De komst van Italianen, maar ook Spanjaarden, Turken en Marokkanen, zorgde voor de opkomst van huisjesmelkers en het ontstaan van wantoestanden.
De komst van Italianen, maar ook Spanjaarden, Turken en Marokkanen, zorgde voor de opkomst van huisjesmelkers en het ontstaan van wantoestanden.
In mei 1965 wordt door de NCRV een televisiereportage uitgezonden over de wantoestanden bij de huisvesting van buitenlandse werknemers. Kort daarna verschijnt er in Het Vrije Volk een artikel over hetzelfde onderwerp. De buitenlandse werknemers worden in grote aantallen in één kamer ondergebracht, waar zij zelf koken en bedragen tot 35 gulden per week per bed moeten neertellen.
Het televisieprogramma en het artikel vormen de aanleiding voor bezorgde Kamervragen. De ministers van Volkshuisvesting en Sociale Zaken en de staatssecretaris van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk laten weten dat zij ervan op de hoogte zijn dat de huisvesting van buitenlanders onder de Nederlandse maatstaven ligt. Dit is vaak het geval bij niet-Nederlanders die op eigen gelegenheid naar Nederland zijn gekomen, zonder arbeidscontract.
Maar, wordt er geantwoord, het is ook zo dat vele buitenlandse werknemers ‘een uitgesproken voorkeur blijken te hebben voor gemeenschappelijke huisvesting.’ En dat zij een uiterste spaarzaamheid prevaleren boven een verantwoorde huisvesting.‘ In het genoemde artikel geeft een pensionhouder eenzelfde verklaring: ‘Ze zijn thuis niet beter gewend. Ze zijn vrij in deze huizen en mogen er hun eigen potje koken.’
De slechte woontoestanden houden stand ondanks nauwe samenwerking met plaatselijke stichtingen en het werk van de Inspectie voor de Volkshuisvesting. Bij het verlenen van werkvergunningen is het wettelijk niet mogelijk om redelijke huisvesting voor de buitenlandse werknemers te eisen. Het is wel mogelijk om rekening te houden met de beschikbaarheid van voldoende huisvesting bij het toestemming geven voor een officiële werving.
In de loop van de jaren zestig en begin zeventig nemen de wantoestanden bij de huisvesting van buitenlandse werknemers alleen maar toe. In het Nationaal Archief zijn bijvoorbeeld brieven te vinden van bezorgde burgers over de slechte woonomstandigheden van hun Joegoslavische buren.