Flarden herinneringen

Kamp Vught

Ik was een jaar of 4, precies weet ik dat niet meer, maar ik zat nog op de kleuterschool en woonde nog in het huis waar ik als oudste ben geboren (1944), toen mijn moeder me iets vertelde over de rampzalige tijd dat mijn vader in kamp Vught had gezeten.

Hoe ze hem daar regelmatig bezocht en dat we daarom zo weinig geld hadden. Ze liet me ook de kelder onder het huis zien waar zij (en ik) moesten schuilen als er bombardementen waren. Ze vertelde me ook dat er een granaatscherf in mijn wieg had gelegen, vlak bij mijn oor, en dat het dus maar een haartje gescheeld had of…….

Er werd altijd heel negatief over de Duitsers gesproken. Mijn ouders haatten Duitsland en ze haatten de Duitsers. Reden waarom we later ook nooit op vakantie naar Duitsland zouden gaan.

Toen ik ruim 5 jaar was verhuisden we van de binnenstad naar een nieuwbouwwijk. Een huis met een voor- en een achtertuin. Intussen waren er 4 kinderen hoewel mijn moeder dit niet had gewild, maar ja, “dat gebeurde toch gewoon en ze waren er blij mee.” Maar helaas, het was allemaal duur en er waren weinig inkomsten. Toch werkte mijn vader hard, maar als kleine zelfstandige wist je nooit wat de volgende dag zou brengen. Wij mochten nooit buiten de tuin spelen, ook niet met onze achterbuurkinderen. Wij hadden toch elkaar? Op straat spelen mocht alleen onder het altoeziend oog van mijn ouders, als zij zelf met mooi weer op zondag in de voortuin zaten. Dan kwamen step en rolschaatsen uit de schuur. Als kind werd ik vaak gepest, er stond een bord in de tuin met daarop het beroep van mijn vader, een raar beroep en een rare naam. Zelf had ik ook een rare naam. Daar kon je lekker mee gepest worden. Maar toch weet ik niet meer precies wàt er gezegd werd, want daar sloot ik me voor af en liep liever zo snel mogelijk naar huis.

Ik had vaak conflicten, vooral met mijn vader, dan moest je voor straf op je knieën zitten met je handen om hoog of je kreeg een pak slaag met de mattenklopper. Niet alleen ik, ook de andere kinderen. We waren ongehoorzaam of deden ons best niet op school. Het ging over te lage cijfers maar ook om opgedragen taken die niet naar behoren vervuld werden. Nagels lakken was uit den boze voor een 10-jarig meisje. Ik deed ook dingen die absoluut niet door de beugel konden. Sommige dingen weet ik nog wel, andere dingen niet meer. Zo weet ik nog dat ik stiekem door een klein raampje naar buiten glipte als mijn ouders ergens op bezoek gingen, maar ik weet ook nog dat ik geld probeerde achter te houden om iets voor mezelf te kopen. Ik was dus in de ogen van mijn ouders een onhandelbaar kind en kon op school maar matig meekomen. Daarom werd altijd met een kostschool of een heropvoedingsgesticht gedreigd. Wel was ik een behulpzaam kind. Als er klanten voor mijn vader of gasten op bezoek kwamen moest ik altijd de koffie serveren, zo verlegen als ik was. Vriendinnetjes had ik niet. Toch waren er ook leuke dingen zoals de viering van Sint Nicolaas. Mijn vader wist altijd de gekste en de meest creatieve surprises met gedichten te maken.

Toen ik toelatingsexamen deed voor het lyceum, dat moest je in die tijd nog doen, haalde ik het maar net. Maar de problemen thuis bleven en de school werd niets. Een medisch opvoedkundig bureau werd ingeschakeld en ik werd getest. Ik bleek te dom om voor de duvel te dansen. Mijn zelfvertrouwen was al niet groot en werd nu alleen maar kleiner. Al snel kwam er een oplossing, ergens werken met kost en inwoning. Ik was 14 jaar.

