De familieomstandigheden waarin Verscheer ter wereld kwam waren bijzonder voor die tijd. "Mijn ouders waren allebei met een ander getrouwd, maar zijn beiden bij hun partners weggegaan. Uiteindelijk kwamen ze elkaar tegen en gingen samen verder. Voordat ze gehuwd waren raakte mijn moeder zwanger, op haar vijfenveertigste. Daar reken je niet op." Met een kleine twinkeling in haar ogen vertelt Verscheer dat haar vader, een echte Groninger, door het dolle heen was. "Papa heeft direct een wiegje geregeld toen mijn moeder zwanger bleek. Hij heeft toen het wiegje zelf bekleed. Ik was zijn alles."
Haar moeder reageerde totaal anders. "Tot het eind van haar zwangerschap heeft mijn moeder een heel strak korset gedragen. Uit schaamte voor haar zwangerschap. En om de hele situatie: ze was van Duitse komaf en ze was niet getrouwd met de vader van het kindje waar ze zwanger van was. Daarbij woonden mijn ouders in bij een oom en tante in Den Haag, een eigen huis hadden ze vanwege de woningnood die toen heerste niet. In die tijd…dat kon echt niet. Mijn leven begon dus eigenlijk als iets dat niet deugde."
"Ik was een te grote zorg. Een te grote verantwoordelijkheid. Dat was ik voor mijn moeder. Zij droomde bewust of onbewust van gelukkig zijn met de man van haar dromen, zonder andere zorgen." Dan ineens, verbeten: "Daar kwam geen fuck van terecht! Ik kwam er tussendoor, een verantwoordelijkheid die ze niet gekozen had. Kijk, als je bewust zwanger wordt, kies je voor een kind. Zij niet, het is haar overkomen. Dat wás niet leuk, dat was een schaamte. Dat was voor haar een hele zware last. Dat kan ik me goed voorstellen. Ik zou ook niet graag in haar schoenen hebben gestaan."
'Moffenjong' De eerste keer dat Verscheer en plain public geconfronteerd werd met het feit dat ze dochter is van een Duitse, herinnert ze zich nog als de dag van gisteren. "We woonden in de Bezuidenhout, een wijk in Den Haag waar nu ongeveer het centraal station staat. Alles ging goed. Tot een dag op school. Aardrijkskunde, geografie. Ik moet een jaar of zeven geweest zijn. Om het begrip geografie te verduidelijken vroeg de juf waar onze ouders vandaan kwamen. Ik antwoordde vol trots dat mijn moeder uit Duitsland kwam. Dat was een eind weg, veel verder weg dan de rest. Ik dacht dat dat wel indruk zou maken. Dat had ik dus goed mis. De blik van afgrijzen van de juf zal ik nooit vergeten."
Het ontging de andere kinderen in de klas ook niet. Zij vertelden thuis in geuren en kleuren wat er op school was gebeurd. "Ik had een vriendje dat vlakbij woonde, een joods jongetje. Max. Ik kwam iedere dag bij hem thuis. Zij hadden zo'n grote souterrainkeuken waar zijn moeder altijd aan het bakken was. Het rook er naar amandelen. Max had haar verteld dat juffrouw zo raar had gereageerd toen ze hoorde dat mijn moeder een Duitse was. Toen ik de dag erop weer bij Max thuis kwam werd zijn moeder volledig hysterisch. Ze heeft me letterlijk het huis uit getrapt, geschopt en geslagen. 'Moffenjong!' riep ze me nog na."
Verscheer begreep er niets van. "Iedereen keerde zich ineens tegen me. Ik had blijkbaar iets fout gedaan, maar wat ik dan precies gedaan had wist ik echt niet." Bij haar moeder hoefde ze niet aan te kloppen voor hulp of goede raad. "Ik vertelde wat er bij Max thuis was gebeurd. Het enige wat ze zei was: 'Ach, ze weten niet beter.' Daar kon ik het mee doen."
In 1957, op de lagere school, was het weer raak. Opnieuw een vervelende confrontatie vanwege de nationaliteit van haar moeder. Die dag werd de afloop van de oorlog herdacht. "Iedereen kreeg een speciale herdenkingsbeker van juffrouw," vertelt Verscheer, toen acht jaar oud, "Ik weet nog hoe hij eruit zag. Een melkbeker van aardewerk. Ecrukleurig, oranje randje en een Nederlands wapen erop. De juf staat ongeveer anderhalve meter voor me en doet alsof ze me de beker wil geven. Voor ik hem vast kan pakken laat ze hem zo uit haar handen donderen. 'Ach', zegt ze, 'zo blij zul jij er ook wel niet mee zijn'."
Onvoorwaardelijke vaderliefde Op haar negende stierf haar vader. Geen oorlogswonden. Geen heroïsche verhalen. Een verschrikkelijke sluipmoordenaar: longkanker. "M'n vader rookte als een ketter," stelt Verscheer, terwijl ze de as van haar eigen sigaret nog 'ns aftikt. Ten tijde van de dood van haar vader woonde ze samen met haar moeder bij haar oom en tante in Den Haag. "Het was een ingewikkelde situatie. Mijn vader lag in het ziekenhuis. Mijn moeder kreeg een niervergiftiging en moest verzorgd worden. Daarom woonden we bij oom en tante in."
