Liquidatie augustus 1944 Gerucht: de Kin is doodgeschoten. Samen met mijn vriendinnetje Hennie, die uit Nijmegen bij familie logeert, rennen we naar de Kerkstraat. Alles is afgezet. Voor boekhandel Heinen ligt een man in zwart uniform. Hij zal wel dood zijn.
Zweefvliegtuigen. Begin september. Ineens zijn ze er. Grote vliegtuigen met een ster er op trekken zweefvliegtuigen. Het zijn er zoveel. Iedereen roept dat de Amerikanen er zo zijn.
School Onze school is door de Duitsers gevorderd. We hebben nu langer vakantie. Ieder avond gaan Duitse soldaten op pad, ze steken takjes van de buxus op hun helmen. ‘s Morgens is er appèl. Later in oktober staan er steeds meer lege Stiefels op het appel. Ook op Nijmegen vallen bommen. Hennie is dood.
Granaten september 1944 We spelen aan de dijk van de Aa. Ineens fluitende geluiden. Huizen op de Bossche Pad worden geraakt. De Tommies vallen de stad aan. Ze houden niet op. Zes weken lang en je weet niet waar een granaat zal vallen. Als de granaten fluiten is het niet erg, maar als ze gaan fluisteren moet je dekking zoeken.
Sint Jozefhuis Mijn vader heeft een plekje gevonden in de kelders van het weeshuis. Wij kunnen schuilen. Zelf gaat hij op zijn fiets met houten banden de boer op. Hij komt soms terug met melk en eieren, een beetje meel en een enkele keer spek. Mijn moeder, toen achter in de veertig denk ik, was doodsbang. Ik ook.Vaak kon ze ondanks het granaatvuur geen stap meer zetten.
Oktober 1944 Zondagmorgen. Met mijn zusje duik ik in de kuil achter ons huis. Spitfires schieten wat ze kunnen. Veel verderop raakt het station in brand. Kort daarna stort een Engels vliegtuig met bommen neer in de Abelenstraat. Heel veel mensen dood. Mijn broer, maar die is al zestien, is gaan helpen.
Bevrijding Door de roosters van de kelder zie ik ineens kaki enkelstukken. ‘Tommie!’ roep ik. Een geweerloop wordt naar binnen gestoken. De volgende morgen krijg ik van een hele grote MP met een rode band om zijn pet een stuk chocola! We zijn bevrijd.
De Maas De Duitsers zijn niet weg. Vanaf Hedel aan de overkant van de Maas blijven ze tot mei 1945 de stad beschieten. Zomaar willekeurig. Veel mensen worden geraakt. Ook een vriendinnetje van mijn zusje komt om. Een Poolse afdeling artillerie schiet iedere dag terug, waarop? 900 Bossche burgerdoden was toch wel genoeg? Canadezen Larry Adams zag mijn oudere zus wel zitten. Mijn moeder hem niet. George leek een betere partij, maar mijn. zus koos voor Piet , sergeant bij de Stoottroepen. Daarbij heeft ze twee dochters en een lang en gelukkig leven.
Bleekneusje Heel veel Bossche kinderen werden uitgezonden naar Engeland en Zwitserland. De vlasboer Isidoor de Pourq, Petegem-Deinze, België was mijn deel. Mager heen in december 1945, met bolle wangen en een klakske (petje) en kloefen (klompen) terug op 16 maart 1946. Twee klassen lagere school gemist, maar wel bevrijd.