De scheiding van mijn ouders

1970, Rotterdam

Ik ben de oudste van een gezin met vier kinderen. Er was thuis veel ruzie, vaak met harde hand. Als iets niet ging naar de zin van mijn vader, pakte hij het tafelkleed bij de vier punten op en gooide alles naar buiten en daar hield het niet bij op. De hele inboedel lag soms in de achtertuin.

H. Hoffmann, Scherven van verschillende beschilderde borden die gerestaureerd moeten worden, 1941. Collectie Nationaal Archief

Mijn ouders gingen scheiden, maar van het proces hebben wij niet veel meegekregen. Mijn moeder vertrok en wij gingen mee, naar mijn oma in Schiedam. Ze had zelfs een soort vluchtroute bedacht voor het geval vader ons zou tegenhouden. We zouden dan naar kennissen van haar gaan om onder te duiken en van daaruit naar mijn oma in Schiedam.

Mijn omgeving snapte het niet, vriendinnetjes begrepen het niet. Het was voor hen zo moeilijk voor te stellen mijn vader in het huis bleef wonen en dat je zomaar zonder hem wegging. Op school had verder niemand gescheiden ouders. En als dat wel zo was, werd er niet over gesproken. Na onze verhuizing heb ik van mijn vriendinnetjes nooit meer iets gehoord. Maar achteraf bleek dat er brieven naar mij waren gestuurd. Die heb ik nooit gekregen.

Het gaf heel veel rust toen mijn moeder die keuze had gemaakt om te scheiden en om naar oma in Schiedam te vertrekken. Wij hebben daar een fantastische tijd gehad. Met drie bedden in de ene kamer en drie bedden in de andere kamer. Ik sliep bij mijn oma en mijn moeder. Mijn drie broers in de andere kamer.

Mijn vader kwam af en toe aan de deur, om mij mee te nemen naar de kerk. Moeder stond dat toe, maar de volgende dag deed ze dan net of we niet thuis waren. Soms zag ik hem buiten lopen. Ik was bang voor hem, hij kwam dan achter me aan en dan moest ik wel met hem praten.

Op de nieuwe school heb ik niet verteld dat mijn ouders waren gescheiden. Er waren wel vriendinnen bij die het wisten, maar het ging er nooit over. Mijn vader was niet thuis, maar dat was bij hen ook zo: hij was aan het werk. En op de middelbare school kwam mijn stiefvader al in beeld. Toen ik achttien of negentien was, hebben we met elkaar besloten om de naam van mijn stiefvader aan te nemen. Dat is een heel traject geweest.

Ik weet dat mijn moeder mij vertelde dat mijn vader de zielige achterblijver was. Dat hij een man was die jaren daarvoor een ernstig verkeersongeluk had gehad en daardoor toch ook wel de nodige geestelijke schade had opgelopen met bijbehorende karaktereigenschappen. Contact is er niet echt meer geweest met mijn vader. De laatste keer dat ik hem zag, was hij al overleden. Samen met mijn stiefbroer heb ik de kist gesloten.

Per saldo heb ik veel van de problemen tussen mijn ouders meegekregen. Ik heb er uiteindelijk veel last van gehad, maar door therapie heb ik het wel een plek kunnen geven. De impact is heel groot geweest. Ik heb het in mijn leven behoorlijk voor mijn kiezen gehad.

 Uiteindelijk ben ik de derde generatie gescheiden vrouw van de familie. Ook mijn oma was gescheiden. Zij was de eerste in 1961. De relatie van mijn opa en oma was er een geworden zonder liefde. Zij waren uit elkaar gegroeid en mijn opa had al meteen een andere vrouw. Ik weet niet meer hoe die scheiding is verlopen. Zelf ben ik in 2003 gescheiden.