Zij heeft op dat moment ruim 23 jaar op Java gewoond. In april 1922 vertrekt zij met haar kersverse echtgenoot Wim van der Heul naar Indië, waar hij voor de PTT zou gaan werken. Ze leiden er een gelukkig en rustig leven, krijgen er twee kinderen, Martha en Piet, en keren tweemaal terug naar Nederland voor verlof.
Aan dat overzichtelijke bestaan komt een einde wanneer Japanse troepen binnenvallen. Door zijn werk bij de PTT moet hij op instructie van de bezetters blijven werken. Wel wordt het gezin opgepakt en in kamp Kota Paris, een wijk in Buitenzorg, gehuisd. De Japanse bezetters gebruiken dit kamp als ‘voorbeeldkamp’, om te laten zien aan de inspecteurs van het Rode Kruis hoe ze met hun geïnterneerden omgaan.
Met Wims gezondheid gaat het steeds slechter. Hij heeft last van maagkwalen en uiteindelijk wordt een maagperforatie hem fataal. Op 16 januari 1944 komt hij te overlijden en Annie blijft achter met Martha en Piet.
Wat volgt, is een onrustige periode van verschillende Jappenkampen. Het bestuur van de kampen is steeds in handen geweest van Japanse burgers, maar op 1 april 1944 wordt het overgedragen aan de militairen. De kampen worden vanaf dat moment veel strenger geleid.
Kamp Kota Paris wordt gesloten en de gevangenen worden vervoerd naar Kamp Kramat in Batavia. Daar blijven ze niet lang, al na een paar maanden wordt eerst Piet op transport gezet naar kamp Grogol in Batavia en daarna krijgen ook alle vrouwen en kinderen de opdracht hun boeltje op te pakken. Dit keer is de bestemming Tjideng, een van de wreedste kampen in de Archipel. Met zeventig tegelijk werden de vrouwen en kinderen in een huis gestopt. Deuren en ramen waren er niet, bedden ook nog nauwelijks.
Na ziekte van Martha en andere ontberingen, herneemt het kampleven voor Annie en Martha zijn normale ritme, maar de rantsoenen worden hoe langer hoe schaarser. De gevangen vrouwen en kinderen worden als maar zwakker. Ook Piet heeft het aan de andere kant van het land zwaar. Na de oorlog weegt hij nog maar 45 kilo. Ook loopt hij trombose en hepatitis op.
Na de Japanse capitulatie wil Annie eerst Piet bij zich hebben. Ze vertrekt naar Bandoeng. Daar vindt ze hem, gegroeid en broodmager. Het gelukkig herenigde gezin kan niet lang daarna weer in hun eigen huis in Batavia wonen, maar niets van hun spullen is er meer.
Piet is inmiddels zeventien jaar, maar hij heeft niet meer dan tot de tweede klas HBS onderwijs gevolgd. Martha ontvangt haar HBS diploma op basis van haar Paasrapport. Zij doet een typistencursus en treedt in dienst bij het Departement van de Marine. Annie wil zo snel mogelijk weg naar Nederland om Piet de kans te geven zijn middelbare school af te maken.
Op een van de eerste schepen met repatrianten varen ze begin 1946 naar Nederland. Ze gaan wonen in Annies ouderlijk huis in Maasluis. Piet gaat naar de HBS in Vlaardingen. In Nederland ondervindt Annie een nieuw probleem. De mensen die in Nederland de Duitse bezetting hebben meegemaakt, weten niet wat er in Indië is gebeurd. De mening heerst, dat de Indië-gangers een gemakkelijke oorlog hebben meegemaakt. Men vindt het onrechtvaardig dat zij die nu terugkwamen uit Indië, teren op de overige Nederlanders, die het pas echt moeilijk hadden gehad. Niemand had enig idee van de afgrijselijke dingen die zei na de Jappenkampen hadden meegemaakt. Al snel krijgt Annie contact met andere oud-Indischgasten en zij ontmoet haar toekomstige echtgenoot, Eddy Pik. Samen pakken zij het leven weer op.