Wel had ik op het lyceum iets geleerd over de oorlog. En over Vught. In Vught zaten de mensen die door de Duitsers gevangen waren gezet en ik begon te begrijpen waarom mijn ouders zo’n hekel aan de Duitsers hadden. Toch waren er dingen die ik niet kon rijmen met elkaar. Mijn moeder had af en toe wat uitspraken gedaan als ik iets vroeg, zoals: “de mensen hebben ons nooit iets kwalijk genomen”, of:….”je vader is maar even lid van de NSB geweest”’ of:… “zelfs ??????? (bekende Nederlander) ging met hem om,” en als ik doorvroeg:….“ik hield jou maar dichtbij me en had een ding goed voor ogen: mijn kindje pakken ze niet van me af.” Ik had goed begrepen dat er iets ‘fout’ aan zat en ik vertelde het altijd met een zekere schroom aan een vriend met wie ik een serieuze relatie kreeg, aftastend hoe hij er op zou reageren. Maar waar het precies om ging, dat wist ik niet.

Eindelijk begrepen

Als ik mijn moeder vragen stelde gaf ze altijd antwoorden. Later zei ze altijd dat ik zoveel vroeg, als enige van alle kinderen en dat ik nooit ophield. Pas toen ik op mijn vijfentwintigste, getrouwd en wel, naar de middelbare avondschool ging en geschiedenis in mijn vakkenpakket nam, begreep ik dat Vught ook een interneringskamp voor NSB’ers was geweest. De puzzelstukjes vielen een beetje op zijn plaats. In dezelfde tijd overleed mijn vader en kon ik niets meer vragen. Ik had HET dus altijd geweten en toch niet helemaal. Mijn moeder kon niet anders zeggen dan dat ze het altijd had verteld! Jaren na het overlijden van mijn vader kwamen ineens de verhalen van ooms en tantes los. Of ik wel wist dat m’n pa tijdens de oorlog lid van de NSB was geweest en dat ie in Vught had gezeten. “Ja, ik was op de hoogte”, en daarmee snoeide ik iedereen de mond. “Altijd geweten, nooit een geheim geweest.”

Bijna twintig jaar na de dood van mijn vader kwam een van mijn broers ineens met het voorstel om gezamenlijk het dossier uit het Archief van de Bijzondere Rechtspleging (indertijd nog bij het Ministerie van Justitie) te gaan bekijken. Hij en de andere kinderen hadden het toen pas kortgeleden gehoord. Zij wisten van niets, ook niet dat ik er ‘iets’ van afwist. Onze wegen waren al op jonge leeftijd gescheiden omdat wij allen al vroeg het ouderlijk huis hadden verlaten. Mijn broer had onze moeder om haar handtekening gevraagd, waarbij ze zei dat zij niets te verbergen had: “we moesten maar komen vertellen wat onze bevindingen waren”.

Zo kregen wij kinderen dus inzage en dan moet je toch even slikken als je zo’n veroordeling voor het maken van propaganda leest, ook al was voor mij niet alles een verrassing. Nu begreep ik ook waarom onze relatie zo moeilijk was geweest. De eerste twee/drie jaren van mijn leven had hij deels in interneringskampen doorgebracht met een korte periode van huisarrest. Eindelijk werd mijn behoefte om alles precies te weten bevredigd. Het weekend daarna bespraken we vaders dossier met onze moeder die zich niets meer wist te herinneren: “daar weet ik allemaal niets van” en “ik heb voor niemand iets te verbergen.”

Dit gebeurde in precies dezelfde periode dat de Werkgroep Herkenning werd opgericht en er veel aandacht in de media kwam voor kinderen van ‘foute’ ouders. Toen kwam ik voor vragen te staan: lag mijn gedrag vroeger nu aan jezelf of komt dat voort uit het feit dat ik een kind ben van een foute ouder? Werd ik gepest omdat ik zelf geen leuk kind ….. etc. was, of komt het door ……..? Ik ken vele kinderen wier vaders niet ‘fout’ waren en die toch werden gepest etc., etc..

Je zult er nooit uitkomen en het doet er eigenlijk ook niet toe. Het gaat er om dat je zelf vorm geeft aan je leven en je probeert te zijn zoals je dat zelf graag wilt. Uiteindelijk ben ik geworden die ik graag wilde zijn en misschien was dat wel niet gelukt zonder ‘foute’ vader.