Deze morgen had ik geen zin in de radio en besloot ’in stilte’ te strijken. Om de een of andere reden, ik had er geen verklaring voor, deed ik halverwege toch de radio aan. Wie zei ook al weer dat toeval niet bestaat? Tot mijn irritatie bleek het programma over de NSB te gaan. Oh nee hè, toch niet wéér de NSB. We waren nog al in de mode de laatste tijd. Geërgerd deed ik de radio uit. Na een aantal minuten van aarzeling en onrust deed ik de radio toch maar weer aan. Eigenlijk wilde ik na 47 jaar alleen nog maar rust en vergeten. Ik viel midden in een verhaal van een meneer, die vertelde hoe hij als klein jongetje op een verkeerd uur op het schoolplein was gekomen, voor het maken van een schoolfoto. Men had hem bewust een verkeerd uur opgegeven omdat men hem er niet bij wilde hebben. Zijn ouders waren immers NSB’ers. Ik liep van het kamertje waar ik stond te strijken naar de slaapkamer en ging op de rand van het bed zitten. Ik zag het helemaal voor me. Een klein jongetje, schoon truitje aan, haartjes netjes gekamd, misschien nog een beetje vochtig en dan dat grote schoolplein, helemaal verlaten. Dàt kind niet. Echo’s van mijn eigen jeugd. En ineens begon ik te huilen. Op een heel subtiele, maar daarom zo ontroerende wijze, werd weergegeven waar wij als kinderen doorheen hebben gemoeten. Een kille woede steeg in mij omhoog, over alles wat NSB-kinderen werd aangedaan. Onschuldige kinderen, voor hun leven getekend, voor iets waar ze part noch deel aan hadden gehad. Toen ik een dag later weer in balans was, zocht ik contact met Werkgroep Herkenning en een paar dagen later gaf ik mij op als lid, omdat ik vind dat een werkgroep die ooit de moed had dit te beginnen alle steun verdient. Toen mijn man Rob ’s avonds thuis kwam liep ik enthousiast op hem toe zeggende: ‘Ik ben lid geworden van de werkgroep ouders van foute kinderen’. Aan zijn gezicht begreep ik dat ik iets verkeerd had gezegd. Maakte ik een Freudiaanse vergissing vanuit een jarenlang ‘ik ben niet oké’-gevoel? Toen het tot me doordrong wat ik had gezegd schaterde ik het uit. Dat kan gelukkig óók na al die jaren, lachen om bepaalde dingen die hiermee te maken hebben. Sinds ik bij de werkgroep ben aangesloten, heb ik héél aardige en lieve mensen gesproken. Mensen die ik nooit ontmoet zou hebben als mijn ouders niet… De wereld zit soms wonderlijk in elkaar.