Van het CKDM of Werkgroep Herkenning had ik nog nooit gehoord maar met behulp van mijn dochter en het onvolprezen internet traceerde ik het adres van de Werkgroep Herkenning.
Ik ben gegaan naar de eerstvolgende bijeenkomst van het CKDM in april 2002 te Utrecht. Ik hoorde de verhalen van al of niet geslaagde zoektochten aan, zag mensen in doffe berusting over het niet vinden van hun vader en vertelde mijn eigen verhaal. Mijn ervaringen weken behoorlijk af van de vaak diep trieste ervaringen van mijn lotgenoten. Dit is misschien de oorzaak dat ik zolang heb gewacht met het zoeken naar mijn verwekker.
Ik ben op 29 oktober 1943 geboren in de Boerhaavekliniek, Teniersstraat 1 te Amsterdam. Mijn moeder was op was op voordracht van de Ortskommandant van Groningen naar de hoofdstad gezonden. In Amsterdam verbleef zij drie maanden in het Mütter- und Säuglingsheim van de Nationalsozialistischen Volkswohlfaht (NSV) in de Oranje Nassaustraat 32. Op 11 december 1943 werden mijn moeder en ik door de oudere zuster van mijn moeder uit Amsterdam opgehaald en per trein reisden wij naar Groningen waar wij liefdevol werden ontvangen door mijn oma. Mijn moeder werkte bij het distributiekantoor en mijn oma paste op mij. In oktober 1940 was haar man (dus mijn opa) gestorven. Opa was beroepsonderofficier bij de Koninklijke Landmacht en had in de meidagen van 1940 tegen de Duitse invallers gevochten.
Net voor Kerstmis 1950 trouwde mijn moeder met pa De Ruiter en werd ik in de huwelijksakte erkend als zijn zoon. Pa De Ruiter was beroepsonderofficier bij de Koninklijke Marechaussee. Ook hij had in de meidagen van 1940 gevochten tegen de Duitse vijand. In de oorlog werd de Marechaussee (zonder Koninklijke) met de politie samengevoegd en, in 1943, werd pa ontslagen door collaborerende commandanten. November 1945 was hij, gezuiverd en wel, opnieuw in dienst bij de Koninklijke Marechaussee gekomen. Als vrijwilliger werd hij begin januari 1948 uitgezonden naar Nederlandse Indië / Indonesië, waar hij de tweede Politionele Actie meemaakte. 1 juni 1950 keerde hij terug.
De voorloper van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) was het bestaan en mijn afkomst te weten gekomen en pa De Ruiter werd onder grote druk gezet om niet met die ‘moffenmeid’ te trouwen. Pa weigerde en werd vervolgens van de grensbewaking in Nieuweschans overgeplaatst naar de grensbewaking in Reusel, achter Eindhoven. Pa werd kwaad, gooide zijn kont tegen de krib en ging over naar de Koninklijke Landmacht. Wij verhuisden in 1954 naar een plaats op 250 km van Groningen waar niemand iets van ons oorlogsverleden afwist en waar ons een huis werd toegewezen.
Tijdens mijn eerste bezoek van de bijeenkomst van het CKDM kreeg ik een lijst met adressen en adviezen om mijn biologische vader te zoeken. Van mijn moeder wist ik dat hij Dieter Schneider heette. Hij was afkomstig uit Schwerin, nu de hoofdstad van de deelstaat Mecklenburg-Vorpommern. Of hij daar is geboren weet zij niet. Hij had dezelfde leeftijd als mijn moeder of hij was iets ouder. Mijn moeder is eind 1922 geboren. Hij was gelegerd op het Wagenpark aan het Damsterdiep in het centrum van Groningen. Dit deel van het Damsterdiep is na de oorlog gedempt. Toen mijn moeder eind 1943 in Amsterdam verbleef om van mij te bevallen is mijn natuurlijke vader bij mijn oma aan de deur geweest. Zij liet hem niet binnen en vervolgens maakte hij op straat een geweldige stampij. Dit is het laatste wat er van hem is vernomen. ‘Werd hij naar het Oostfront overgeplaatst? Wilde hij dat komen vertellen?’ zo veronderstelt mijn moeder. Zij weet niet zeker of dit zo is.
In 2002 en 2003 schreef ik adressen aan die ik van het CKDM had gekregen en instanties die ik zelf had gevonden. Ik zal u de opsomming van de lijst van ongeveer 25 adressen, met een soms heel negatief antwoord op mijn vragen, besparen.
Wijzer werd ik van de reacties van: 1. Register Amsterdam: Mijn Geburtsurkunde van het Deutsche Standesamt. Helaas werden hierbij geen bijlagen aangetroffen. 2. Gemeentearchief Amsterdam: Mijn Geburtsanzeige + de woningkaart van mijn moeder van haar verblijf in Amsterdam. 3. Groninger Archieven: Mijn doopakte en de trouwakte van mijn moeder met pa De Ruiter. Ik had een gesprek met een dame van de Stichting Oorlogs- en Verzetsmateriaal Groningen (OVMG). Zij bood mij spontaan aan families Schneider in Mecklenburg op te bellen. Helaas had deze actie geen resultaat. 4. Standesamt I in Berlijn: Kopie van mijn Geburtsurkunde waarop in de marge staat aangetekend dat ik de zoon ben van Joost de Ruiter. 5. Volksbund Deutsche Kriegsgräberfürsorge e. V. spoorde een Dieter Schneider op die was geboren in 1924 in Opper-Silezië (nu Pools gebied) en in noordoost Roemenië ligt begraven. Uit navraag bij de Deutsche Dienststelle (WASt) in Berlijn bleek dat deze Schneider nooit in Nederland was geweest.
