Het dagboek van mijn moeder

25-08-1945 tot 11-11-1945, Banjoebiro

Enkele dagen voor de bevrijding werden mijn moeder, mijn oma en ik overgeplaatst van kamp Moentilan naar kamp Banjoebiro op Java. Ik was een kleuter van net drie jaar. De bevrijding heb ik dus niet bewust meegemaakt. Maar mijn moeder hield een babyboek bij waardoor ik toch van alles op de hoogte ben. Onderstaand fragment komt uit dit boek.

Story Archive

Vrijdag, 24 augustus 1945 Vrede! Vrede, vrede , hoeveel mensen zullen de woorden met tranen in de ogen en overvolle harten zeggen? De hele dag was het al een verwarde geschiedenis in het kamp. Er werd volop gedekt (=door het prikkeldraad heen spullen ruilen voor voedsel, hetgeen door de Jap ten strengste verboden was). Er gingen allerlei verhalen in het  rond over een  capitulatie. Niemand die dit echter helemaal durfde te aanvaarden.

Om een uur of vijf vroeg ons kamphoofd om ons te verzamelen achter de keuken. Velen kwamen niet , omdat men dacht dat het weer een waarschuwing tegen het gedekken zou worden. Ik zal dit moment nooit vergeten: Zij, in haar khaki jurk met haar drie rode strepen op de zak, haar handen als een trompet voor de mond, vroeg met bevende stem om stilte. Toen vertelde ze  dat ze zojuist van de Japanse autoriteiten had vernomen dat het Vrede was.

Hoewel  enigszins verwacht, kwam het bericht toch plotseling. Velen begonnen te huilen en we konden dit ook zo moeilijk bevatten ineens. Gezamenlijk werden de twee coupletten van het Wilhelmus gezongen; zeer ongelijk en nogal vals door de grote ontroering. Daarna even stilte voor hen die vielen en die achterbleven. Dan een kort gebed, voorgegaan door mevrouw Langhout. Er werd gevraagd niet meer te gedekken en dit werd dan ook niet meer gedaan.

De 25ste augustus werd ’s morgens onder het zingen van het Wilhelmus weer voor het eerst de Hollandse driekleur gehesen. Eindelijk, na drie jaar, onze oude vlag. We mochten nu buiten het kamp op een zogenaamde ruilmarkt onze spullen ruilen voor levensmiddelen. Als gevolg hiervan hebben we nu levend voedsel op het erf, zijnde een stel kippen die wachten op hun dag des oordeels. We hopen snel beter voedsel te krijgen.

11 november 1945 Tot enkele dagen geleden verbleven we, ondanks het feit dat het al bijna drie maanden vrede is, nog steeds geïnterneerd in Banjoebiroe.  Nu moesten we beschermd worden tegen de Indonesiërs, die overal ‘Merdeka’ roepen.  ‘Vrijheid’, maar niet voor ons. Nu zijn we  terug in Bandoeng en kregen hier te horen  dat enkele zeer naaste familieleden de kampen niet overleefd hebben. Van de vreugde van de vrijheid is momenteel niets over. Enkel verdriet.