"Als je mij vraagt: 'wat is onbaatzuchtige liefde?' Dan was dat mijn vader. Zo bouwde hij van een paar oude fietsen een nieuwe voor me. Met grote houten blokken op de trappers, zodat ik er met mijn voeten bij kon. Pa zou me leren fietsen. Ging op zich prima. Uiteindelijk moest ik stoppen, alleen zat ik door die blokken op de trappers heel ver van de grond af. Ik ben doorgefietst tot de dichtstbijzijnde lantaarnpaal, zodat ik me ergens aan vast kon houden. Eenmaal uitgelachen hielp pa me van mijn nieuwe fiets."
"Ik miste hem voor het eerst toen ik voor de eerste keer terug kwam in ons eigen huis. Mijn vader droeg in huis altijd zijn huisjasje. Dat was een battledress, zo'n groen legerjasje dat ze vroeger hadden. Nu hing hij nog aan de kapstok. Hij rook nog helemaal naar hem. Toen ik die avond naar bed ging was papa er niet. En dat was gek. Hij bracht mij namelijk altijd naar bed toe. Het was elke avond een heel ritueel. Voordat ik naar bed ging, verstopte papa zich altijd snel onder mijn opklapbed. 'Papa waar ben je?' riep ik dan. Op dat moment ging hij met z'n rug omhoog en dan ging dat opklapbed ook een stukje omhoog. Ik bleef maar roepen en hij deed iedere keer dat bed een stukje omhoog. Dat was gewoon ons ding. Nu moest ik alleen naar bed. Geen ritueel, geen papa die verstoppertje speelde, niets."
Verscheer gaf zichzelf de schuld van de afwezigheid van haar vader. "Mijn moeder heeft altijd gezegd: 'Wees nu rustig, want als je nu niet rustig bent gaat papa weg'. Dood was hij voor mij niet, hij was gewoon weggegaan. En dat lag aan mij. Dat zei mama toch altijd? Op zo'n moment kan iedereen je vertellen dat hij dood is. Dat zegt je als kind toch helemaal niks. Dood. Dat is zo'n abstract begrip."
Het overlijden van haar vader had een enorme impact op de relatie die Verscheer had met haar moeder. "Na de dood van mijn vader werd mijn moeder afhankelijk van mij. In alles. Als er iets geregeld moest worden, dan deed ik dat. Ook al was ik heel erg jong. Toen we gingen verhuizen heb ik dat geregeld. Ik heb het verhuisbedrijf gebeld. Zij kon dat niet. Sterker nog: Ze kon ineens niks meer. Dat terwijl ze vroeger alles kon. Niet vanuit verdriet, vanuit gemakzucht. Het werd steeds erger. Na de dood van mijn vader werd mijn moeder mijn kind."
Erkenning Verscheer heeft zich lange tijd eenzaam gevoeld. Uiteindelijk had ze het gevoel alleen nog haar fantasie te hebben. Ze begon vriendjes te bedenken. "Als ik dan thuis kwam ging ik naar mijn kamertje. Ik had daar vrienden, op mijn kamer. Een vader, een moeder, een opa, een oma en een jongetje. Dat jongetje heette trouwens ook Max." Vol overtuiging vertelde de kleine Verscheer haar moeder over de vrienden op haar slaapkamer. Haar moeder wilde er echter niet aan en maakte Verscheer op hardhandige wijze duidelijke dat ze fantaseerde. Voor Verscheer waren de vrienden werkelijkheid. Ze hield vol: "En toch wist ik zeker dat ze er waren."
Ook nu nog heeft de 60-jarige vrouw last van eenzaamheid. Ze vertelt een handvol heel goede vrienden te hebben, maar nog altijd niet in staat te zijn een liefdesrelatie te onderhouden. "Hoe kan iemand anders nou van mij houden als ik niet eens van mezelf kan houden? Daarom lukken relaties niet. Een relatie is altijd onder voorbehoud. Het is goed zolang het goed is, maar je verwacht eigenlijk ieder moment dat het over is. En dat blijkt ook wel. Met mijn laatste relatie heb ik mijn record verbroken. Die duurde vier jaar."
Met haar moeder was het niet anders. "De relatie met mijn moeder is nooit goed geweest. Echt contact heb ik nooit met haar gehad. Het was mijn moeder en ik weet dat ze op haar manier, voor zover zij dat kon, heel veel van me hield en ook heel erg haar best voor me heeft gedaan. Ik heb haar ooit gezegd: 'Ik ken jou niet en jij kent mij niet.' En we hebben er allebei geen moeite voor gedaan."
Ze neemt haar moeder niets meer kwalijk. Verscheer heeft haar leven geaccepteerd zoals het is. Het komt zoals het komt. Haar laatste bezoek aan haar toen al dementerende moeder was voor Verscheer het moment dat ze afscheid nam. Als ze vertelt hoe dat ging, verhard haar blik. "Het was twee jaar voor haar overlijden. We hebben zitten praten tot mijn moeder op een gegeven moment zei: 'Wie bent u? U lijkt op mijn dochter maar u bent veel verstandiger.' Toen wist ik dat het ons afscheid was. Het was voor het eerst dat ze me écht zag."
De naam van Marieke Verscheer is gefingeerd