te zetten en de centrales stil te leggen. 

Eind april komt de bevrijding echt naderbij als geallieerde vliegtuigen pakketten droppen. Pas op 4 mei kan 'VREDE' in het dagboek worden opgetekend. Het vrije Rotterdam is echter nog niet veilig. Hieronder staan dagboekfragmenten die dat omschrijven:

Vrijdag 4 mei ‘45 Het werd VREDE. Ongelofelijk maar waar. Geen angst meer, maar bouwen aan de toekomst. Die met Gods hulp goed zal worden Op wacht voor God, Nederland en Oranje. Gelukkig !!!!!

 Zaterdag 5 mei ‘45 Hoera !!! Ik in feeststemming naar de zaak. Oranje op m’n borst, een fototoestel bij me om de feestende massa te vereeuwigen, een blij gezicht, en een onbezorgd hart.

Toen…. werd er gebeld. Er werd open gedaan en een groot aantal moffen kwam onder “Heil geHitler” naar binnen stuiven. Een ogenblik later stond ik met drie parabellums op m’n buik gericht en m’n handen in de hoogte te overdenken hoe het nu zat met de vrede. Onbegrijpelijk. Het volgende uur is wel het spannendste wat ik dezen (pardon voorgaande) oorlog heb meegemaakt. Het liep gelukkig goed af. Enfin, genoeg daarover. Ik geloof niet dat ik de feiten gauw zal vergeten. Nu heb ik gehoord dat vannacht de Canadeezen hier naar toe komen.

Dan zullen we werkelijk vrij zijn. Laten we het hopen.