Later in de oorlog was ik vrijwilliger in een klein noodziekenhuis in Ermelo. Mensen met doorgelopen voeten, schurft, luizen etc. Ze kwamen uit het westen op zoek naar eten. Mijn volk werd vermoord! Ik haatte het legergrauw en de helmen en vooral de stampende laarzen. ‘Erika’ zongen, nee, brúlden ze.
Toen kwam de dag van de bevrijding, de rollende imponerende tanks, de Engelse en Franse klanken. Tot dan had alleen Duits gemogen, vijf jaar lang op school. Toen de Canadezen naderden werd het noodziekenhuis gevorderd door het Duitse bezettingsleger. Tot mijn verbazing was ik de enige die er durfde en wilde komen. Zieken zijn toch zieken en dat is universeel, vond ik toen. De hoofden van de verpleging en medische staf waren er niet.
Ik was zeventien en ik kwam binnen in de ziekenzaal (voor de oorlog een oud weeshuis). Jongens zoals ik ze uit de klas kende, lagen in bed. Ik temperatuurde ze en zag het fotootje op het nachtkastje van ‘Muttie’. Mijn eigen moeder was thuis, veilig voor ons. ‘Liebes Schwesterchen’, zei hij. Ik liep door, deed alleen mijn plicht maar er smolt wel iets van binnen. Zo’n rotmof!?
Buiten zat een man met een zwartgeblakerd gezicht. Hij zei niets. Keek wezenloos voor zich uit, bewegingsloos. Een vlammenwerper had hem mismaakt. Hij had ook een ‘Muttie’ nam ik aan. Nog een restje wrok voelde ik, ‘lekker, eigen schuld’.
En dat die Duitser die ik later die dag tegenkwam. Ik reed op de fiets van de hoofdzuster, met een esculaapje op het stuur. Het was de allerlaatste dag van de bezetting. Met zijn geweer in de aanslag:‘Absteigen, Rad gefordert’ (‘afstappen, fiets wordt ingenomen’). We stonden daar alleen. Ik zag de angst in zijn ogen. ‘Nein, Arzt’, zei ik dapper en wees op het esculaapje. Je moet toch maar durven. Hij draaide zich om en liep weg.
Iedereen hoste die avond om de muziektent op het plein, rood wit blauw overal en heel veel jazzmuziek, uitzinnige vreugde! En het joch, zo oud als ik had zich onder de tent verstopt, waar hij het feest heeft uitgezeten tot de volgende ochtend. Gelukkig maar dat ze hem niet hebben gevonden en gelyncht.
Hij zal wel bij ‘Muttie’ teruggekomen zijn, neem ik aan.