Levenslang

1943 tot 1947

Het voelt als een levenslange belasting.

Jeugdstorm.

Groeide op in een NSB-gezin en kwam bij de Jeugdstorm. Daar ik graag piloot wilde worden ging ik over naar de Luchtvaartjeugdstorm. In 1943 (ik was toen vijftien) ben ik 2 weken op de Paasheuvel in Vierhouten geweest. Daar 2 modelzweefvliegtuigen gebouwd. Aan het eind daarvan met de gebouwde modelzweefvliegtuigen naar de Hilversummer heide waar een grote wedstrijd gehouden werd en ook een aantal Duitse genodigden aanwezig waren waaronder de Generaal der Luftwaffe Christiaansen. Mei 1944 werd ik toegelaten tot de Luwaschool in Doorn die daar toen startte met luchtvaart opleidingen. Op de dag voor dolle dinsdag werd mij gevraagd of ik de vrouw van een staflid die daar woonde per trein naar een adres in Assen wilde brengen. Onderweg moesten wij nog onder de stationsoverkapping in Meppel schuilen vanwege treinbeschietingen.

Dolle Dinsdag.

De volgende dag toen ik in Doorn aankwam bij ons gebouw zat alles op slot en ik kon dus niet bij mijn spullen komen. Kennelijk was iedereen in panische angst gevlucht en moest ik dus onverrichterzake naar huis terugkeren. Met de tram van Doorn naar het station in Amersfoort. Hier trof ik een geweldige chaos aan van vluchtende mensen die allemaal met treinen naar Duitsland wilden. De perrons en wachtkamers puilden uit en weldra waren de toiletten vies en bevuild. Om de zoveel uur vertrok er een trein en dan was er een stormloop om mee te kunnen. Die nacht heb ik getracht op de grond tussen de tafeltjes en de mensen in even te slapen maar dat lukte niet. De volgende morgen is het mij gelukt per trein naar huis te rijden.

Luftwaffehelfer.

In januari 1945 ben ik als Luftwaffehelfer naar Duitsland vertrokken. Via veel omzwervingen (Leer, Bentheim enz.) kwamen wij uiteindelijk in Berlijn aan. De volgende dag in de morgen rond tienen kwam er luchtalarm en wij naar de schuilkelders. In ons geval een metrostation waar dan dikke stalen deuren de ingang afsloten. Op een gegeven moment hoorden wij een bommenregen aankomen zwellen en er vielen vele bommen op ons neer.. De stalen deuren werden weggeblazen (met vele doden en zwaar gewonden tot gevolg), het licht viel uit en even brak er paniek uit maar spoedig was het vrij stil na een donderend geroep van: Ruhe, Er werd geroepen om zaklantaarns en verbandpakjes om de gewonden te verzorgen die door de stalen deuren getroffen waren. Het was of mijn longen geknapt waren door de explosies en er hing er een verstikkende stofdamp. Na einde luchtalarm konden wij naar buiten en daar waren vele huizen ingestort en stonden in brand. Hele straten waren weggevaagd. Op het plein voor het metrostation stond een vrachtwagen vol brood in brand waar je geen enkel brood van af mocht pakken want dat was plunderen (stond de kogel op als ze je erbij betrapten). De brandende stad doorgelopen via de Brandenburger Tör. ‘s Morgens zonnig weer maar ‘s middags stromende regen. (vanwege de ontstane vuurstorm). Het duurde een week voordat wij in Eger (Sudetenland) aankwamen. Een maand later door naar een kazerne in Oldenburg. Weer een maand later door naar Wismar aan de Oostzee. (Onderweg daarheen kwamen wij een trein met goederenwagens tegen die op een station stond te wachten vol met dezelfde vluchtelingen die met dolle dinsdag waren vertrokken naar Duitsland en nu weer op weg waren naar Holland). Iedere nacht in Wismar luchtalarm en dan naar de loopgraven buiten de stad tot het signaal veilig werd gegeven. Na een luchtalarm midden april vanuit de loopgraven (in aardedonkere nacht) de verkeerde kant op gelopen en uiteindelijk bij een boer in Harburg terecht gekomen. Daar gewerkt tot 2 mei en gezegd dat ik naar huis ging. Lopende op weg naar huis vlogen de granaten over mijn hoofd richting Hamburg. Een paar kilometer verder zag ik op een weg in de verte de eerste Amerikanen rijden met de witte sterren op hun auto’s. Dwars door het land naar deze weg gelopen en ik was in bevrijd gebied. Werd aangehouden en naar papieren gevraagd en kon daarna verder gaan. Bij Tostedt aangekomen mochten wij niet verder maar moesten alle buitenlanders op weg naar hun eigen land zich verzamelen in één der vele opvangplaatsen die de autoriteiten toen instelden om hen daarvandaan te repatriëren naar hun land van herkomst. Ben hier een paar dagen gebleven en toen een gestolen fiets meegepikt en verder huiswaarts gegaan. Op deze fiets rustte geen zegen want na een paar kilometer kreeg ik al een lekke band en die kon nergens gerepareerd worden en dus ging ik verder te voet. Onderweg steeds aangeklopt voor eten en een slaapplaats en zo verder richting Nieuwe Schans. Kwam hier na 5 uur ‘s avonds aan en kon dus pas de volgende morgen gecontroleerd worden.. Tot mijn grote ontzetting zag ik dat in de lage gazen hondenkennels van de grensbewaking mensen op hun knieën vastgezet waren (konden hierin niet rechtopstaan) . Kreeg te horen dat het NSBers en ander tuig waren die hier getracht hadden naar huis te komen. De volgende ochtend een verhoor en volgespoten met DDT-poeder om ons van luizen te ontdoen. Gezegd dat ik in Duitsland gewerkt had en kreeg een doorlaatpas.

