Neeltje, een 'moffenmeisje'

17-04-1945, Goes

Neeltje den D. verschijnt op 17 april 1945 voor de opsporingsambtenaar te Goes, omdat er vanuit de Sectie Internering van het Militair Gezag een onderzoek loopt naar haar mogelijke internering.

Detail. Getuigenverklaring Neeltje den D., 17 april 1945. NA CABR 89121, inv.nr. 49G.

Sinds de bevrijding van Zeeland in oktober 1944 staat Neeltje onder huisarrest, omdat zij ervan wordt verdacht omgang te hebben gehad met Duitse militairen. Neeltje is op het moment van verhoor nog maar vijftien jaar oud.

Neeltje is een van de meisjes die tijdens de bezetting omging met Duitse militairen. Sommigen gingen met ze uit, kregen verkering, werden zwanger of verloofden zich. ‘Moffenmeiden’ werden ze genoemd. Of, grover: ‘moffenhoeren’. Gezien haar leeftijd is Neeltje meer een ‘moffenmeisje’.

Aldus Neeltje in de getuigenverklaring:’Op den dag der bevrijding in oktober 1944, moest ik mij komen melden op het gemeentehuis te ’s Heer Abtskerke. Hier werd mijn haar afgeknipt, omdat ik wel eens met Duitschers uitging. Daarna werd ik naar huis gezonden en mij huisarrest opgelegd. Ik werd door vader of moeder niet geprest tot enige politieke richting. In februari 1943 ben ik geheel vrijwillig en uit eigen beweging lid geworden van de Nationale Jeugdstorm. Ik heb er gymnastiek en zang beoefend. Ik had echter de toestemming van mijn ouders om lid van de Nat. Jeugdst. te worden. In de zomer van 1944, ben ik ’s Zaterdags en ’s Zondagsavonds dikwijls met Duitse militairen uitgeweest. Ik heb dit volgehouden tot de bevrijding toe. Ik heb van een Duitscher geen kind ter wereld gebracht, doch ik heb wel met Duitsche militairen vleselijke gemeenschap gehad.

Het was mijn ouders bekend, dat ik omgang had met Duitse militairen. Een Duits soldaat, Wyland W. genaamd, wonende te Bad Kreuznach in Duitsland, heeft mij drie weken voor de bevrijding in oktober 1944 overgehaald zich met hem te verloven. Ik heb geen verlovingsring of iets anders van hem bij deze gelegenheid gekregen. Ik acht deze verloving nu voorgoed verbroken en zou hem bij wederzien geen hulp verlenen. Ik was geen lid of sympathiserend lid der N.S.B. Ik heb nog huisarrest, doch ik heb vergunning om mij van 8.45 tot 9.00 uur en van 19.15 tot 19.30 uur op straat te begeven, teneinde mij van mijn woning naar mijn dienst bij A.H., wonende te Goes, en omgekeerd te begeven.’

Uit de getuigenverklaring blijkt dat ook Neeltjes ouders, beiden lid van de N.S.B., worden verhoord. Haar moeder geeft aan niet te weten van een verloving. Wel had Neeltje haar verteld een ring te hebben gekregen van een Duitse soldaat. Haar moeder waarschuwde haar, dat ze niet met Duitse militairen uit mocht gaan. Daarvoor vond zij Neeltje nog te jong.

Ook haar vader vond haar veel te jong om met Duitsers uit te gaan. Hij zegt: ‘Als zij ouder was geweest, zou ik niet geweten hebben, wat ik gedaan had.’