Van jongenskamp naar Holland

15-08-1945 tot 03-1946, Bandoeng

Ons kamp, afdeling jongenskamp L (ik was veertien jaar oud), lag vlakbij het vliegveld van Bandoeng, dat in gebruik was als Japans militair vliegveld.

Story Archive

Kort na 15 augustus hield de kampcommandant een toespraak en zei dat het Japanse leger de vijandelijkheden had gestaakt. Dat was het enige wat we hoorden. En we kregen twee hapjes rijst in plaats van een. Dat was verbazingwekkend, de Japanners deden zo raar. We begrepen toen wel: er was meer aan de hand.

Later die week vloog een Catalina-vliegboot met oranje driehoek over, het embleem van de Nederlands-Indische luchtmacht.  Ze kwamen uit Brisbane. Ze cirkelden heel laag over en gooiden briefjes waarop stond de oorlog is afgelopen.

Toen ontdekten we dat de kamppoort open stond. Er waren al een paar jongens doorgelopen en de Japanners zeiden helemaal niks. We zeiden:'Kijken wat er gebeurt als we verder lopen.' Wij verwachtten het bekende gebrul van de Japanse wachten maar we hoorden niets. We zijn blijven lopen. Dat kamp uitlopen was een ongelooflijke kick. Vrij, vrij…

Zo zijn wij, een groep van tien tot twaalf jongens, de poort uitgelopen richting Tjimahi, op zoek naar vaders en broers. Tjimahi was een grote garnizoensplaats in de buurt van Bandoeng, daar was ik mijn twee broers kwijtgeraakt.

Ik liep dat kamp binnen en liep mijn broers tegen het lijf. Via het Rode Kruis werd ons gemeld dat onze moeder in Kamp Makassar (Batavia) verbleef en in redelijke goede gezondheid verkeerde. Zij kwam per trein en ik weet dat ze de trap af kwam uit die wagon en wij zeiden: ‘Jezus, wat is ze klein en mager.’ Wij waren ongelooflijk blij haar te zien; na drie jaar weer herenigd!

Januari 1946. Mijn moeder besloot dat we terug zouden gaan naar Holland. Toen zijn wij op transport gesteld naar een doorgangskamp voor repatrianten op het Andir-vliegveld bij Bandoeng. Het barste er van de Engelse troepen. Er werd geschoten. ‘s Nachts hoorde je ook geweervuur, de Engelsen bestookten de  Indonesische guerrilla in het bergland rondom ons.  We wisten dat het onveilig was; je was Belanda. Alles wat Belanda was, was de vijand.

Begin maart 1946 werden wij overgevlogen van Bandoeng naar Batavia. Daar raakten we helemaal opgewonden want we zagen nu toch ook Nederlandse troepen, die hele blanke lieden met die hele rode koppen die de tropen niet gewend waren. Dat moet de 7 December-divisie zijn geweest (kort daarvoor geland in Batavia/Jakarta).

Per militaire colonne gingen we meteen door naar Tanjong Priok, de haven van Batavia, en scheepten in op de Kota Agoeng - een tot troepenschip omgebouwd vrachtschip. Een geweldig gevoel toen we aan boord gingen. Je ging weg. Vertrek naar Nederland, einde oorlog!