Gevangen genomen.

Werd onderweg naar huis gevangen genomen en in een school gestopt die al vol zat met geïnterneerden. Mijn wereld stortte in. Zelf had ik gedacht dat je van de mensen alleen te horen zou krijgen: jullie hadden geen gelijk want niet de Duitsers hebben de oorlog gewonnen maar de Engelsen.

Mijn portemonnee werd afgepakt (met Duits geld) maar later bij navraag nooit weer terug gekregen. (was niet te vinden!). Werd kaalgeschoren. Er hingen daar pamfletten met veel lijken uit concentratiekampen met de tekst: door de Duitsers vermoord. In het begin kon ik dat niet geloven want ik was er heilig van overtuigd dat de Duitsers zoiets niet gedaan zouden hebben en men ons dit in de schoenen wilden schuiven. Had de propaganda plaatjes in de oorlog gezien van de vermoorde Poolse officieren die in Katyn in Polen door de Russen waren vermoord. Werkzaamheden: naast een paard en wagen lopen en van verschillende huizen van gevangen genomen delinquenten de meubels weghalen en ergens in een loods opslaan. Later de rest van de gekapte bomen die voor de organisatie Todt gekapt waren en voor de aanleg van versterkingen zoals loopgraven en tankgrachten bedoeld waren, weghalen. De kreet: stokjes eronder hoor ik nog steeds als ik hieraan denk. Waren de boomstammen boven op de kar geladen dan werden deze naar een opslagterrein gereden en daar afgeladen. Ook bij een boer gewerkt op het land. Half juli kwamen wij in colonne terug van het werk toen een gewapende wacht zich meldde en mij meenam naar een andere school. Hij was op de fiets en ik mocht ernaast lopen. Kwam in een lokaal terecht waar veel jonge mensen van de Nederlandse Arbeidsdienst lagen. Wij sliepen op een laagje stro op de grond. Werkzaamheden: eerste tijd loopgraven dichtgooien bij boeren en later werken op een dorsmachine. Moest boven op deze machine werken als bandensnijder. Eens toen ik niet snel genoeg de banden kon doorsnijden kwam een bewaker naar boven gesneld en gaf mij een klap met de kolf van zijn geweer zodat ik bijna het mangat inschoot en dan verongelukt zou zijn. Een andere keer was ik bijna in het mangat gevallen omdat de veiligheidsrand ontbrak en ik mijn klomp al hoorde ratelen tegen de snel draaiende trommel.

Kamp Westerbork.

