Het Archief

Mijn schoonvader Sipke heeft mij goed geholpen. Na lang aarzelen heb ik hem in vertrouwen genomen en verteld over mijn zoektocht naar het verleden van mijn moeder en oma en eigenlijk de zoektocht naar de oorsprong van mijn eigen vervreemding.

Zelf zaten Sipke, zijn familieleden en vrienden in het verzet en dat maakte mijn entree minder makkelijk. Maar Sipke was vol begrip en gaf mij veel nuttige informatie en adressen. Hij gaf mij ook de raad om het Nationaal Archief in Den Haag te raadplegen.

Mijn trouwe vriendin Narda en ik gaan naar Den Haag. Naar het archief. Ik heb een verzoek ingediend, dat ik het verleden van mijn oma wil weten. Mijn oma is dood, 100 jaar sinds haar geboorte zijn al gepasseerd. Uit alle verwarrende en tegenstrijdige verhalen van mijn moeder, heb ik in ieder geval begrepen, dat zij en haar moeder sámen zijn opgepakt. Dus brengt de geschiedenis van mijn oma deels ook die van mijn moeder. Pas als mijn moeder dood is, kan ik haar dossiers opvragen, tenzij ze nu toestemming geeft en dat zal ze nooit doen.

Ik ben zenuwachtig, zoals al die mensen, voornamelijk vrouwen van 50 en ouder, die op zoek gaan naar het verleden van hun overleden, foute ouders. Ik ben een van hen, niet meer, niet minder. Narda en ik hebben allebei een schriftje bij ons om gegevens te kunnen overschrijven. Een dik dossier, samengebonden met een touwtje wordt op de leestafel neergelegd. Eerst moeten er nog wat privacyverklaringen worden getekend. Mijn mond is droog; mijn handen trillen.

Op de vaag groene omslag staat met pen geschreven: 'Tribunaal voor het arrondissement Amsterdam, beschuldigde Jacoba Kemp'. We splitsen het lijvige dossier globaal in tweeën. Er valt een vergeelde kaart uit. Er staat een foto van mijn oma op, onmiskenbaar mijn oma. Haar trotse gezicht, het ziekenfondsbrilletje, de broche, die ik van haar geërfd heb, gepind op een sjaaltje rond haar hals.

Beoordeling Jacoba Kemp functie als blokhoofd, lid van de NSA en N.V.D. mei 1943 sociaal gevoel- goed werklust- traag levenswandel- in orde karaktereigenschap- traag collecteert- ja

Samen met mijn vriend en zijn dochter rijd ik de week daarop naar Laren. Telefonisch heb ik al lange gesprekken met Sipke gevoerd over alles wat ik in de dossiers heb gevonden. Zijn reactie is positief, bemoedigend.

Ik parkeer de auto om de hoek en in de late middagzon wandelen we het grintpad van het huis op. Sipke staat midden op het pad. Het jaar daarvoor heeft hij een beroerte gehad en zijn houding is nog wat stram. Mijn vriend en dochter begroeten hem en gaan het huis binnen. Ik kom iets later met de laatste bagage in de hand. Midden op het pad klakt Sipke enigszins onhandig zijn hakken tegen elkaar en strekt zijn rechter arm strak naar voren en zegt: "Sieg Heil".