Ik heb een zeer zeldzame erfelijke spierziekte, die ik van mijn natuurlijke vader ‘cadeau’ heb gekregen. Ik ontdekte dat in Duitsland een patiëntenvereniging Tom Wahlig Stiftung Jena bestaat, waarvan mensen met dezelfde spierziekte als ik lid zijn. Van deze Stiftung kreeg ik per kerende post een éénregelig vers terug dat zij geen Schneiders in hun bestand hebben.
Januari 2006 schreef ik KRO Spoorloos. Afgezien van een standaard brief van Spoorloos en twee telefoongesprekken mijnerzijds is er tot op heden geen reactie.
Via het OVMG kwam ik in contact met een heer die veel wist van Groningen in de oorlogsjaren. Hij bevestigde mij dat er een hoofdvestiging van het NSKK (Nationalsozialistisches Kraft-fahrkorps, nationaal-socialistisch motorvoertuigencorps) in deze stad was gelegerd. Ook in Schwerin, waar mijn vader vandaan kwam, was een grote vestiging (o.a. een Motorschule) van de NSKK. Deze organisatie was geen onderdeel van het Duitse leger maar maakte deel uit van de NSDAP. De archieven van het NSKK worden daarom niet bij de Deutsche Dienststelle bewaard maar bij het Bundesarchiv, Postfach 450 569, 12175 Berlin, Finckensteinallee 63, 12205 Berlin. Hier is ook de lidmaatschapskaart van Prins Bernhard als lid van de NSDAP gevonden.
Ook via het OVMG kwam ik in contact met de heer Alex Dekker. Hij heeft de organisatie van de NSKK bestudeerd en het boek Ook gij behoort bij ons! over Nederlanders bij de NSKK geschreven. Dit zeer lezenswaardige boek gaat over de lotgevallen van 10.000 mannen die bij een NSKK-onderdeel dienden en beschrijft een witte vlek in de geschiedenis van de afgelopen oorlog. Dit boek is te bestellen via www.alexdekker.nl
Ook ontving ik A small guide to find a relative who served in the German Army 1939-1945 door Alex Dekker. In dit Engelstalige gidsje staan vele (email)adressen waar ik nooit eerder op attent ben gemaakt. Zo kwam ik in het bezit van maar liefst 217 adressen van veteranenverenigingen. De overkoepelende organisatie heet: Arbeitsgemeinschaft für Kameraden-werke und Traditionsverbände e. V., Tübinger Strasse 12-16, 70178 Stuttgart. Email: info@kameradenwerke.de, www.kameradenwerke.de
Om in de voormalige Sovjet-Unie verdwenen Duitse militairen op te sporen bestaat het Suchreferat Moskau Liga für Russisch-Deutsche Freundschaft, Maroseika-Str. 7/8-27, A/Nr 190, 101 000 Moskau, Russland. Email: suchreferat.moskau@telsycom.ru
Zelf ontdekte ik het bestaan van Kirchlicher Suchdienste HOK (Heimatortskarteien). Deze kerkelijke zoekdiensten beheren de uit de voormalige Ostgebiete overgebleven officiële papieren en zoeken waar de Heimatvertriebene zijn gebleven. Vestigingsplaatsen zijn München, Stuttgart en Passau. Email: suchdienst.ZHOK@t-online.de De Kirchlicher Suchdienst HOK-Zentrum Passau, Ostuzzistrasse 4, 94032 Passau vond in zijn Kartei een Dieter Schneider, geboren in 1922 in Neder-Silezië. Na meer dan een jaar schrijven en mailen bleek dat ook deze overleden Dieter Schneider niet mijn vader was.
Een andere ingang heb ik gevonden via Familie International Frankfurt e. V., Adoption, Suche, Beratung, Mediation naar het FIOM (Federatie Instellingen Ongehuwde Moeders). Op 40 km van mijn woonplaats is een bureau van deze organisatie gevestigd. Ik heb inmiddels en intakegesprek bij de Stichting Ambulante FIOM Regionaal bureau gehad en men gaat zoeken. Deze organisatie werkt samen met vele zusterorganisaties in andere landen waaronder Duitsland. Lezende in het boek Wie geschoren wordt moet stil zitten van Monika Diederichs over de omgang van Nederlandse meisjes met Duitse militairen viel het mij op dat door haar veelvuldig als bron de archieven van het FIOM worden genoemd.
Steeds als ik dacht: nu stop ik er mee want verder zoeken heeft geen zin, ontdekte ik toch weer nieuwe aanknopingspunten en merkte ik dat het einde van de zoektocht nog niet is gekomen.
Wat mij van het hart moet is dat in de archieven van de Deutsche Dienststelle 21 Dieter Schneiders uit de Eerste en Tweede Wereldoorlog worden bewaard. Dit is mij bevestigd in een lang telefonisch gesprek met Herr Retting van het WASt en door een journalist die voor KRO Spoorloos in Duitsland mensen opspoort. Voor het WASt is het niet moeilijk om, met een beetje goede wil, de stukken van mijn natuurlijke vader, die rond 1920 is geboren, te vinden. Er worden echter gegevens van de gezochte vader gevraagd die ik niet heb en zolang ik deze gegevens niet kan laten zien, verdomt het WASt verder te gaan zoeken. Hier stuit je op een muur van onwil.
Wat mij nog rest is uit te zoeken welke Duitse legeronderdelen of onderdelen van het NSKK in 1943 op het Wagenpark in Groningen lagen en dan met behulp van veteranenverenigingen en forums op het internet verder te zoeken.