In de nazomer werd het grootste gedeelte van de gedetineerden naar het kamp Westerbork afgevoerd. Zelf bleef ik nog met een kleine groep achter die naar de gymzaal verplaatst werd zodat de rest van de school weer vrij van gedetineerden was. Zelf bleef ik achter omdat ik toen nog geen 18 jaar was en niet toegelaten zou worden in Westerbork. Half november (ik was inmiddels 18 geworden) werd het laatste groepje gedetineerden naar het kamp Westerbork afgevoerd.. Van de school herinner ik mij nog de zondagse preek van een blikken dominee (die ook bewaker was) dat wij naar het kerkterrein werden gedreven (kerk lag aan het schoolplein). De dominee plaatste zijn geweer achter zich tegen de kerkmuur en begon aan zijn verdoemdenpreek. Drie gevangenen zaten in de politiecel in het gemeentehuis en werden (volgens geruchten) elke nacht afgetuigd en één kon daar op een gegeven moment niet langer tegen en hing zich op in de cel. Half november 1945 tot half juli 1946 geïnterneerd in kamp Westerbork. Hier lag ik in barak 66 naast mijn vader in een stapelbed van 3 bij 3 = 9 personen in één combinatiebed. De middelste moest dus altijd over een ander kruipen om op zijn strozak terecht te komen. Aan beide einden van de barak was een waslokaal en in het midden was een smal gedeelte van waaruit het eten via een loket werd uitgedeeld. Links en rechts van dit middenstuk lag een slaapzaal. Tussen de barakken lag hier en daar een gebouwtje (latrine) waar je dus mannetje naast mannetje je behoefte kon doen. Tussen de barakken lag een smalspoor waarop lorries konden rijden die door een WC-ploeg werden voortbewogen. Deze ploeg moest met schepemmers de kelders onder de latrines leegscheppen en de inhoud naar de tuin op het kampterrein rijden om als bemesting voor de verbouwde groenten te dienen. In het mosselseizoen brachten zij met deze zelfde lorries lege oesterschelpen terug naar de barakken waar de inhoud dan gedumpt werd om als verharding tussen de barakken te dienen. Heb gezien hoe sommige gedetineerden tussen deze schelpen zochten naar een achtergebleven mossel en deze dan ter plekke opaten! Heb een week in de ziekenbarak gelegen (had kokende koffie over mijn voet gegoten met de bedoeling dat de voet zou gaan zweren, en dat ook ging doen na een week). Hier kreeg je beter eten maar helaas moest ik na een week al weer terug naar mijn barak. Elke morgen naar de appélplaats voor appél en daarna in groepen verdeeld voor werk bijv: smederij (was vasteploeg!), batterijenploeg, mosselploeg, en een ploeg voor buiten, om heide om te spitten. Kwam hier wel eens terecht ondanks mijn lekke klomp. Soms werden overdag de barakken uitgekamd en dan werd je ondanks lek schoeisel toch naar de hei verbannen. Op een dag zagen een aantal gevangenen kans om er met een vrachtauto vandoor te gaan. Zij werden later op de dag gesnapt en op één na (volgens de bewakers op de vlucht) neergeschoten. (vermoord)? Deze ene gevangene heeft het gezien vanuit zijn schuilplaats. Wij waren volkomen afgesloten van nieuws en hadden geen flauw idee wat de toekomst zou brengen. Ons werd door de bewakers voorgehouden dat wij het grootste tuig van de wereld waren en er voor ons geen plaats meer in de maatschappij zou zijn. Geruchten spraken over verbanning naar een ver eiland (Indië bijvoorbeeld). ‘s Avonds kwamen er bewakers door de barakken op jacht naar mensen die geen kaal geschoren baan over hun hoofd hadden. (kaal scheren was inmiddels verboden maar daar hadden ze iets op bedacht n.l. een baan over je kruin kaal scheren want dat is toch niet hetzelfde als kaalknippen). In de winter 45-46 op een ochtend een razzia in het kamp door een regiment militairen, die op elke hoek van de barak achter een mitrailleur in stelling gingen liggen. In het kamp zouden n.l. een groot aantal wapens verstopt zijn. De gedetineerden werden uit de barakken gedreven. Dan werden de gevangenen barak na barak verplicht hun strozak mee te nemen en dan naar een lege barak gebracht waar men zijn strozak moest leegschudden en de bewakers de inhoud op verboden artikelen nazochten. Intussen werd je op lichaam en kleding doorzocht. Ook werd dan je barak minutieus doorzocht naar contrabande. In een andere barak mocht men zijn strozak weer met stro vullen en als men klaar was met doorzoeken mocht je je strozak weer op je bed leggen en buiten wachten. Dit onder veel geschreeuw en commando’s. De volgende dag stond er in de krant dat er bij deze razzia veel stoot- en slagwapens waren gevonden die niemand van ons trouwens gezien heeft! Toen ik in Westerbork kwam had ik geen bord om uit te eten en moest dus zelf iets versieren om mijn uitgereikte eten in te doen. Heb tegen een stuk brood een leeg voedsel blikje geruild. Had ook geen mes om brood te snijden en heb toen van een stuk bandstaal uit een matras een mes gemaakt door een hamer te lenen en op de rails van het smalspoor dit stuk bandstaal wat uit te slaan en verkreeg zo een soort mes. In mei 1946 kwamen de jeugdigen (18-20jaar) in een aparte jeugdbarak en moesten o.a. een uur per dag door het kamp marcheren. Dit onder leiding van een oud militair uit het voormalig Nederlandse leger. De rest van de dag werden er schoolvakken gegeven. Op een dag moest ik voor een dame verschijnen die na een praatje vroeg of ik er voor voelde na vrijlating bij een boer te gaan werken. Aangezien ik iets met vliegtuigen wilde doen was het antwoord: nee. Resultaat: mocht dus weer gewoon langer vastzitten in Westerbork. Half juli moest ik op een dag bij de administratie komen en daar werd gezegd: je bent vrij. Kreeg een papier dat ik vrij was met 3 voorwaarden. 10 jaar lang geen kiesrecht, ambtenaar zijn, militaire dienst verrichten. Volgende vraag: waar ga je heen? Aangezien wij geen ouderlijk huis meer hadden (beide ouders zaten nog vast en er woonden andere mensen in ons huis) kon ik nergens naar toe. Toen werd besloten dat ik naar een ander kamp zou gaan en daar een vak zou kunnen gaan leren. Na enige dagen moest ik mij melden bij een kamp in Bergentheim voor jeugdige gevangenen. Daar aangekomen moest ik met de andere gevangenen overdag spitten op de heide. Na enige weken kwam er iemand uit den Haag (die er maandelijks kwam en die je dan kon spreken) en die tegen mij zei, nadat ik mijn situatie had uitgelegd, dat ik spoedig ergens anders heen kon om een vak te leren. De volgende week al (eind juli 1946) overgeplaatst naar een jeugdinrichting in Beekbergen. Ging daar elke dag met een groepje onder leiding van 2 begeleiders naar Apeldoorn. Bij ons eerste gesprek op de Rijkswerkplaats voor vakontwikkeling (bij het station) werd er besloten dat het elektrotechniek zou worden want daar kon ik later wel wat mee als ik iets met vliegtuigen zou willen. (wilde van kinds af aan al graag piloot worden). Op mijn verjaardag mocht ik thuis bij de internaatsdirecteur aan tafel mee eten. Dit vond ik een heel goed idee. Wij lagen in Beekbergen in een barak boven op een heuvel (enige honderden meters van de inrichting). Eind december zei mijn werkmeester op de Rijkswerkplaats dat ik bij hem niets meer kon leren.(had alle theorieboekjes thuis doorgewerkt). Ik kreeg dus een getuigschrift en kon naar huis want mijn moeder was inmiddels vrijgekomen en wij (Mijn moeder twee jongere zusjes en ik) mochten tijdelijk wonen bij mijn grootmoeder.

Na mijn vrijlating.

Overdag werkte ik bij een elektrozaak als leerling elektromonteur. (2 januari 1947 t/m 3 mei 1947) In mei 1947 besloot de familie dat wij niet langer bij mijn grootmoeder mochten wonen. Mijn moeder moest toen noodgedwongen bij een zus van haar werken op diens boerderij en ik had dus geen onderdak meer en moest nieuw werk zoeken (intern bij iemand). Ik heb toen werk gezocht bij een koolboer (intern). Later dat jaar een baan gevonden bij een elektrozaak en was daar intern. In 1954 mijn eerste baan bij het rijk en wel bij het P.E.B. (Provincieaal Elektriciteits Bedrijf) Later overgestapt naar de PTT als leerling technisch tekenaar. Via avondstudie kwam ik in1966 naar de dagopleiding voor leraren in Rotterdam waar ik in 1968 mijn onderwijs akte haalde en werkte nadien als leraar . Eerst op een LTS en na 2 jaar als leraar op een MTS . Tot slot nog een antwoord op de vraag wat is er geworden van je droom om ooit te kunnen vliegen? Heb 5 jaar aan zweefvliegen gedaan en 25 jaar later nog een brevet gehaald voor het vliegen met Ultra Light Vliegtuigen. Mochten er nog mensen zijn die ook op de Luwaschool in Doorn hebben gezeten of in Vierhouten op de modelvliegtuig cursus dan hoor ik dat graag.